Het begrip ‘duurzaamheid’

                                                                                                                                                                                        

Alles en iedereen heeft het over duurzaamheid tegenwoordig. Alle politieke partijen hebben het woord in hun programma opgenomen, elk nieuw gemeentelijk college heeft ‘een duurzame agenda’. Grote bedrijven als FrieslandCampina hebben er speciale afdelingen voor en er zijn bemiddelingsbureaus voor duurzame banen. Duurzaamheid heet hier  ‘sustainability’, want de banen moeten wel als de gebruikelijke bullshit klinken.

De term, Engels of niet, is geheel ingeburgerd. Mooi zou je denken, omdat een duurzame wereld hierdoor iets dichterbij komt. Maar voor hetzelfde geld kun je zeggen dat de term door dat grootgebruik helemaal niets meer betekent. Duurzaamheid is ook een markt geworden. Elk bedrijf streeft naar een duurzaam imago, want je wilt jezelf niet uit de markt prijzen. Hiervoor heb je je Sustainability Manager. Vaak houdt een bedrijf alleen de schone schijn op.

Het leek zo’n goede term, omdat hij politiek neutraal is en iedereen zich er dus in zou moeten kunnen vinden. “Het begrip ‘duurzaamheid’” verder lezen

Het vermeende wij-gevoel

‘We doen het misschien allemaal wel eens een keer: bellen of appen achter het stuur.’ Presentator Annechien Steenhuizen trekt er een bloedserieus gezicht bij. Terwijl ik van de verbazing zit te bekomen, heb ik al een groot deel van de informatie gemist.

Het is bij het NOS Journaal heel normaal geworden de kijker in de wij-vorm aan te spreken. ‘We zijn met z’n allen steeds meer gaan internetshoppen’. ‘De Olympische 10-kilometer waar we zo naar uitgekeken hebben’. ‘Het vriest en Nederlanders krijgen weer massaal last van schaatskoorts’. Er wordt vaak verzaligd bij gekeken. We zijn onder elkaar.

Er is duidelijk sprake van een strategie: door de ‘wij-vorm’ te gebruiken betrek je automatisch iedereen bij het onderwerp, je slaat een persoonlijke toon staan. Verder creëer je een lekker groepsgevoel, want wie wil er nou niet bij horen? Het gaat altijd om onderwerpen waarvan ‘we’ verondersteld worden te houden: het koningshuis, het Nederlands elftal, op internet zitten, ‘shoppen’, schaatsen. “Het vermeende wij-gevoel” verder lezen

Survival of the fittest

Aan een tuin moet je zo min mogelijk doen. Als hij vol staat met planten en struiken tenminste. Het geestdodende lapje gras dat wij ooit achter ons huis aantroffen, is veranderd in een kleine oase voor insecten, vogels en amfibieën, die lustig tussen de afgevallen bladeren en de wildgroei scharrelen.

Ook aan een geplaveide tuin hoef je niets te doen, maar dan valt er helemaal niets te beleven. Bovendien is er voor dieren niets te eten. Maar dat zal de meer praktisch ingestelde mens waarschijnlijk weinig kunnen schelen.

Om de natuur te plezieren en op haar beloop te laten, zou er eigenlijk massaal moeten worden overgegaan tot ‘steenbreek’: het vervangen van dode tegels voor levende natuur. Maar zie je daar maar eens mee te bemoeien.

Door al die tegelzeeën is mijn piepkleine tuin immens populair bij vogels, die overal voedsel tussen en onder vandaan halen. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat, nu het wat kouder is, er ook vetbolletjes en netjes met pinda’s hangen. Misschien is dat eigenlijk nog niet nodig. “Survival of the fittest” verder lezen

Geen groen asfalt

Natuurmonumenten organiseerde op 25 november in Eemnes een conferentie over het landschap en de natuur van Eemland ‘om de regie bij de omgeving te leggen’ en ‘om een beweging op gang te brengen’. Het initiatief past in de trend om verantwoordelijkheden bij de burger neer te leggen, die de problemen echter vaak niet kan oplossen. Maar het is goed dat er een vorm van inspraak is, mits er geluisterd wordt natuurlijk. Het is vervolgens aan de instanties om – met de verkregen informatie en kritiek in het achterhoofd – de problemen op te lossen. Zij hebben de werkelijke invloed. Natuurmonumenten is voor de Eempolder heel belangrijk: de vereniging bezit langs de Eem verschillende gebieden. Andere belangrijke partijen zijn de overheden en de boeren.

