‘Sexy’

Dat de faculteit Nederlands aan de VU sluit is een teken des tijds. In onze marktcultuur moet alles geld opbrengen of op z’n minst zichzelf kunnen bedruipen. Precies om die reden kiezen jongeren niet meer voor de studie Nederlands. Als ze afgestudeerd zijn, moeten ze ook nog eens hun krankzinnig hoge studielening afbetalen en dat doe je sneller als goed betaalde econoom of bedrijfsjurist dan als docent Nederlands.

Opvallend is dat door universiteiten de schuld voor de teruglopende aantallen studenten Nederlands steevast bij het middelbare onderwijs wordt gelegd. Zoals altijd als het om het onderwijs gaat, heeft de docent het gedaan. Politici, onderwijskundigen of hoogleraren hebben er vanaf de zijlijn allemaal meer verstand van.

Er zou slecht literatuuronderwijs worden gegeven. Het vak zou alleen maar dienend zijn en niet sexy. Dit zijn heel merkwaardige uitspraken. Allereerst omdat álle schoolvakken dienend zijn, ook wiskunde, Engels en economie. Op de middelbare school krijg leer je de basis voor je verdere vorming. Het vwo is voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Verder zullen leerlingen elkaar altijd oneindig meer sexy blijven vinden dan een verplicht schoolvak, wat natuurlijk volstrekt normaal is. De term ‘sexy’ is een misplaatste kreet die past in een tijd waarin we alles willen overdrijven en opblazen. Waarbij de kern, de kwaliteit ergens van, steeds verder uit zicht raakt. “‘Sexy’” verder lezen

Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal

Het is de Week van het Korte Verhaal. Tegenwoordig staat elke week (of dag) wel ergens in het teken van (het is ook de week van de E-bike), maar het korte verhaal is een nobel doel. Verhalenbundels worden minder gelezen dan romans, dus het (korte) verhaal kan een steuntje in de rug goed gebruiken. Het blijkt om alweer de achtste editie te gaan (die vorige zeven heb ik dus gemist). Bij Uitgeverij Podium verschijnt voor deze gelegenheid een speciale bundel korte verhalen. Bekende schrijvers is hiervoor gevraagd een favoriet verhaal uit te kiezen.

Het valt op dat maar vier van de gekozen 21 verhalen uit de Nederlandse literatuur afkomstig zijn. Ze zijn van Hermans, Uphoff, Snoek en Rob van Essen. Geen verhalen van Biesheuvel, Belcampo of Hotz. Je zou een zkv hebben verwacht van A.L. Snijders, die zelf wel een verhaal koos (‘Net als alle mannen’ van John McGahern) en daar natuurlijk een zeer kort commentaar bij schreef. Of van Armando. Maar het is natuurlijk aardig Paul Snoek eens op te duiken, zoals Tom Lanoye doet, of aandacht te vragen voor een hedendaagse auteur als Rob van Essen (de keuze van Marja Pruis).

Zeer merkwaardig is dat het door Alex Boogers gekozen verhaal van Salinger ontbreekt, het mocht niet worden opgenomen, terwijl zijn commentaar wél staat afgedrukt. Het verhaal mag je zelf opzoeken. Had je dan niet even een ander verhaal kunnen kiezen, Alex, bijvoorbeeld van een van bovenstaande auteurs? Armando lijkt me echt iets voor jou. Van Lydia Davis zijn twee verhalen opgenomen. Goed, de keuze was vrij, maar op 21 verhalen oogt dit als armoede. Er wordt op zo’n boek toch redactie gepleegd? De samenstelling van de bundel lag bij Annelies Verbeke die ook de inleiding schreef. Ze schrijft hierin onder andere dat het korte verhaal vaak gaat over ‘meestal eenzame levens, geleid door personages die zich aan de rand van de samenleving bevinden of anderszins als buitenstaanders kunnen worden beschouwd’. Ik dacht dat dit voor bijna alle literatuur gold.

