Geen groen asfalt!                                                                                                       1 december 2017

Natuurmonumenten organiseerde op 25 november in Eemnes een conferentie over het landschap en de natuur van Eemland 'om de regie bij de omgeving te leggen' en 'om een beweging op gang te brengen'. Het initiatief past in de trend om verantwoordelijkheden bij de burger neer te leggen, die de problemen echter vaak niet kan oplossen. Maar het is goed dat er een vorm van inspraak is, mits er geluisterd wordt natuurlijk. Het is vervolgens aan de instanties om – met de verkregen informatie en kritiek in het achterhoofd - de problemen op te lossen. Zij hebben de werkelijke invloed. Natuurmonumenten is voor de Eempolder heel belangrijk: de vereniging bezit langs de Eem verschillende gebieden. Andere belangrijke partijen zijn de overheden en de boeren.
De zorgen over de Eempolder bleken op de goed bezochte conferentie groot en ruim gedeeld: iedereen maakte zich druk over het 'groene asfalt', waarop geen bloem meer te zien valt, en over de lage waterstanden waardoor weidevogels er niet meer nestelen. Maar ook over de oprukkende gemeenten, vooral Amersfoort, die grond opkopen om er woningbouw te realiseren. Het dorpje Hoogland is tot verdriet van velen helemaal door de stad opgeslokt.
Andere waarden zijn stilte en ruimte, want waar vind je die tegenwoordig nog? De behoefte aan recreatie moet samengaan met rust. Naar mijn smaak hamert Natuurmonumenten te veel op recreatie, die ook weer onrust en vervuiling met zich meebrengt. Je hoeft niet overal te kunnen komen en soms moet je de moeite nemen om een beetje om te fietsen, waar de echte liefhebbers niet over zullen klagen. Verder is de polder geen speeltuin voor evenementen die de rust in onze tijd toch al te vaak verstoren, zoals het verwerpelijke plan voor een groot evenement aan de Eem. Zoiets hoort hier niet thuis. De natuur is een 'beleving' op zich. Ga er wandelen, fietsen of roeien.

Lees verder:Geen groen asfalt

Herrie                                                                                  6 juli 2017

Menig burger zoekt tegenwoordig zijn heil bij elektrische apparaten om zijn tuintje in het gareel te krijgen, waardoor in deze maanden een zeurende koorzang klinkt van invallende elektrische heggenscharen. De blaadjes die daarbij vallen kunnen niet meer worden opgeveegd, maar moeten zo nodig met bladblazers op een hoop geblazen. Gemak dient de moderne mens, nietwaar? En we moeten per se de nieuwste snufjes hebben.
Het is een soort geluidsoverlast die, anders dan bijvoorbeeld de hele dag harde muziek draaien, kennelijk wordt getolereerd, net als trouwens het langdurig hobbyen aan huizen.
Ook de gemeente laat zich niet onbetuigd. Om de haverklap verschijnen de witte busjes van het groenonderhoud in de straat. Grasmaaiers tollen driftig om hun as om het gras zo kort mogelijk te houden. Je vraagt je af waarom: grote delen van het gras zijn hierdoor geel en bruin uitgeslagen en zien er niet meer aantrekkelijk uit. Soms lijkt het alsof er nog wat uurtjes moeten worden volgemaakt. Ook de heggen schijnen niet te mogen groeien en worden angstvallig op een halve meter gehouden, vanuit een of ander benepen schoonheidsideaal. Bloemen in volle bloei die te ver uitsteken worden weggemaaid, uiteraard met elektrische heggenscharen. Begroeiing aan de waterkant, vol krioelend leven, wordt blijkbaar als onkruid aangemerkt, en moet verdwijnen.
Na de heggenscharen worden de bladblazers in stelling gebracht, die je tot voor kort alleen in de herfst hoorde loeien. Lusteloos en lamlendig worden de blaadjes verplaatst, waarmee verstikkende stofwolken door de straten drijven. De zwanenkuikens in de vaart strekken verontrust en gestrest hun halzen.
Maar ook bewoners worden hoorndol. Je zult maar een bedrijf aan huis hebben, en dat hebben er tegenwoordig steeds meer, en uren achtereen in die geestdodende herrie moeten werken. En waarvoor? Voor bloedeloze grasperken en truttige hagen.
Je vraagt je af: hoe ging dat toch daarvoor, toen het groen ook werd onderhouden? Met meer dure mankracht natuurlijk, en heuse hoveniers, vakmensen, die om de natuur gaven. Je bekeek ze weleens vol afgunst, hoe ze daar vredig in de buitenlucht werkten, terwijl je die mannen met hun oordoppen nu alleen maar beklaagt.