De zorgen over de Eempolder bleken op de goed bezochte conferentie groot en ruim gedeeld: iedereen maakte zich druk over het ‘groene asfalt’, waarop geen bloem meer te zien valt, en over de lage waterstanden waardoor weidevogels er niet meer nestelen. Maar ook over de oprukkende gemeenten, vooral Amersfoort, die grond opkopen om er woningbouw te realiseren. Het dorpje Hoogland is tot verdriet van velen helemaal door de stad opgeslokt.

Andere waarden zijn stilte en ruimte, want waar vind je die tegenwoordig nog? De behoefte aan recreatie moet samengaan met rust. Naar mijn smaak hamert Natuurmonumenten te veel op recreatie, die ook weer onrust en vervuiling met zich meebrengt. “Geen groen asfalt” verder lezen

Meer vliegangst!

Het nieuwe kabinet is naar eigen verkondiging het groenste ooit. Gezien de magere inspanningen die door vorige kabinetten zijn geleverd, is dat al gauw het geval. Bovendien moet Rutte III die pretentie natuurlijk nog gaan waarmaken. Dat er over rechts geformeerd werd, stemt weinig hoopvol. Je ziet het al aan de ministersposten: twee ministers voor veiligheid en geen voor milieu. Bij de presentatie van de plannen ging het als vanouds over ‘de portemonnee’ – je hoort het ze al zeggen aan de borreltafel – in plaats van over grootse visies op milieubeheer of de verdeling van inkomen en zorg, waar de opiniepagina’s vol van staan.

Burgers, die graag naar de overheid wijzen, kunnen natuurlijk ook zelf veel doen, of liever gezegd laten, om het milieu te ontzien. Bijvoorbeeld door duurzaam proberen te leven en minder te consumeren. Men consumeert er echter onverminderd lustig op los. De televisie staat bol van de reis- en kookprogramma’s. Over ‘consuminderen’ hoor je bijna niemand.

Het nieuwe ‘groene’ kabinet geeft zelfs een omgekeerde boodschap af: we moeten juist méér besteden (behalve dan aan eerste levensbehoeften zoals groente en fruit, wat juist weer goed zou zijn, of, om maar eens een dwarsstraat te noemen, aan cultuur, wat voor ondergetekende trouwens ook een eerste levensbehoefte is). Door de koppeling van Economische Zaken en Klimaat zal het klimaatbeleid van dit ouderwetse VVD/CDA-kabinet (met wat nieuwe accentjes) vrees ik vooral neerkomen op duurzaam ondernemen. Er moet immers geld verdiend worden, zodat we het in de woorden van de grote ziener Rutte ‘straks weer allemaal een beetje beter hebben’. “Meer vliegangst!” verder lezen

Herrie

Menig burger zoekt tegenwoordig zijn heil bij elektrische apparaten om zijn tuintje in het gareel te krijgen, waardoor in deze maanden een zeurende koorzang klinkt van invallende elektrische heggenscharen. De blaadjes die daarbij vallen kunnen niet meer worden opgeveegd, maar moeten zo nodig  met bladblazers op een hoop geblazen. Gemak dient de moderne mens, nietwaar? En we moeten per se de nieuwste snufjes hebben.

Het is een soort geluidsoverlast die, anders dan bijvoorbeeld de hele dag harde muziek draaien, kennelijk wordt getolereerd, net als trouwens het langdurig hobbyen aan huizen.

Ook de gemeente laat zich niet onbetuigd. Om de haverklap verschijnen de witte busjes van het groenonderhoud in de straat. Grasmaaiers tollen driftig om hun as om het gras zo kort mogelijk te houden. “Herrie” verder lezen

Landschapspijn

Als kind fietste ik vaak in de polder met mijn ouders. Ik herinner mij bloeiende bermen, ruisende populieren en een tumult van kieviten en grutto’s; veldleeuweriken die stil in de lucht hingen.

