Verdriet

Om zich met kleine vogels te troosten
kocht ze tien stuks bollen vet
verpakt in nostalgisch bruine zakken
van onbedrukt stevig papier

de takken bogen licht door
toen ze werden opgehangen
de bollen glommen van
te verzadigen honger

ze werden meteen door
grote kluwen kraaien besprongen
om zwart als de dood
haar verdriet uit te hakken.

(inzending Turing Gedichtenwedstrijd 2017)

Weerpraat

We worden overspoeld met weerpraat. Op de televisie is het volgens mij ooit met Erwin Kroll begonnen. Daarvoor werd er boven het hoofd van de nieuwslezer gewoon een weerkaartje geprojecteerd, waarop het enige stond wat je eigenlijk van het weer hoeft te weten: hoe warm wordt het, waait het, en vooral: blijft het droog? En dan alleen in Nederland.

Het weer is inmiddels een heel verhaal geworden. Het heeft een eigen taal, die soms ronduit avontuurlijke vormen aanneemt. Je zou er een zoveelste taalboekje over kunnen schrijven en misschien is dat er al, of in wording. En waarom ook niet.

Er wordt aandacht aan het weer besteed in de breedste zin van het woord: het weer in Europa, een komend front van de oceaan, tornado’s op het oostelijk halfrond, allerlei natuurkundige verklaringen: je wordt met zoveel informatie bestookt, dat het belangrijkste vaak niet blijft hangen, wat voorheen gewoon op zo’n weerkaartje stond. Moet ik een paraplu meenemen of niet?

Wat behalve al die extra informatie ook erg afleidt, is de taal. “Weerpraat” verder lezen

La dame au jabot huivert

Voor wie sta ik hier tentoon?
Hiervoor heb ik mij niet mooi
gemaakt met deze kanten kraag,
wit wolkend plooi voor plooi,
nog niet zo lang en vogue geraakt

Wie zijn die hordes kijkers
die schaamteloos met een klein
zwart kastje langs mijn plooien
strijken, ooit met aandachtige
streken vol bewondering gemaakt?

Ik krijg er gewoon de kriebels van
knap van ergernis uit mijn japon,
maar laat dit, dame die ik nog altijd ben,
natuurlijk niet voor hen blijken,
door steeds superieur weg te kijken.

 

Naar: ‘La dame au jabot’, Kees van Dongen, 1911

Na-apers

Er wordt weer heel wat af gefocust de laatste tijd, wat vooral komt door de Olympische Spelen. Sporters zijn nou eenmaal vaak niet de meest bedreven taalgebruikers en trainers en coaches (ook Engelse woorden trouwens) bedienen zich altijd graag van Engelse termen, omdat die hen professioneler doen overkomen. Het roept bij mij juist wantrouwen op omdat het eerder inhoud lijkt te verhullen.

Mensen verraden zich door hun taalgebruik. Woorden als focussen, framing of mindset, die niet van de lucht zijn, geven aan dat degenen die ze gebruiken ergens bij wil horen of niet eerst goed nadenken voordat ze iets zeggen. Het zijn na-apers.

Ik ben niet tegen leenwoorden, maar wel als er goede Nederlandse woorden voor bestaan. “Na-apers” verder lezen

Ontflauwekullen

‘Marokkaanse sociale mediagebruikers ontvolgen massaal de drie grootse Marokkaanse telecombedrijven op Facebook en Twitter’, las ik laatst. De week ervoor stond in mijn ochtendkrant de vraag: ‘Gaat u ook uw huis ontspullen?’

Het voorvoegsel ‘ont’ grijpt al een tijd om zich heen: zo moeten wij al enige tijd onthaasten en ontstressen, de PvdA is al heel lang aan het ontideoligiseren en de maatschappij lijdt aan een toenemende ontlezing.