Landschapspijn                                                                                28 maart 2017

Het aantal weidevogels is drastisch afgenomen. Voor de afname van de biodiversiteit in onze polders, het verdwijnen van planten- en diersoorten, is een treffend woord verzonnen: landschapspijn. Een belangrijke oorzaak hiervan is de intensieve veehouderij.
Ook in de polders rond Baarn is de landschapspijn voelbaar. Als kind fietste ik er al met mijn ouders. Ik herinner mij bloeiende bermen, ruisende populieren en een tumult van kieviten en grutto's; veldleeuweriken die stil in de lucht hingen.
Tegenwoordig zie ik kale polders met plat gemaaide bermen. Er huppelen hooguit wat kauwtjes en er staat af en toe een eenzame reiger. Verder natuurlijk de hordes ganzen die op de velden zijn neergestreken. Hoewel een plaag voor de boer, op zich wel mooi. Maar een grutto of kievit zie ik zelden meer, laat staan een veldleeuwerik.
De weidevogels hebben behoefte aan beschutting om te kunnen broeden; maar het land is kaal en geëgaliseerd. De ene na de andere nieuwe stal is verschenen. Toen ik laatst over de Malebrug langs de andere kant van de Eem terug fietste, zag ik dat overal bomen waren gekapt. Waren deze bomen ziek? De stronken boden een trieste aanblik.
Boeren zitten financieel vaak klem; melk levert bijvoorbeeld schandalig weinig op. Maar de ongebreidelde groei van boerenbedrijven gaat ten koste van de natuur. Beter kunnen we kleine biologische boerderijen hebben met koeien die in bloeiende weiden grazen. Voor melk moeten we gewoon die paar extra dubbeltjes overhebben. Om de verarming van het landschap tegen te gaan en om te keren. Stem bij verkiezingen op een groene partij in plaats van op een portemonneepartij. En spreek boeren aan als je er straks met de kinderen naar de lammetjes komt kijken. Ook zoiets commercieels trouwens.
De geuren en de geluiden van de polder die ik als kind ervoer zijn intense en blijvende herinneringen, en voor zover nog aanwezig nog steeds een groot geluk. Laten we zuiniger op onze polders zijn, zodat dit geluk, en het besef van het belang van de natuur, aan jongere generaties wordt doorgegeven.

Vorstelijk Baarn?

