Moby Niks                                                            12 augustus 2018

De titel van dit nieuwe boekenprogramma is mooi gekozen, want er zijn weinig boeken die zo tot de verbeelding spreken als Moby Dick, al hebben maar weinigen het gelezen. Maar bij die goede titel blijft het. En dat viel te verwachten, voor wie het format al had gezien. Het programma smaakt net zo min naar literatuur als een boterham naar vis waar even een haring langs is gestreken.
Naar een presentator hoefde jammer genoeg niet te worden gezocht. Matthijs van Nieuwkerk heeft het programma voor zichzelf verzonnen. Dat betekent dat we weer aan die aalgladde presentatie vastzitten. Dat snelle toontje blijkt hij niet meer te kunnen afwennen: opnieuw ligt het tempo hoog, hoewel iets minder dan op het racecircuit van DWDD. Bij iets bedachtzaams als boeken zou je juist wat rust wensen om de gedeelde inzichten en scherpe vragen zelf te kunnen afwegen.
Ook als gasten is gekozen voor vlotte sprekers: een presentatrice en een hoogleraar (Dieuwertje Blok en Ben Feringa). Ze praten dus heel onderhoudend en zijn natuurlijk beslist niet dom. Maar wat je vooraf al weet gebeurt: de boeken zijn alleen maar de opmaat voor uitweidingen over zichzelf en het eigen vakgebied, waarover met het meeste enthousiasme wordt gesproken. Interessant hoor, die nanotechnologie, maar dit hoort te gaan over boeken! Moby Dick blijkt niet meer dan de zoveelste talkshow met BN'ers, die nu eenmaal de meeste kijkers trekken.
Daarbij betreffen de gekozen boeken bijna uitsluitend non-fictie, waardoor het programma lekker aansluit bij de trend. Gelukkig geen moeilijke literatuur, die niet eens waar is gebeurd. Alleen Judith Herzberg komt even langs, hoewel de betekenis van het gedicht zeer aan de oppervlakte blijft. Van Nieuwkerk moet zelf ook nog zo nodig een gedicht voorlezen - waarvoor hij ongeveer de laatst aangewezen persoon is – waarop vervolgens helemaal niets volgt. Bêta Ben Feringa bevestigt nog met veel zwier een vooroordeel door met de Donald Duck te gaan zwaaien. Heerlijk vindt iedereen het. Als een Nobelprijswinnaar hier al voor mag uitkomen... Geen schande hoor, maar waar ging het programma ook alweer over?
Van Nieuwkerk probeert zijn gasten met zijn bekende gewiekstheid van alles boud in de mond te leggen, maar daar lenen ze zich gelukkig niet voor. Zijn vraagstelling komt vaak nogal krampachtig over. Zo belangrijk zijn die boeken nou ook weer niet. Ook bedient hij zich weer met veel gemak van het platte marketingproza dat je tegenwoordig vaak op boekomslagen aantreft (ook van serieuze literatuur!) en dat altijd gebezigd wordt door de boekverkopers van het DWDD-boekenpanel: een boek 'dat een dreun uitdeelt', 'hartverscheurend' is. En dat allemaal om de oppervlakkigheid te maskeren.
De afsluiter is van een dodelijke schoolsheid, die wel door een stagiair communicatie lijkt te zijn verzonnen. Welk boek van de ander neem je mee naar huis? En zonder te vragen waarom. Het is ook alleen maar beleefdheid. Lekker lezen! roept Van Nieuwkerk ons kleuters nog op professionele wijze toe, waardoor je je verbaasd herinnert dat het eigenlijk om dit lezen te doen was. Van hopelijk goede en interessante boeken.
Het enige inzicht dat de kijker aan dit programma overhoudt is dat boeken je kunnen inspireren. Ja, dat raad je de koekoek. Waarom een boekenprogramma maken als het niet over boeken mag gaan? Kon er van een speciaal subsidiepotje gebruik gemaakt worden? Moest er beantwoord worden aan in beleidsvisies strategisch geformuleerde doelen?
Volgens Peter Rosendaal van CPNB zijn boekenprogramma's als ooit van Van Dis niet meer van deze tijd, wat een verbijsterende conclusie is voor wie zichzelf als lezer serieus neemt. Hopelijk zal snel blijken dat ook dit format niet werkt, en worden we weer snel verlost van de zoveelste popularisering van de cultuur.