Tegenwoordig zie ik kale polders met plat gemaaide bermen. Er huppelen hooguit wat kauwtjes en er staat af en toe een eenzame reiger. Verder natuurlijk de hordes ganzen die op de velden zijn neergestreken. Hoewel een plaag voor de boer, op zich wel mooi. Maar een grutto of kievit zie ik zelden meer, laat staan een veldleeuwerik.

Het aantal weidevogels is drastisch afgenomen. Voor de afname van de biodiversiteit in onze polders, het verdwijnen van planten- en diersoorten, is een treffend woord verzonnen: landschapspijn. “Landschapspijn” verder lezen

Weerpraat

We worden overspoeld met weerpraat. Op de televisie is het volgens mij ooit met Erwin Kroll begonnen. Daarvoor werd er boven het hoofd van de nieuwslezer gewoon een weerkaartje geprojecteerd, waarop het enige stond wat je eigenlijk van het weer hoeft te weten: hoe warm wordt het, waait het, en vooral: blijft het droog? En dan alleen in Nederland.

Het weer is inmiddels een heel verhaal geworden. Het heeft een eigen taal, die soms ronduit avontuurlijke vormen aanneemt. Je zou er een zoveelste taalboekje over kunnen schrijven en misschien is dat er al, of in wording. En waarom ook niet.

Er wordt aandacht aan het weer besteed in de breedste zin van het woord: het weer in Europa, een komend front van de oceaan, tornado’s op het oostelijk halfrond, allerlei natuurkundige verklaringen: je wordt met zoveel informatie bestookt, dat het belangrijkste vaak niet blijft hangen, wat voorheen gewoon op zo’n weerkaartje stond. Moet ik een paraplu meenemen of niet?

Wat behalve al die extra informatie ook erg afleidt, is de taal. “Weerpraat” verder lezen

Na-apers

Er wordt weer heel wat af gefocust de laatste tijd, wat vooral komt door de Olympische Spelen. Sporters zijn nou eenmaal vaak niet de meest bedreven taalgebruikers en trainers en coaches (ook Engelse woorden trouwens) bedienen zich altijd graag van Engelse termen, omdat die hen professioneler doen overkomen. Het roept bij mij juist wantrouwen op omdat het eerder inhoud lijkt te verhullen.

Mensen verraden zich door hun taalgebruik. Woorden als focussen, framing of mindset, die niet van de lucht zijn, geven aan dat degenen die ze gebruiken ergens bij wil horen of niet eerst goed nadenken voordat ze iets zeggen. Het zijn na-apers.

Ik ben niet tegen leenwoorden, maar wel als er goede Nederlandse woorden voor bestaan. “Na-apers” verder lezen

Ontflauwekullen

‘Marokkaanse sociale mediagebruikers ontvolgen massaal de drie grootse Marokkaanse telecombedrijven op Facebook en Twitter’, las ik laatst. De week ervoor stond in mijn ochtendkrant de vraag: ‘Gaat u ook uw huis ontspullen?’

Het voorvoegsel ‘ont’ grijpt al een tijd om zich heen: zo moeten wij al enige tijd onthaasten en ontstressen, de PvdA is al heel lang aan het ontideoligiseren en de maatschappij lijdt aan een toenemende ontlezing.

‘Ont’ heeft van oudsher verschillende betekenissen: het geeft het begin van een handeling aan (ontbijten, ontbloten, ontbranden) of het geeft een verwijdering of tegenstelling aan (ontbossen, ontheiligen, ontgroeien). De nieuwe vormen horen allemaal tot de laatste categorie.

Die verwijdering kan wenselijk of onwenselijk zijn: we streven allemaal naar onthaasting, maar niemand is voor ontlezing. Soms is het een kwestie van opinie, zoals ontpoldering, waar ik als polderliefhebber een duidelijke mening over heb. Een ander voorbeeld is ontkerkelijking.

De woorden zeggen, zoals altijd, iets over de huidige tijd. Zonder sociale media hoef je helemaal niet te ontvrienden. “Ontflauwekullen” verder lezen