Geboren en getogen in Baarn ken ik het dorp nog van de tijd waarin het niet vorstelijk genoemd werd, maar het gewoon was. En niet alleen doordat de koninklijke familie nog op Soestdijk woonde, maar ook door de oase van groen en rust die het dorp was en de chique uitstraling van de vele monumentale villa's en de mooie winkels.
Dorpen en steden veranderen mettertijd, maar het is altijd prettig als er weinig verandert, zeker als er zoveel moois verloren kan gaan. Na een aantal jaren buiten Baarn te hebben gewoond, kwam ik er dus graag terug.
Onder invloed van de in de hele maatschappij doordringende marketing, moest het dorp op een gegeven moment 'gepositioneerd' worden: de zogenaamde citymarketing. De identiteit van Baarn, zoals ik hierboven beschreef, moest aan een bepaald begrip gekoppeld worden, alsof die identiteit dus niet al bestond. Dit begrip moest voor 'verbinding' zorgen tussen de Baarnaars, een term die graag door marketeers wordt gebruikt en alleen maar leegte en berekening maskeert. Vanwege het Oranjeverleden werd dit het begrip 'vorstelijk', dat sindsdien te pas en vooral te onpas valt. Onder de plaatsnaam werd een blauw bord met het opschrift 'Vorstelijk Baarn' bevestigd, dat ik nog steeds niet zonder schaamte kan passeren. Wat een opschepperij.
De waarheid achter deze citymarketing is het teruglopend aantal bezoekers van het winkelcentrum, waardoor winkeliers inkomsten mislopen en al heel wat van de oorspronkelijk chique winkelstand is verdwenen. Aan de ene kant is dit te wijten aan het luie internetwinkelen en aan de andere kant aan inhalige vastgoedeigenaren, die veel te hoge huren vragen. De gemeente probeert het tij te keren door het organiseren van evenementen die, natuurlijk, allemaal het predicaat 'vorstelijk' krijgen: van braderieën tot een 'speelfontein' (de Play Fountain) op de Brink voor kinderen, waar alleen de horeca van lijkt te profiteren: eten en drinken doen mensen altijd. Intussen blijft de leegstand toenemen.
De zaterdagen, zeker in de zomer, zijn in Baarn geen pretje meer: harde muziek, een vretende menigte, schreeuwende kinderen. Het is met de rust gedaan in vorstelijk Baarn. Dat je een keer iets organiseert, prima, maar graag met mate en in stijl, wat overigens wel af en toe gebeurt (het Cultureel Festival). En doe vooral wat aan die woekerhuren.
En het groen? Het Baarnse Bos zou zijn 'vorstelijke' uitstraling terugkrijgen door het in de oude staat terug te brengen. Deze 'renovatie' houdt in dat bij de entree van het bos een groot aantal bomen is gekapt en de centrale vijver, de Grote Kom, van een hoge, lelijke betonnen rand is voorzien, waardoor honden en klein wild er niet meer in en zeker niet meer uit konden komen (inmiddels zijn er voor dat laatste kleine aanpassingen gemaakt).
Ik kan het woord 'vorstelijk' niet meer horen.
En intussen worden tientallen werkelijk vorstelijke populieren gekapt, omdat ze een gevaar voor de veiligheid zouden vormen en wordt bij elke school spuuglelijk straatmeubilair neergezet in de vorm van enorme gekleurde potloden, ook vanwege de veiligheid, want dat is voor de Gemeente een belangrijke preoccupatie. Alsof niemand meer uit z'n doppen kan kijken.
Als je Baarn nu vanaf Soestdijk binnenrijdt, kom je eerst langs de kaalslag van het Baarnse Bos en zie je, zodra je het spoor gepasseerd bent, in de middenberm zo'n stompzinnig, reusachtig rood potlood uit de grond oprijzen. Het is misschien een rare associatie, maar met zo'n entree staat Baarn echt voor paal.

                                                                                                            (November 2015)