Oproep tot nieuwe lobby's                                          9 augustus 2018     

Een aantal gemeentes wil een rookverbod op straat. In Rotterdam gaat het initiatief hiertoe uit van het Erasmus MC en twee omliggende scholen. Begrijpelijk, want roken associeer je liever niet met zieken en scholieren, hoewel beide groepen redenen genoeg hebben om af en toe wat stoom af te blazen. De maatregel zal overigens geen zoden aan de dijk zetten. Het is bekend dat scholieren van scholen met een rookvrij schoolplein gewoon verderop in een straat gaan staan roken.
Het streven horeca en overheidsgebouwen rookvrij te maken lijkt op straat te worden voortgezet. Er was al discussie over het roken op terrassen. In Groningen wil men een rookverbod rond theaters. Het is een soort landjepik van de antirooklobby geworden.
Het is goed dat de blauwe rook in restaurants is opgetrokken. Door al die nicotine proefde je niets anders meer. De rookkamer met leren stoelen waarin de roker met zijn goede sigaar kon wegzinken, was een goede oplossing. Net als de speciale rookholen waar beroepsgroepen als docenten en verplegend personeel de spanning van hun hondenbaan konden wegblazen. Stress is ook dodelijk. Iedereen tevreden zou je zeggen, maar de rookruimtes moesten worden opgedoekt. Terwijl de niet-roker deze ruimtes kon mijden als de pest.
Op straat is dat misschien lastig. Maar ja, de rook van een enkele sigaret verwaait. En dat is het probleem met deze voorstellen. Kun je over roken in openbare gebouwen met recht zeggen dat de gezondheid van de mee-roker hieronder lijdt, op straat geldt dat niet, tenzij je er pal naast gaat staan natuurlijk. Het is dus niets anders dan ordinaire betutteling.
Waar je op straat wel veel last van hebt, zijn de giftige uitlaatgassen van voortdurend voorbij puffende auto's en motoren, de fijnstof die 's winters door duizenden houtkachels wordt uitgehoest, of de verstikkende walm van al die barbecues op zwoele zomeravonden. En daar is geen ontkomen aan, behalve door snel naar binnen te vluchten. Zelfs in je eigen achtertuin ben je niet veilig.
Doe dáár wat aan! Maar hiervoor bestaan bij mijn weten nog geen speciale lobby's.
Bij deze een voorzet.

Het begrip 'duurzaamheid'                                             13 juli 2018

Alles en iedereen heeft het over duurzaamheid tegenwoordig. Alle politieke partijen hebben het woord in hun programma opgenomen, elk nieuw gemeentelijk college heeft 'een duurzame agenda'. Grote bedrijven als FrieslandCampina hebben er speciale afdelingen voor en er zijn bemiddelingsbureaus voor duurzame banen. Duurzaamheid heet hier 'sustainability', want de banen moeten wel als de gebruikelijke bullshit klinken.
De term, Engels of niet, is geheel ingeburgerd. Mooi zou je denken, omdat een duurzame wereld hierdoor iets dichterbij komt. Maar voor hetzelfde geld kun je zeggen dat de term door dat grootgebruik helemaal niets meer betekent. Duurzaamheid is ook een markt geworden. Elk bedrijf streeft naar een duurzaam imago, want je wilt jezelf niet uit de markt prijzen. Hiervoor heb je je Sustainability Manager. Vaak houdt een bedrijf alleen de schone schijn op.
Het leek zo'n goede term, omdat hij politiek neutraal is en iedereen zich er dus in zou moeten kunnen vinden. En dat was belangrijk omdat het om de toekomst van de aarde en al haar bewoners - mens, plant en dier - gaat. Als alle mensen zich 'duurzaam' zouden gaan gedragen, dan zouden we de teloorgang van natuur en milieu kunnen keren. In dat opzicht is het mooi dat de term zo breed is omarmd.
Wat de politiek, het bedrijfsleven en diverse maatschappelijke organisaties onder 'duurzaamheid' verstaan, bleek deze week met de presentatie van de Klimaatwet. Het goede van deze wet is de wil om over te schakelen op duurzame energiebronnen, zoals zon, wind en water. Het slechte dat bedrijven hiervoor niet willen betalen, de landbouw te veel wordt ontzien en een belangrijke vervuiler als het vliegverkeer buiten beschouwing is gelaten.
Rekening rijden, een vleestaks, het bleek politiek te beladen. Over een vliegtaks wordt door het kabinet wel gesproken, maar de bedragen (zeven tot veertig euro) zijn een lachertje. Het bedrijfsleven eist honderden miljoenen compensatie voor duurzame investeringen omdat het rendement van management en aandeelhouders anders in gevaar komt. Zelf hebben ze het dan over het behoud van banen; de aloude chantage.
Het oude economische denken bleef dominant. Hoewel er ook over gedrag werd gesproken, hoorde je geen woord over de overmatige consumptie die, samen met de explosief groeiende wereldbevolking, de duurzaamheid van onze planeet aantast. Economische groei blijft het devies, met duurzame producten kan winst worden gemaakt (er moet van alles worden aangeschaft: elektrische auto's, zonnepanelen, een warmtepomp), en de energierekening kan omlaag.
Dat laatste kan echter ook door minder elektriciteit te gebruiken. Verder kun je milieuwinst halen door de auto vaker te laten staan, minder (ver) op vakantie te gaan, niet steeds een nieuwe jurk of bank te kopen omdat de vorige je verveelt, zuinig met je spullen om te gaan, en deze te repareren in plaats van weg te smijten, om maar wat te noemen. Door echt duurzaam gedrag dus. Dan zouden we het land niet helemaal vol hoeven te zetten met lelijke windmolenparken en zonneweides. Maar daar zijn de meesten (nog?) niet aan toe.