De verhalen van Davis zijn meteen de meest opzienbarende omdat ze verreweg het kortst zijn. Het verhaal ‘Doctorstitel’, gekozen door Saskia de Coster, telt zelfs maar twee zinnen, ik citeer:
‘Al die jaren dacht ik dat ik een doctorstitel had. Maar ik heb geen doctorstitel’. De Coster licht haar keuze van dit ‘genadeloos tragische of hilarische verhaal’ vervolgens in twintig zinnen toe (voor de toelichting verwijs ik naar het boek). Hoe korter het verhaal, hoe meer dit oproept. En dat klopt ook wel. “Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal” verder lezen

Wow! Een jaar op LinkedIn

Eigenlijk ben ik al veel langer op LinkedIn te vinden, het sociale medium waarvoor je je, vanwege het zakelijke karakter, ook als intellectueel wel kunt aanmelden. Vanaf 2011 om precies te zijn. Ooit bedoeld om klanten te trekken voor mijn tekstbureau waarvoor ik daarna geen tijd bleek te hebben.

Mijn account leidde vervolgens zeven jaar een zieltogend bestaan met 47 contacten, vooral vrienden en familie. Ver beneden de 500 contacten die je moet hebben om erbij te horen (zoals sommige van mijn vrienden die deze magische grens natuurlijk zelf wel bereikt hadden, mij fijntjes meedeelden). Het kon me niet schelen. Ik bezocht de site nooit. Waarom zou ik? Ik had gewoon een baan. En ook nog eens in het onderwijs: daar heb je geen contacten nodig (die heb je ook al genoeg).

Dat veranderde. Van de coach die mij bij het zoeken naar ander werk begeleidde, kreeg ik het devies LinkedIn te gebruiken. ‘Koud solliciteren’ (= d.m.v. een sollicitatiebrief, er gaat meteen een wereld aan nieuw idioom voor je open) had geen zin, er moest genetwerkt worden! Dus ging ik fanatiek aan de slag. Mijn profiel groeide van ‘zwak’ tot ‘zeer deskundig’. Bijna dagelijks deed ik contactverzoeken en legde ook enkele zogeheten ‘warme contacten’ (in netwerk- gesprekken), die de ingang konden zijn voor een nieuwe baan. In onze moderne, egalitaire samenleving spreken we (gelukkig) niet meer over kruiwagens. “Wow! Een jaar op LinkedIn” verder lezen

Kassa!

Het jaar is nu veertien dagen oud en menigeen zal al bij de kassa onaangenaam getroffen zijn bij het zien van flink hogere prijzen. En hij zal nog veel vaker de wenkbrauwen moeten fronsen.

Het is een op het eerste gezicht slimme zet van het kabinet om het laagste btw-tarief te verhogen, omdat het primaire levensbehoeften betreft, zoals levensmiddelen en drinkwater. Automatisch kassa dus. Men ging er bovendien vanuit dat mensen dit toch wel kunnen betalen, aangezien ‘het goed gaat met de economie’. Daarbij worden de hogere levenskosten gecompenseerd via belastingmaatregelen, zegt men. Of dat daadwerkelijk zo is, zie je echter pas bij de belastingaangifte. En de compensaties lijken vooral goed uit te pakken voor (goed verdienende) werkenden.

Toch lijkt niemand zich er erg druk om te maken. Er worden geen gele hesjes aangetrokken. Hamstergedrag in de laatste week van het jaar bleef uit, ik zag er in ieder geval weinig van (tenzij het de gebruikelijke stompzinnige voordeelactie van onze bekendste grootgrutter betrof, die actie doet me altijd aan een naderende oorlog denken). Ik heb aan het eind van het jaar nog wel wat meer dure producten gekocht, zoals wasmiddelen en olijfolie. Ook al is het maar winst op de korte termijn. Ik voelde me als iemand die op voordeeltjes uit is. “Kassa!” verder lezen

Tradities

Tradities zijn heilig. Zo heilig dat politici er hun vingers niet aan durven te branden. Dat zie je elk jaar weer bij Zwarte Piet, bij het vuurwerk tijdens Oud & Nieuw, waarvan de galm nog in onze oren hangt, of de primitieve nieuwjaarsvuren.

