Mos

peutert tegels los
vlijt zich ertussen

stroomt, als je het toestaat,
als kleine rivieren

over het terras
stolt in de hoeken

tot poezenvacht
bedekt herinnering.

Een helende plek

Probeer jezelf een vergeten plek te herinneren
een plek zo overwoekerd en stil omdat niemand
er ooit verblijven wil en waar ook niemand
ooit maar brood in zag, een plek die even terzijde lag

onzichtbaar achter een onzichtbare schuur
permanent in de schaduw en met bladeren bedekt
waarin dingen verdwijnen en tijd en duur
en zorg dat je zo’n plek als enige ontdekt.

 

Voorjaarskolder

Het had kouder moeten zijn
maar de vlieg vergist zich niet
al zit hij gevangen op zolder

in een vroeg vallend donker
en vliegt hij naar de zon
die hij in het spotlicht ziet

waarmee de vergissing begon
en dat zijn tragiek belicht:
zijn vroege voorjaarskolder.

Spotvogel

Volgens Natuurmonumenten
doet hij ons land weleens aan

hij zit bij Koos Dijksterhuis,
Hans Dorrestijn, bij Nico de Haan

maar mijn tuin zal die
wel weer overslaan.

Narcissus

Zijn nagels krassen
takken op het raam
leg een mus maar
uit wat glas is

hardleers vliegt hij aan
zoekt zijn houvast:
de plint waarop hij zit
het harde oppervlak

waarachter de mus
verrukt met zijn vleugels
klapt, als een kleine,
grijze Narcissus.

(inzending Turing Gedichtenwedstrijd 2017)

De kleren van de keizer

De lente schonk gul haar kleuren
verfde koppen en vleugels bont
maar vergat de mus
die maar niet begrijpen kon
waarom alleen hij

in de grondverf was gebleven,
terwijl zijn kleurloosheid
hem juist tot eer moest
strekken: het pronken
immers dom en onbescheiden

maar telkens weer ongelovig
naar zichzelf kwam kijken
fladderend voor de ramen
of hij zich niet vergist had
of zijn veren toch niet blonken.

(inzending Turing Gedichtenwedstrijd 2017)

Diogenes zocht een mens

Diogenes zocht een mens
in Athene dat de wereld was
en de markt haar hart
vol woeker en gewin

in bruine pij duikt hij weer op
op zeventiende-eeuwse doeken
onopgemerkt door de menigte
herkenbaar voor het goede oog

ook nu blijft hij hem zoeken
op virtuele markten dolend
voor iedereen onzichtbaar
met het geduld van de filosoof

Diogenes zoekt de mens
omdat die hem nog niet zinde
oprechtheid is helaas nog steeds
met geen lantaarn te vinden.

Verdriet

Om zich met kleine vogels te troosten
kocht ze tien stuks bollen vet
verpakt in nostalgisch bruine zakken
van onbedrukt stevig papier

de takken bogen licht door
toen ze werden opgehangen
de bollen glommen van
te verzadigen honger

ze werden meteen door
grote kluwen kraaien besprongen
om zwart als de dood
haar verdriet uit te hakken.

(inzending Turing Gedichtenwedstrijd 2017)

La dame au jabot huivert

Voor wie sta ik hier tentoon?
Hiervoor heb ik mij niet mooi
gemaakt met deze kanten kraag,
wit wolkend plooi voor plooi,
nog niet zo lang en vogue geraakt

Wie zijn die hordes kijkers
die schaamteloos met een klein
zwart kastje langs mijn plooien
strijken, ooit met aandachtige
streken vol bewondering gemaakt?

Ik krijg er gewoon de kriebels van
knap van ergernis uit mijn japon,
maar laat dit, dame die ik nog altijd ben,
natuurlijk niet voor hen blijken,
door steeds superieur weg te kijken.

 

Naar: ‘La dame au jabot’, Kees van Dongen, 1911

Zelfportret Van Gogh

Zijn gezicht valt uiteen
in duizenden kleuren

een regenboog die
uit de hemel viel

daarachter schemert
in het oogzwart zijn ziel

hij kijkt niemand aan
elke streep is een traan.

 

Naar: ‘Zelfportret met vilthoed’, Vincent van Gogh, 1887 -1888

(inzending Turing Gedichtenwedstrijd 2015)