Het vermeende wij-gevoel                                                10 maart 2018

'We doen het misschien allemaal wel eens een keer: bellen of appen achter het stuur.' Presentator Annechien Steenhuizen trekt er een bloedserieus gezicht bij. Terwijl ik van de verbazing zit te bekomen, heb ik al een groot deel van de informatie gemist.
Het is bij het NOS Journaal heel normaal geworden de kijker in de wij-vorm aan te spreken. 'We zijn met z'n allen steeds meer gaan internetshoppen'. 'De Olympische 10-kilometer waar we zo naar uitgekeken hebben'. 'Het vriest en Nederlanders krijgen weer massaal last van schaatskoorts'. Er wordt vaak verzaligd bij gekeken. We zijn onder elkaar.
Er is duidelijk sprake van een strategie: door de 'wij-vorm' te gebruiken betrek je automatisch iedereen bij het onderwerp, je slaat een persoonlijke toon aan. Verder creëer je een lekker groepsgevoel, want wie wil er nou niet bij horen? Het gaat altijd om onderwerpen waarvan 'we' verondersteld worden te houden: het koningshuis, het Nederlands elftal, op internet zitten, 'shoppen', schaatsen.
Bij mij bewerkstelligen ze het omgekeerde: ik krijg er acute jeuk van, en dat zal ongetwijfeld niet alleen voor mij gelden. Als ik naar het journaal kijk, wil ik afstand om mij puur op de informatie te kunnen richten, waar het bij het journaal om moet gaan.

Lees verder:Het vermeende wij-gevoel

Survival of the fittest                                                                                                 9 januari 2018

Aan een tuin moet je zo min mogelijk doen. Als hij vol staat met planten en struiken tenminste. Het geestdodende lapje gras dat wij ooit achter ons huis aantroffen, is veranderd in een kleine oase voor insecten, vogels en amfibieën, die lustig tussen de afgevallen bladeren en de wildgroei scharrelen.
Ook aan een geplaveide tuin hoef je niets te doen, maar dan valt er helemaal niets te beleven. Bovendien is er voor dieren niets te eten. Maar dat zal de meer praktisch ingestelde mens waarschijnlijk weinig kunnen schelen.
Om de natuur te plezieren en op haar beloop te laten, zou er eigenlijk massaal moeten worden overgegaan tot 'steenbreek': het vervangen van dode tegels voor levende natuur. Maar zie je daar maar eens mee te bemoeien.
Door al die tegelzeeën is mijn piepkleine tuin immens populair bij vogels, die overal voedsel tussen en onder vandaan halen. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat, nu het wat kouder is, er ook vetbolletjes en netjes met pinda's hangen. Misschien is dat eigenlijk nog niet nodig.
We hangen dit voedsel natuurlijk ook op voor onszelf, om elke dag bonte en uitbundige vogeltaferelen te kunnen aanschouwen. Het gaat ons hierbij vooral om de kleinste, want kleurrijkste vogels. Veel moderne voedersystemen zijn zo ingericht dat de grotere vogels er niet bij kunnen, wat natuurlijk oneerlijk is, want die beesten hebben ook honger.

