GoGo Penguin klinkt nog compacter

Over ‘A Humdrum Star’ van GoGo Penguin 

Het valt niet mee tussen de hausse aan pianotrio’s op te vallen, ook als je gebruik maakt van elektronica. Klonk GoGo Penguin op zijn debuutalbum ‘Fanfares’ nog weinig uitgesproken, sinds opvolger ‘V2.O’ beschikt de band over een uit duizenden herkenbaar geluid. Dat was voor een belangrijk deel te danken aan de komst van bassist Nick Blacka, die een stevige basis onder de nummers legde. Zijn basspel bleek met de snelle drumpartijen van Rob Turner en de ijle, klassieke pianoklanken van Chris Illingworth een gouden combinatie te vormen: ‘V2.O’ viel in alle opzichten in de prijzen en GoGo Penguin mocht gaan opnemen voor Blue Note.

Na ‘Man Made Object’ uit 2016 is er nu alweer een vierde album van de groep uit Manchester, ‘A Humdrum Star’, waarop hun kenmerkende geluid zich nog verder ontwikkeld heeft. “GoGo Penguin klinkt nog compacter” verder lezen

De lange weg naar berusting

Over ‘Binnenplaats’ van Joost Baars                                   

Dat een debutant meteen de VSB Poëzieprijs wint, stemt nieuwsgierig. ‘Binnenplaats’ van Joost Baars blijkt een ambitieuze bundel waarin je flink je tanden moet zetten.

De bundel lijkt op het eerste oog nogal onsamenhangend met eerst een aantal gedichten over een ‘Jij’, met hoofdletter geschreven, daarna een afdeling gedichten met titels als ‘Karl Marx’ en ‘Hannah Arendt’, dan plotseling vertalingen van negentiende-eeuwse sonnetten en vervolgens een reeks vogelgedichten. Na herlezing blijkt hier wel degelijk een rode draad in te zitten.

‘Binnenplaats’ opent met een apart staand gedicht waarin minutieus wordt beschreven hoe de vrouw van de ‘ik’ plotseling ter aarde stort en met een ambulance wordt weggevoerd. In de afdeling die daarop volgt, blijkt zij te zijn overleden: het licht van zijn bureaulamp is een ‘zinsbegoocheling’, ‘nu even zeker als het leven van mijn vrouw’. In maar liefst zestien titelloze gedichten vol gemis, verlangen en vertwijfeling wordt de ‘Jij’ of ‘Jou’ aangesproken, in een poging over de dood heen contact met haar te krijgen. Zij kan echter alleen nog maar bestaan in de taal, die opwelt ‘uit een plek in mij die niet klinkt/waar de taal waarmee ik dit zeg/niet bestaat, totdat Jij het zegt’, waarbij zij zich ‘in elk gesprek aan alle taalweerslag onttrekt’.

Door het willen terugroepen van de gestorven geliefde in poëzie, doen deze gedichten erg denken aan ‘Doodsbloei’ van Pieter Boskma, waarin deze de rouw over zijn gestorven vrouw verwerkt. “De lange weg naar berusting” verder lezen

Hopeloze gevallen uit de provincie

Over ‘De heilige Rita’ van Tommy Wieringa

Joe Speedboot was het ultieme jongensboek en is niet voor niets een hit op leeslijsten van middelbare scholieren. En ook meisjes kunnen het boek wel waarderen, omdat het toch om leeftijdsgenoten gaat en er een hoop opwindende dingen in gebeuren.

Tommy Wieringa’s laatste boek De heilige Rita zou je opnieuw een jongensboek kunnen noemen, zij het dan voor oudere mannen. De jongens gaan op avontuur en de meisjes hebben een dubieuze reputatie, hoewel zich aan het eind van het boek een serieuze partner voor hoofdpersoon Paul Krüzen aandient, maar dan gaat het eigenlijk al niet meer goed met hem.

Na boeken die zich in Engeland en Egypte afspeelden (Caesarion) en in de voormalige Sovjet-Unie (Dit zijn de namen), heeft de handeling weer plaats in de provincie in opnieuw een fictief plaatsje, net als in Dit zijn de namen een grensstadje. Dat laatste levert immers interessante romanstof op vanwege de tegenstellingen die voor het oprapen liggen. “Hopeloze gevallen uit de provincie” verder lezen

Zoektocht naar jezelf

Over ‘In goede handen’ van Robbert Welagen

Je moet als schrijver van goeden huize komen om nog origineel te zijn. Als aan het begin van In goede handen, de nieuwe roman van Robbert Welagen, hoofdpersoon Erik Bergmans vanuit de trein zichzelf op het perron ziet lopen houd je je hart vast: weer een roman met een dubbelgangersmotief. De hoofpersoon is zo geïntrigeerd door het gegeven dat er een andere versie van hemzelf bestaat, dat hij de trein uitstapt en hem volgt. Net als Dorbeck in De donkere kamer van Damocles, het klassieke dubbelgangersboek uit de Nederlandse literatuur, is de ander een betere versie van hemzelf: iemand met een goede baan, een mooie vrouw, kinderen, een mooi huis in een chique Amsterdamse wijk, enzovoort. Hijzelf kwam op ‘het ongeplaveide pad der kunstzinnigheid’ en werkt als illustrator. Hij hokt met zijn vriendin op een appartement op vier hoog ‘dat niet in verbinding lijkt te staan met de aarde, maar er boven lijkt te zweven’. De ander leidt het leven dat hijzelf graag zou willen hebben, met ‘keuzemogelijkheden, comfort’.