Oplossing zonder probleem

Kunstgras heb ik altijd geassocieerd met chique hockeyverenigingen. Maar die tijd lijkt voorbij.
Terwijl de gemeente door de bezuinigingen steeds minder geld heeft te besteden, wil zij een ton steken in een kunstgrasveld aan de Prof. Krabbelaan. De grasmat ziet er slecht uit en zal nog meer te lijden krijgen door het grotere aantal schoolkinderen dat er vanaf 2015 gebruik van gaat maken.
Het moet allemaal snel, snel gebeuren, omdat de Cruyff Foundation er nu 20.000 euro in wil steken. Deze bedragen staan niet in verhouding tot elkaar.
Vervanging door kunstgras is 'noodzakelijk' staat in de Baarnsche Courant. De grasmat ligt er slecht bij. Een foto in de krant toont een kaal doelgebied.
Ik kan me niet anders herinneren dan dat doelgebieden uitgetrapt zijn. Dat hoort er gewoon bij.
Zelf voetbalde ik als kind op een zompig trapveldje achter de Doormanlaan. Als kind maal je niet om modder. Je wilt de bal alleen maar zo hard mogelijk langs je tegenstander schieten. Dat klinische kunstgras in plaats van lekker geurend gras en modder waarin je zo goed kunt slippen, lijkt me ook een stuk minder fijn ravottten.
In mijn tijd had je geen kunstgras en was er dus ook geen 'noodzaak' de mat door kunstgras te vervangen. Er was ook geen Cruyff Foundation. Op Studio Sport zagen we Cruijff lekker door het gras sliden, waarbij wel eens een polletje omhoogkwam. Dat werd dan weer netjes aangestampt.
Kunstgras lijkt weer een oplossing, terwijl er geen probleem is.
De gemeente verdedigt de uitgave ook door te wijzen op een toenemende bewegingsarmoede onder jong en oud. We moeten meer bewegen, omdat het gezond is (alsof we dat niet weten).
Het is het bevoogdende toontje dat de overheid steeds vaker aanslaat. Datzelfde geldt voor het argument dat sport de gelegenheid biedt om elkaar te ontmoeten, wat we naar de zin van burgemeester en wethouders dus blijkbaar ook te weinig doen...
Er zijn trouwens in Baarn meer dan genoeg mogelijkheden om te sporten en te bewegen.
Hoe ontstaat zo'n idee, vraag je je af. Moet elk potje geld gepakt worden? Ook als de gemeente hierop moet toeleggen?
In plaats van zich te bemoeien met onze privéaangelegenheden zou de gemeente er beter aan doen het eigen gedrag eens onder de loep te nemen en zich af te vragen of ze het (schaarse) gemeentegeld wel nuttig besteedt.

Bordjes

Als ik in de polder fiets, wordt mijn blik ongewild gevangen door borden die in het lege land zijn neergezet. Je wilt juist nu even geen tekst, maar leegte, de ruimte van de lucht en het land, daarvoor ga je de polder in. Het is een mooie dag, de polder ligt er vriendelijk bij.
Maar dan lees je ineens: Opgepast! Gladheid! Beweiding met schapen! En je schrikt. Je realiseert je dat je een risico hebt genomen door zo onbekommerd en vrij over het fietspad te hebben gereden.
Gelukkig is er een overheid die over ons waakt, zoals in calvinistische tijden God over de polders en hun inwoners waakte.
De moderne mens is natuurlijk wel van de natuur vervreemd geraakt. Denk maar aan de toestanden op de winterse wegen. Daar hebben we weerdiensten en weeralarmen voor. De burger gaat ervan uit dat elk stukje straat wordt bestrooid. Terwijl je toch kunt bedenken dat vocht en vorst gladheid opleveren en je ook zelf kunt uitkijken. Het wordt zo alleen maar erger.
Vevreemding zie je ook op straat. Steeds meer mensen, vooral jonge mensen, lopen als in zichzelf gekeerd op straat, het hoofd omlaag. Gaat het wel goed met die mensen, vraag je je onwillekeurig af. Als je beter kijkt, zie je dat ze in hun handpalm kijken, naar het schermpje dat daar verborgen ligt.
In plaats van dat ze naar de wereld om hen heen kijken, vormt hun iPhone nu het venster op de wereld. Automobilisten stellen hun tomtom in. De ANWB moet steeds vaker vakantiegangers ophalen van wie de digitale kaartlezer het niet meer doet en die op dat moment totaal verloren zijn.
Mensen worden steeds luier en afhankelijker.
Het dorp wordt steeds meer volgezet met borden. Een dorp waar alles te belopen is. Er was onlangs in de raadsvergadering een pleidooi voor een bordje op het parkeerterrein van de Trits voor de ijsbaan. Aan de overkant van de weg!
Er is een budget voor bordjes. Gelukkig is dit budget beperkt. Intussen doolt de moderne mens voort, zijn ogen pijnigend op zijn schermpjes.
Totdat de batterij opeens opraakt.
Nu begrijp ik het ineens. Daar zijn die bordjes voor!