Lees verder:Survival of the fittest

De robot rukt op                                                                                18 november 2017

Het vmbo en in het verlengde daarvan het mbo worden ten onrechte niet voor vol aangezien.
Onder invloed van het niet aflatende carrière-denken worden kinderen die eigenlijk op het vmbo horen, door hun ouders naar de havo geduwd. Je wilt je kind toch niet tekort doen.
Sociaaldemocraten denken uit emancipatieoverwegingen dat het geluk van vmbo-leerlingen op de havo ligt: leerlingen moeten doorstromen omdat hierdoor hun kansen op de arbeidsmarkt worden vergroot. Voor dit soort leerlingen is op het vmbo een theoretische leerweg gecreëerd, vergelijkbaar met de oude mavo, die aansluit op het 'vervolgtraject'. Daarna zag je dat, speciaal om aan deze ambitie tegemoet te komen, de categorale MAVO weer terugkwam. Die is trouwens ook een stuk netter.
Uiteraard moet er de mogelijkheid zijn voor vmbo-leerlingen om naar de havo door te stromen (net zoals die weer naar het vwo moeten kunnen). Ieder moet in zijn eigen tempo kunnen leren. Lang leve de laatbloeiers! De vraag is alleen of ze er altijd gelukkiger van worden.
Docenten denken vaak van wel. Aan vmbo-leerlingen werd gevraagd wie er naar de havo door zou willen. Grote tevredenheid wanneer een groot gedeelte van de klas dit wilde (niet toevallig op een brede scholengemeenschap) en verbazing toen de vingers omlaag bleven. Echt helemaal niemand?

Lees verder:De robot rukt op

Meer vliegangst!                                                               23 oktober 2017

Het nieuwe kabinet is naar eigen verkondiging het groenste ooit. Gezien de magere inspanningen die door vorige kabinetten zijn geleverd, is dat al gauw het geval. Bovendien moet Rutte III die pretentie natuurlijk nog gaan waarmaken. Dat er over rechts geformeerd werd, stemt weinig hoopvol. Je ziet het al aan de ministersposten: twee ministers voor veiligheid en geen voor milieu. Bij de presentatie van de plannen ging het als vanouds over 'de portemonnee' – je hoort het ze al zeggen aan de borreltafel - in plaats van over grootse visies op milieubeheer of de verdeling van inkomen en zorg, waar de opiniepagina's vol mee staan.
Burgers, die graag naar de overheid wijzen, kunnen natuurlijk ook zelf veel doen, of liever gezegd laten, om het milieu te ontzien. Bijvoorbeeld door duurzaam proberen te leven en minder te consumeren. Men consumeert er echter onverminderd lustig op los. De televisie staat bol van de reis- en kookprogramma's. Over 'consuminderen' hoor je bijna niemand.
Het nieuwe 'groene' kabinet geeft zelfs een omgekeerde boodschap af: we moeten juist méér besteden (behalve dan aan eerste levensbehoeften zoals groente en fruit, wat juist weer goed zou zijn, of, om maar eens een dwarsstraat te noemen, aan cultuur, wat voor ondergetekende trouwens ook een eerste levensbehoefte is). Door de koppeling van Economische Zaken en Klimaat zal het klimaatbeleid van dit ouderwetse VVD/CDA-kabinet (met wat nieuwe accentjes) vrees ik vooral neerkomen op duurzaam ondernemen. Er moet immers geld verdiend worden, zodat we het in de woorden van de grote ziener Rutte 'straks weer allemaal een beetje beter hebben'.

Lees verder:Meer vliegangst!

Het boze eendje Buma                                                   10 september 2017

Er wordt veel aandacht besteed aan de H.J. Schoo-lezing van Sybrand Buma, die helemaal niets nieuws bevat. Wat Buma doet is alleen maar keihard kwaken. Je schiet er bijna van in de lach.
Het pleidooi voor een nationale identiteit kennen we al lang van populistisch-rechts. Balkenende had het in het kielzog hiervan al over de herwaardering van normen en waarden. Rutte vond dat we weer eens gewoon moesten gaan doen. Buma haakt in op deze trend door het op te nemen voor de boze burgers, die hij 'gewone Nederlanders' noemt. Deze burgers zijn terecht boos, omdat hun nationale identiteit onder druk staat, omdat zij zich bijvoorbeeld niet meer als Zwarte Piet mogen schminken. Het CDA wil opkomen voor deze burgers, door dit soort goede oude Nederlandse tradities te beschermen. Vanuit deze manier van denken is ook het absurde idee ontstaan om kinderen op school staand het Wilhelmus te laten zingen. Ik zou het mijn kinderen verbieden.
Het is betreurenswaardig dat gevestigde politieke partijen zich tot symboolpolitiek verlagen in de hoop dat het ze electoraal gewin oplevert, want dat is natuurlijk een belangrijke motivatie. Buma is, zoals dat heet, 'in een gat gesprongen', samen met een heleboel andere partijen overigens.

Lees verder:Het boze eendje Buma