Het eerste deel van de roman gaat over de zoektocht naar deze ander. Maar hij kan het huis niet meer vinden, het mist ook nog eens. Hij wordt gebeld en is ervan overtuigd dat het deze andere ik is. Welagen creëert hiermee een geheimzinnige magisch-realistische sfeer. De ander is een soort Joachim Stiller, de mysterieuze figuur uit Hubert Lampo’s De komst van Joachim Stiller, een andere titel die mij bij het lezen te binnen schoot. “Zoektocht naar jezelf” verder lezen

Verlangen naar vergeving

Over ‘De Onderwaterzwemmer’ van P.F. Thomése

P.F. Thomése werd bij een groter publiek bekend met Schaduwkind, waarin hij het verlies van zijn jong gestorven dochtertje probeert te begrijpen; geen sentimenteel boek, want voor sentimentaliteit is hij huiverig. En daar is hij ook een veel te goede schrijver voor.

Thomése wilde al lang over zijn jong gestorven vader schrijven, hoewel hij dat, op verhulde wijze, al in zijn bekroonde debuut Zuidland had gedaan. Hij heeft nog overwogen dit boek aan zijn vader op te dragen, maar zag ervan af omdat hij niet als een autobiografisch schrijver geboekstaafd wilde worden. Dat is hij ook niet. Hij gebruikt autobiografische elementen voor literatuur, niet andersom. Zelfs zijn schelmenromans over zijn vriend J. Kessels, waarin hij zelf de hoofdrol speelt, zijn van A tot Z verzonnen en druipen van de ironie. Het is een lange neus naar die critici die Thomése verwijten zelf ook autobiografisch te schrijven, terwijl hij zich hier eerder altijd zo tegen had afgezet.

De J. Kessels-boeken zijn dan wel erg grappig, het blijven intermezzo’s in het serieuze werk van Thomése, met fantastische romans als Het zesde bedrijf (1999) en De weldoener (2010).

Zijn nieuwe roman De Onderwaterzwemmer, hoewel thematisch verwant aan Schaduwkind, past in dit rijtje klassieke romans. “Verlangen naar vergeving” verder lezen

Een historische ideeënroman

Over ‘Groundhay, tuinscène’ van Marente de Moor

Marente de Moor’s nieuwe roman ,’Groundhay, tuinscène’, speelt aan het eind van de negentiende eeuw.  Aan het begin van het boek is Valéry Barre, een uitvinder, met de trein op weg naar Parijs om een idee te patenteren, als hij plotseling voor de mogelijke gevolgen van zijn uitvinding terugschrikt en bij een slaperige provincieplaats uitstapt om spoorloos te verdwijnen.

Uitgangspunt voor het boek was de verdwijning van de maker van het eerste bewegende materiaal, Louis Le Prince, die hier dus Barre heet. Het filmpje dat geen drie tellen duurt, en ‘Groundhay, tuinscène’ heet, toont vier goedgeklede, voorname mensen, twee vrouwen en twee mannen, wandelend in een tuin. Le Prince heeft nooit krediet gekregen voor zijn uitvinding.

Eind negentiende eeuw gonst het van de ideeën. De roman staat vol advertentieteksten voor zulke al dan niet verzonnen hersenspinsels. De een nog krankzinniger dan de ander. Zoals de antifoon waarmee je geluid kunt filteren en zelfs de scherpe kantjes van het Duits afhaalt of de glutineuze memoriaal waarmee je zelf bepaalt wat je onthoudt, ‘gooi weg dat loodzware geweten’.

Het is een snel veranderende tijd, waarin belangrijke uitvindingen worden gedaan als die van elektriciteit en licht en het leven in een hogere versnelling gaat ‘Alles werd afgeraffeld. Hoe vermoeiend en armoedig was het leven geworden, terwijl het […] nog geen twee decennia terug, vriendelijk, rustig en kloppend was geweest.’ Barre observeert medereizigers die om de haverklap op hun zakhorloge kijken. De parallel met de huidige tijd dringt zich op. Ook wij klagen over hectiek, waarin alles snel snel snel moet; in de trein word je voortdurend geconfronteerd met medepassagiers die maar op hun mobiele telefoontje loeren. Het bij de tijd willen zijn is van alle tijden.

Marente de Moor noemt zichzelf geen moralistische schrijver. Waar het haar onder andere in dit boek om ging was het stellen van vragen rondom leven en het vastleggen daarvan. “Een historische ideeënroman” verder lezen