‘Ont’ heeft van oudsher verschillende betekenissen: het geeft het begin van een handeling aan (ontbijten, ontbloten, ontbranden) of het geeft een verwijdering of tegenstelling aan (ontbossen, ontheiligen, ontgroeien). De nieuwe vormen horen allemaal tot de laatste categorie.

Die verwijdering kan wenselijk of onwenselijk zijn: we streven allemaal naar onthaasting, maar niemand is voor ontlezing. Soms is het een kwestie van opinie, zoals ontpoldering, waar ik als polderliefhebber een duidelijke mening over heb. Een ander voorbeeld is ontkerkelijking.

De woorden zeggen, zoals altijd, iets over de huidige tijd. Zonder sociale media hoef je helemaal niet te ontvrienden. “Ontflauwekullen” verder lezen

Wierook en Sahne

De kunst van het roken verstaat niemand meer. Tenminste niet zoals filmsterren en chansonnières dat in de jaren vijftig konden, op zwart-wit celluloid voor de eeuwigheid vastgelegd. De trage cameravoering versterkte natuurlijk het effect. De sigaret werd met de toppen van wijs- en middelvinger vastgehouden, waardoor deze er een soort verlengstuk van werd; de als wierook omhoog kringelende rook was de verticale onderstreping van hun geheimzinnige elegantie.

De laatste vrouw die ik zo zag roken was Christa, die ik vandaag in deze vreemde stad weer zag. Het prille groene gras van de rivieroever was op deze ongebruikelijk warme meidag al bezaaid met jongeren, die haast onontwarbaar in elkaar verstrengeld lagen. De weeë geur van Frankfurter Bratwurst had zich als een lauwe wind over de boulevard verspreid. Kille zilveren kantoortorens aan de overkant van de rivier konden niets aan de romantische sfeer afdoen die door de zonnige warmte was ontstaan.

Ze zat pal tegenover mij. Haar tafeltje stond wat verder weg, maar ik kon haar recht in haar gezicht kijken, wat ik dan ook ongegeneerd deed. Niet omdat ik een schaamteloze natuur bezit, maar omdat ik zo verbaasd en verheugd was haar weer te zien. “Wierook en Sahne” verder lezen

Gewoon een zondag in januari

Op een zondagmiddag zette hij gewoontegetrouw om twaalf uur de televisie aan. Het NOS-journaal opende met het nieuws dat het in de afgelopen nacht in het hele land had gesneeuwd. Wat is daar nu voor bijzonders aan, dacht Reno. Het is gewoon winter en dan sneeuwt het soms. Het is natuurlijk vervelend wanneer er auto’s in de berm terechtkomen, maar ook dat gebeurt. Dan hadden ze maar wat voorzichtiger moeten zijn.

Hij keek naar het dunne laagje sneeuw dat zich aan boomkruinen en dakpannen had vastgehecht en dat waarschijnlijk snel weggesmolten zou zijn, onschuldig als poedersuiker op een oliebol. Gezinnen genoten van het wintergevoel dat dit miezerige laagje hun gaf. Hoewel het rond nul graden moest zijn, hadden ze zich met wollen mutsen, dikke wanten en gewatteerde laarzen tegen de winter gewapend. Zo sloften ze in een sliert over de stoepen voort.

Sonny strekte zich nog eens behaaglijk uit. Hij keek wel uit om naar buiten te gaan, koesterde zich liever in de warmte van de stoffen bankbekleding en van zijn eigen vacht waarin hij helemaal opgerold lag. Vanwege zijn witte bef en zwarte vacht had Reno hem naar zijn favoriete saxofonist genoemd. Sonny Rollins. Reno keek jaloers naar het soezende dier. Toch voelde ook hij het kriebelen. Zo helder en zonnig was het al een tijd niet geweest. De stammen van de bomen lichtten in het schelle zonlicht op. Op een dag als deze leken zomer en winter samen te vallen. Een wandeling zou hem verkwikken.