Ondanks de jaarlijkse vuurwerkslachtoffers wordt de vuurwerktraditie nooit aangepakt. Ook niet nu milieuverontreiniging een grotere zorg is dan ooit. Verder lijken steeds minder mensen zich aan de ongeschreven regel te houden om vanaf twaalf uur vuurwerk af te steken, omdat je dan pas wat te vieren hebt (en boze geesten moet verjagen). Dit ‘moment suprême’ wordt in onze lekker-doen-waar-je-zin-in-hebt-maatschappij verpest door een avond lang durend oorverdovend vuurwerk. In plaats van de gebruikelijke lusteloze jongetjes met rotjes zie je doorsnee huisvaders om vijf uur ’s middags het hardste vuurwerk afsteken. Samen met hun jonge kinderen. Heel opvoedend.

In de tussentijd kan ik de oudejaarsconference soms niet meer verstaan en heb ik voor twaalf uur al meer dan genoeg van die zenuwslopende knallen. Ik denk dan vaak terug aan mijn kat die op oudejaarsdag geen leven had, zeker niet toen je al om 10.00 uur ’s morgens met vuren mocht beginnen. Het mag dus nu later, maar nog steeds is dit niet laat genoeg. En wat mij betreft houdt het helemaal op, want de lol is eraf. Blijkbaar glipt er nog genoeg illegaal vuurwerk door de controle, want mijn huis trilt op zijn grondvesten en ik wacht op het moment dat er een keer een ruit springt (wat dit jaar ergens gebeurd is). “Tradities” verder lezen

‘Kerstrede’

Het is de tijd van weeë kersttoespraken, ludieke liefdadigheidsacties, gezochte-themanummers en slappe kerstedities vol interviews met vervelende BN’ers en slechte poëzie. In de vele gelegenheidsspeeches en -artikelen zal het vaak over de klimaatverandering gaan en ‘dat we hier een steentje aan moeten bijdragen’. Dat wil zeggen, minder aan bijdragen.

Deze kerstuitbarsting is over het algemeen nogal gratuit. Vrijwel niemand zal er een kalkoen minder om eten. Het merendeel van de politici zal zich deze in ieder geval laten smaken vanwege het vlak voor kerst bereikte klimaatakkoord. Ook al hebben de natuurorganisaties deze niet ondertekend en blijft het bedrijfsleven aardig buiten schot. De topmanagers hadden eerder – heel eerlijk – laten weten dat het niet aan hun generatie is iets drastisch te doen tegen de klimaat-verandering. Hun vriendjes van de VVD, de goedlachse premier voorop, hebben dit heel goed begrepen. De rest van het kabinet volgde braaf, inclusief het groene jongetje Jetten.

Het meest opvallende van het klimaatakkoord is dat de klimaatverandering van de gewone burger moet komen. Die moet zijn huis isoleren, zonnepanelen laten aanleggen, een elektrische auto aanschaffen… kortom, diep in de buidel tasten. Hier staan dan wel subsidies tegenover, maar deze dekken de aanschaf voor geen meter. Je koopt geen elektrische auto voor 6.000 euro. De subsidie wordt gefinancierd uit hogere belastingheffingen op benzine en benzineauto’s. Dus van het geld van weer andere burgers. “‘Kerstrede’” verder lezen

Lijstjes

Aan het eind van het jaar verschijnen de lijstjes: de meest interessante boeken, de mooiste films, de beste cd’s. Het is een aangenaam, maar ook een beetje kinderachtig tijdverdrijf. Net als ongetwijfeld vele anderen maakte ik als kind lijstjes van mijn favoriete popnummers. Sommige daarvan zie ik terug in de lijst der lijstjes: de Top 2000. Er worden diverse verklaringen gegeven voor het succes van dit toch oubollige programma: het is jeugdsentiment, kweekt een gevoel van saamhorigheid. Ook zou het zekerheid bieden in een almaar veranderende tijd, waar je zo weinig bij kunt voelen. Gelukkig staat ‘Bohemian Rapsody’ dan nog steeds op 1 gevolgd door ‘Hotel California’. Je warmt je eraan als aan een haardvuur. Het zijn ook onverwoestbare nummers.

Muziek nestelt zich als niets anders in je geheugen en is verbonden met herinneringen. Als ik een oude clip van Blondie zie, voel ik opnieuw mijn jongensachtige opwinding. Bij de vroege U2 mijn linkse engagement. Brian Ferry of ABC herinnert me weer aan mijn studententijd en stampvolle, zweterige feestkelders. Daarom is het best aardig die muziek weer eens te horen. Maar je smaak verandert. Daarbij ging ik trouwens soms nog verder terug in de tijd: cooljazz, jaren 70’- funk, fusion.

