Survival of the fittest

Aan een tuin moet je zo min mogelijk doen. Als hij vol staat met planten en struiken tenminste. Het geestdodende lapje gras dat wij ooit achter ons huis aantroffen, is veranderd in een kleine oase voor insecten, vogels en amfibieën, die lustig tussen de afgevallen bladeren en de wildgroei scharrelen.

Ook aan een geplaveide tuin hoef je niets te doen, maar dan valt er helemaal niets te beleven. Bovendien is er voor dieren niets te eten. Maar dat zal de meer praktisch ingestelde mens waarschijnlijk weinig kunnen schelen.

Om de natuur te plezieren en op haar beloop te laten, zou er eigenlijk massaal moeten worden overgegaan tot ‘steenbreek’: het vervangen van dode tegels voor levende natuur. Maar zie je daar maar eens mee te bemoeien.

Door al die tegelzeeën is mijn piepkleine tuin immens populair bij vogels, die overal voedsel tussen en onder vandaan halen. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat, nu het wat kouder is, er ook vetbolletjes en netjes met pinda’s hangen. Misschien is dat eigenlijk nog niet nodig. “Survival of the fittest” verder lezen

Meer vliegangst!

Het nieuwe kabinet is naar eigen verkondiging het groenste ooit. Gezien de magere inspanningen die door vorige kabinetten zijn geleverd, is dat al gauw het geval. Bovendien moet Rutte III die pretentie natuurlijk nog gaan waarmaken. Dat er over rechts geformeerd werd, stemt weinig hoopvol. Je ziet het al aan de ministersposten: twee ministers voor veiligheid en geen voor milieu. Bij de presentatie van de plannen ging het als vanouds over ‘de portemonnee’ – je hoort het ze al zeggen aan de borreltafel – in plaats van over grootse visies op milieubeheer of de verdeling van inkomen en zorg, waar de opiniepagina’s vol van staan.

Burgers, die graag naar de overheid wijzen, kunnen natuurlijk ook zelf veel doen, of liever gezegd laten, om het milieu te ontzien. Bijvoorbeeld door duurzaam proberen te leven en minder te consumeren. Men consumeert er echter onverminderd lustig op los. De televisie staat bol van de reis- en kookprogramma’s. Over ‘consuminderen’ hoor je bijna niemand.

Het nieuwe ‘groene’ kabinet geeft zelfs een omgekeerde boodschap af: we moeten juist méér besteden (behalve dan aan eerste levensbehoeften zoals groente en fruit, wat juist weer goed zou zijn, of, om maar eens een dwarsstraat te noemen, aan cultuur, wat voor ondergetekende trouwens ook een eerste levensbehoefte is). Door de koppeling van Economische Zaken en Klimaat zal het klimaatbeleid van dit ouderwetse VVD/CDA-kabinet (met wat nieuwe accentjes) vrees ik vooral neerkomen op duurzaam ondernemen. Er moet immers geld verdiend worden, zodat we het in de woorden van de grote ziener Rutte ‘straks weer allemaal een beetje beter hebben’. “Meer vliegangst!” verder lezen

Weerpraat

We worden overspoeld met weerpraat. Op de televisie is het volgens mij ooit met Erwin Kroll begonnen. Daarvoor werd er boven het hoofd van de nieuwslezer gewoon een weerkaartje geprojecteerd, waarop het enige stond wat je eigenlijk van het weer hoeft te weten: hoe warm wordt het, waait het, en vooral: blijft het droog? En dan alleen in Nederland.

Het weer is inmiddels een heel verhaal geworden. Het heeft een eigen taal, die soms ronduit avontuurlijke vormen aanneemt. Je zou er een zoveelste taalboekje over kunnen schrijven en misschien is dat er al, of in wording. En waarom ook niet.

Er wordt aandacht aan het weer besteed in de breedste zin van het woord: het weer in Europa, een komend front van de oceaan, tornado’s op het oostelijk halfrond, allerlei natuurkundige verklaringen: je wordt met zoveel informatie bestookt, dat het belangrijkste vaak niet blijft hangen, wat voorheen gewoon op zo’n weerkaartje stond. Moet ik een paraplu meenemen of niet?

Wat behalve al die extra informatie ook erg afleidt, is de taal. “Weerpraat” verder lezen

Na-apers

Er wordt weer heel wat af gefocust de laatste tijd, wat vooral komt door de Olympische Spelen. Sporters zijn nou eenmaal vaak niet de meest bedreven taalgebruikers en trainers en coaches (ook Engelse woorden trouwens) bedienen zich altijd graag van Engelse termen, omdat die hen professioneler doen overkomen. Het roept bij mij juist wantrouwen op omdat het eerder inhoud lijkt te verhullen.

Mensen verraden zich door hun taalgebruik. Woorden als focussen, framing of mindset, die niet van de lucht zijn, geven aan dat degenen die ze gebruiken ergens bij wil horen of niet eerst goed nadenken voordat ze iets zeggen. Het zijn na-apers.

Ik ben niet tegen leenwoorden, maar wel als er goede Nederlandse woorden voor bestaan. “Na-apers” verder lezen

Ontflauwekullen

‘Marokkaanse sociale mediagebruikers ontvolgen massaal de drie grootse Marokkaanse telecombedrijven op Facebook en Twitter’, las ik laatst. De week ervoor stond in mijn ochtendkrant de vraag: ‘Gaat u ook uw huis ontspullen?’

Het voorvoegsel ‘ont’ grijpt al een tijd om zich heen: zo moeten wij al enige tijd onthaasten en ontstressen, de PvdA is al heel lang aan het ontideoligiseren en de maatschappij lijdt aan een toenemende ontlezing.

‘Ont’ heeft van oudsher verschillende betekenissen: het geeft het begin van een handeling aan (ontbijten, ontbloten, ontbranden) of het geeft een verwijdering of tegenstelling aan (ontbossen, ontheiligen, ontgroeien). De nieuwe vormen horen allemaal tot de laatste categorie.

Die verwijdering kan wenselijk of onwenselijk zijn: we streven allemaal naar onthaasting, maar niemand is voor ontlezing. Soms is het een kwestie van opinie, zoals ontpoldering, waar ik als polderliefhebber een duidelijke mening over heb. Een ander voorbeeld is ontkerkelijking.

De woorden zeggen, zoals altijd, iets over de huidige tijd. Zonder sociale media hoef je helemaal niet te ontvrienden. “Ontflauwekullen” verder lezen

Duh-renthe

Ik luisterde in de auto naar Radio 1 naar een reportage en kon het even niet meer volgen. Wat de verslaggever precies zei weet ik niet meer, maar iets in de trant van ‘wat anders zien we in du-renthe’. Het duurde even voordat ik doorhad dat hij het over de provincie Drenthe had.

Het is een trend onder verslaggevers en presentatoren om de eerste letter van een woord met overdreven nadruk uit te spreken. Er wordt voor het woord ook nog even ingehouden, om het een nog groter effect te geven. Het lijkt wel alsof ze dat op de School voor Journalistiek leren.

Het NOS-journaal is hierdoor vaak niet meer vol te houden. “Duh-renthe” verder lezen