Buiten zoog hij de koude lucht diep in. De lucht prikte in zijn longen, die in de donkere decemberdagen te weinig zuurstof en te veel rook hadden binnengekregen. “Gewoon een zondag in januari” verder lezen

Zoektocht naar jezelf

Over ‘In goede handen’ van Robbert Welagen

Je moet als schrijver van goeden huize komen om nog origineel te zijn. Als aan het begin van In goede handen, de nieuwe roman van Robbert Welagen, hoofdpersoon Erik Bergmans vanuit de trein zichzelf op het perron ziet lopen houd je je hart vast: weer een roman met een dubbelgangersmotief. De hoofpersoon is zo geïntrigeerd door het gegeven dat er een andere versie van hemzelf bestaat, dat hij de trein uitstapt en hem volgt. Net als Dorbeck in De donkere kamer van Damocles, het klassieke dubbelgangersboek uit de Nederlandse literatuur, is de ander een betere versie van hemzelf: iemand met een goede baan, een mooie vrouw, kinderen, een mooi huis in een chique Amsterdamse wijk, enzovoort. Hijzelf kwam op ‘het ongeplaveide pad der kunstzinnigheid’ en werkt als illustrator. Hij hokt met zijn vriendin op een appartement op vier hoog ‘dat niet in verbinding lijkt te staan met de aarde, maar er boven lijkt te zweven’. De ander leidt het leven dat hijzelf graag zou willen hebben, met ‘keuzemogelijkheden, comfort’.

Het eerste deel van de roman gaat over de zoektocht naar deze ander. Maar hij kan het huis niet meer vinden, het mist ook nog eens. Hij wordt gebeld en is ervan overtuigd dat het deze andere ik is. Welagen creëert hiermee een geheimzinnige magisch-realistische sfeer. De ander is een soort Joachim Stiller, de mysterieuze figuur uit Hubert Lampo’s De komst van Joachim Stiller, een andere titel die mij bij het lezen te binnen schoot. “Zoektocht naar jezelf” verder lezen

Zelfportret Van Gogh

Zijn gezicht valt uiteen
in duizenden kleuren

een regenboog die
uit de hemel viel

daarachter schemert
in het oogzwart zijn ziel

hij kijkt niemand aan
elke streep is een traan.

 

Naar: ‘Zelfportret met vilthoed’, Vincent van Gogh, 1887 -1888

(inzending Turing Gedichtenwedstrijd 2015)

Verlangen naar vergeving

Over ‘De Onderwaterzwemmer’ van P.F. Thomése

P.F. Thomése werd bij een groter publiek bekend met Schaduwkind, waarin hij het verlies van zijn jong gestorven dochtertje probeert te begrijpen; geen sentimenteel boek, want voor sentimentaliteit is hij huiverig. En daar is hij ook een veel te goede schrijver voor.

Thomése wilde al lang over zijn jong gestorven vader schrijven, hoewel hij dat, op verhulde wijze, al in zijn bekroonde debuut Zuidland had gedaan. Hij heeft nog overwogen dit boek aan zijn vader op te dragen, maar zag ervan af omdat hij niet als een autobiografisch schrijver geboekstaafd wilde worden. Dat is hij ook niet. Hij gebruikt autobiografische elementen voor literatuur, niet andersom. Zelfs zijn schelmenromans over zijn vriend J. Kessels, waarin hij zelf de hoofdrol speelt, zijn van A tot Z verzonnen en druipen van de ironie. Het is een lange neus naar die critici die Thomése verwijten zelf ook autobiografisch te schrijven, terwijl hij zich hier eerder altijd zo tegen had afgezet.

De J. Kessels-boeken zijn dan wel erg grappig, het blijven intermezzo’s in het serieuze werk van Thomése, met fantastische romans als Het zesde bedrijf (1999) en De weldoener (2010).

Zijn nieuwe roman De Onderwaterzwemmer, hoewel thematisch verwant aan Schaduwkind, past in dit rijtje klassieke romans. “Verlangen naar vergeving” verder lezen