Als jazzrecensent ben ik vooral geïnteresseerd in het nieuwe. De jaarlijstjes in de jazzbladen waarop ik ben geabonneerd, leg ik graag naast mijn eigen voorkeuren. Ik zie soms verwantschap, maar ook titels die ik misschien over het hoofd heb gezien. Die muziek wil ik alsnog beluisteren. “Lijstjes” verder lezen

Lafbekken en grote bekken

Een aantal gemeentes wil het aan ‘de straat’ overlaten of er een vuurwerkvrije zone komt. Dit experiment was namelijk vorig jaar in een aantal wijken in Den Haag, op een enkel rotje na, een groot succes.

Maar door het aan de burgers over te laten ontlopen deze gemeentes hun verantwoordelijkheid. Zelf hebben ze het over ‘de kracht’ van de burger, zoals de Haagse burgemeester. Een aantal jaren geleden werd immers de term ‘participatiemaatschappij’ uitgevonden, die drastische bezuinigingen op sociale voorzieningen moest verhullen. Sindsdien kijken we weer om naar nooddruftige familieleden, ontspoorde jongeren en ontredderde buren, hoewel inmiddels is gebleken dat dit niet werkt.

Daarbij heb ik me er altijd over verbaasd dat politici het over ‘de wijk’ en ‘de straat’ hebben, omdat die volgens mij niet bestaan of niet meer bestaan, zoals de Haagse Schilderswijk. Daarbij wordt ‘de wijk’ ook nog eens als synoniem van ‘het gewone volk’ gebruikt, terwijl de achtergronden van mensen enorm verschillen. Het is een frase van politici die ver afstaan van de realiteit. “Lafbekken en grote bekken” verder lezen

Hebben is niet altijd ‘houwe’

De discussie over roofkunst is zo oud als de weg naar Rome, maar lijkt, nu Frankrijk bereid is kunstobjecten terug te geven, urgenter dan ooit tevoren.

In Buitenhof zag je aan het zure gezicht van de directeur van het Allard Pierson Museum dat hij helemaal geen zin had om kunst terug te geven, maar als beschaafd mens de discussie wel op een redelijke manier moest voeren. Intussen draaide hij om de hete brij heen.

Als heel jonge museumbezoeker vroeg ik me al af hoe die mummies en maskers in het Rijksmuseum van Oudheden verzeild waren geraakt. Ze stonden immers mijlenver af van de potscherven en pijlpunten die uit de polders opgedolven waren. De Romeinen zijn hier geweest, maar de Egyptenaren? “Hebben is niet altijd ‘houwe’” verder lezen

Helden in brons

Hoe verlicht de maatschappij ook raakt, steeds opnieuw voelen mensen de behoefte aan monumenten en standbeelden, die de openbare ruimte vullen en ons ongewild confronteren met slachtoffers van oorlogen en rampen of helden uit het verleden.

Een heleboel van die helden zijn inmiddels in de vergetelheid geraakt, omdat, ondanks die beelden, de tijd steeds verder wegraakt, bepaalde schrijvers en dichters niet meer worden gelezen. Die beelden zijn eigenlijk het best te pruimen, als iets esthetisch op zich, zij het door de duiven onder gescheten. Ze zijn het gezag dat ze moesten afdwingen allang kwijt. En dat is maar goed ook. Het waren ook maar mensen. Er zit bovendien menig staatsman of militair tussen die – in de koloniën bijvoorbeeld – vuile handen heeft gemaakt. Verworden tot straatmeubilair.

Alle reden dus om een streep te zetten onder dat eeuwige vereeuwigen in staal, marmer of brons. Maar dat gebeurt niet, zie de merkwaardige discussie die op dit moment in Dordrecht plaatsvindt. Daar wil de Prins Willem de Eerste Herinneringsstichting (die bestaat!) een standbeeld van Willem van Oranje laten zetten. In brons. Waarom? Niemand die meer geëerd is dan onze aartsvader. Bij al het historisch onbenul overbekend. Wilhelmus van Nassouwe, ben ik van Duitschen bloed. “Helden in brons” verder lezen