Gemakzucht

Die allereerste fietsbrug had er wat mij betreft al niet hoeven komen. Je kon namelijk al heel goed de brug van de snelweg over, een rondje maken door de mooie polder aan de overkant van de Eem, door het pittoreske plaatsje Hoogland dat nu helaas ingekapseld is door het vraatzuchtige Amersfoort, en dan gewoon weer over dezelfde brug terug.
Talloze malen gedaan. Als kind al, malend met de kleine beentjes in het kielzog van mijn ouders, en later met de racefiets. Via de trap met de betonnen fietsgeul, reuze handig, en terug via de weg, op de juiste momenten in de remmen knijpend, genietend van de hoge vaart. Maar dat had ook heel bedaard gekund, of weer via de trap met fietsgeul.
Niets aan de hand dus.
Sinds de aanleg van de Malebrug is het een stuk drukker geworden in de polder. Zomers verzamelen zich rondom de brug picknickers en zonaanbidders. Met een tweede brug zal het alleen maar nog drukker worden.
Nu zijn het de sportievelingen die de moeite nemen de Eem over te steken om van de weidsheid en leegheid van de polder te genieten, straks de luie recreanten die gewoon even de brug kunnen nemen om wat in de polder rond te hangen.
Het is al zo'n klein stukje polder tussen Baarn en Amersfoort. Ergens moet je de ruimte op kunnen zoeken zonder in een soort gezapig zondagmiddagtoerisme verzeild te raken.
De Eem is zoals alle rivieren een mooie scheidslijn. Voor rust en stilte moet je moeite doen. Maar we schijnen het mensen steeds makkelijker te moeten maken, zodat iedereen overal op een door de gemeente bekostigd bankje moet kunnen neerzijgen. We hebben een wethouder die zich met recreatie bezighoudt. Laat mensen zelf initiatief ontplooien. Zo selecteer je de echte liefhebber.
De tweede brug moet het mensen makkelijker maken op de fiets naar Amersfoort te gaan.
Het hangt er maar vanaf van welke plek je vertrekt. En hoeveel winst levert het nou eigenlijk op? Hoeveel mensen zullen hierdoor de fiets pakken? Is dit onderzocht?
De brug van de snelweg vinden veel mensen niet fijn, zegt wethouder Baerends. Het is er zo steil. Ach jee. Zoals gezegd nam ik de brug al als kleuter. En de senioren die ik in de polder tegenkom lijken allemaal in een puike conditie. Ze schieten als kometen door de polder. Stalen kuiten waarvoor steile bruggen en langere afstanden geen probleem zijn.
Een tweede fietsbrug is dus helemaal niet nodig.

Risicobomen

Baarn is een gevaarlijk dorp: het staat namelijk vol bomen. Ik had me dit gevaar nooit zo gerealiseerd, maar raak hier steeds meer van doordrongen.
Het begon met het door meerdere politieke partijen gedragen idee, de populieren in het Eemdal en langs de randweg te kappen. Ze leverden namelijk een gevaar op voor de bevolking.
Er lagen na die enkele najaarsstorm wel wat takken op de weg, maar ik had, terwijl ik daar dagelijks fiets of rijd, nooit het idee aan de dood ontsnapt te zijn.
Ik was en ben nog altijd blij met die machtige bomen die het verder nogal eentonige en weinig tot de verbeelding sprekende wijkje karakter verlenen. Vanuit de polder geeft de rij hoge populieren een prachtig gezicht op het dorp.
Ik schrok dus erg van het idee deze bomen te kappen. Ik las in de krant dat met name het CDA graag van de bomen afwil en dit weer wil agenderen. Zelfs het groene GroenLinks wil van de bomen af.
Laatst vernam ik dat Pro Rail maar liefst achthonderd bomen wil kappen naast het spoor. Argument: veel te gevaarlijk; ze zouden op de rails kunnen vallen. Prettig dat ze zich bij Pro Rail zo om onze veiligheid bekommeren zou je denken, maar het lijkt ook angst te zijn voor mogelijke schadeclaims. Hoe zullen de specialisten bij Pro Rail dat noemen? Risicobeperking of zoiets.
Er blijken 'risicobomen' te bestaan en 'attentiebomen'. Er gaat een wereld voor me open. Zouden die begrippen in de Van Dale staan? Dat zieke bomen gekapt moeten worden staat buiten kijf, maar hier gaat het om honderden gezonde, gezichtsbepalende bomen.
Zeker, een boom kan omvallen, net als een trein trouwens kan ontsporen. Het leven kent vele onvermoede gevaren. Er hoeft overigens maar een sneeuwbuitje te vallen of een computerstoring op te treden, of de treinen rijden al niet meer.
Er moet een einde komen aan deze hysterie. Gelukkig is de gemeente tegen een te rigoreuze kap. Toch sneuvelen er nog te veel bomen. Weg met al die benepen kapdrift!

Identiteit

Ach, het arme verweesde Baarn. Een dorp zonder indentiteit. Gelukkig zijn er twee stichtingen, de gezamenlijke middenstand, de historische kring, de Escher Foundation, de Oranjevereniging, nog een contactgroep en een heuse professor hard aan het werk om ons dorp aan een identiteit te helpen.
Deze identiteit moet opgehangen zijn aan een logo waarover een ware strijd is ontbrand. Als geboren en getogen Baarnaar, die Baarn kent als een Goois dorp – hoewel het geografisch dat predikaat niet verdient – waarin van oudsher forensen, autochtone en allochtone Baarnaars en een paar rijke stinkerds in harmonie samenleven, volg ik deze strijd met het hart in de keel.
Het meest bepalende voor onze Baarnse identiteit blijkt de jarenlange aanwezigheid van de Koninklijke familie te zijn. Terwijl deze door verhuizing en natuurlijk verloop inmiddels geheel uit het Baarnse verdwenen is, vergane glorie dus, moesten wij Baarnaars maandenlang aankijken tegen oranje banieren met 'Vorstelijk Baarn' erop die om de zoveel meter aan lantaarnpalen bevestigd waren. Ik vroeg me steeds weer af wanneer deze het Baarnse groen ontsierende vlaggen verwijderd zouden worden.
Ik blijk dus als Baarnaar mijn identiteit in deze vlaggetjes weerspiegeld te moeten zien, net als het voetbalvolk zijn trots en indentiteit gereflecteerd ziet in overvloedige oranjefranje.
Nu duikt het logo weer op en blijkt er dus ook alweer een nieuw logo ontwikkeld te zijn. Het zou werkelijk een verschrikkelijke slag zijn als het oude logo het verliezen zou van dit nieuwe door een of ander duur bureau ontworpen beeldmerk, dat blijkbaar nodig is om de harde concurrentiestrijd met Soest, Eemnes en Bunschoten definitief te beslechten.
Vreemd toch dat nu het bestaan van de Nederlandse identiteit door nota bene Oranje-prinses Maxima ontkend wordt, de Baarnse moet worden uitgevonden (die simpelweg zijn historie is en dus oneindig divers net als zijn inwoners, wat trouwens geldt voor welke gemeente dan ook.). Wordt het niet tijd dat we ons met z'n allen achter de oren krabben en ons nuchter afvragen hoeveel zin het heeft een gemeente 'op de kaart te zetten'of 'neer te zetten' of welk lelijk Nederlands men er ook voor gebruikt? En dat het hele idiote modieuze idee van 'citymarketing' in de prullenbak verdwijnt (lijkt mij een mooie bezuinigingspost) met die twee rare logo's erachteraan? Ik wed dat er dan nog steeds busladingen dagjesmensen bij Paleis Soestdijk worden afgezet om de vorstelijke domeinen te bewonderen.