Nescio’s ingetogen levenslust

Over de biografie van Lieneke Frerichs

Er is, behalve Multatuli, geen Nederlandse schrijver die zo klassiek is als Nescio (J.H.F. Grönloh). De drie novellen die hem beroemd maakten: De Uitvreter, Titaantjes en Dichtertje, bekoorden mij als tiener onmiddellijk door de melancholie die erover hing en de onmaatschappelijkheid van de personages. En die bekoring is er nog steeds.

We weten dat het lang duurde voordat Nescio deze literaire status verwierf. Als je de biografie van Lieneke Frerichs over hem leest, lijken deze novellen haast iets marginaals in zijn leven. Na zijn mislukte poging om met vrienden een kolonie te stichten naar voorbeeld van Frederik van Eedens Walden, was Grönloh vooral medewerker van de Holland-Bombay Trading Company, waar hij zes lange dagen per week werkte, carrière maakte en uiteindelijk directeur werd. Het is bijna een vreemde gewaarwording om dit te lezen. Hij verdiende op een bepaald moment een dijk van een inkomen en kwam daardoor de crisisjaren goed door.

“Nescio’s ingetogen levenslust” verder lezen

De woede van Nescio

Een schrijver waar ik regelmatig aan denk is Nescio. Dat heeft te maken met het Hollandse landschap waarover hij in zijn fictie en in zijn Natuurdagboek zo prachtig schreef. Het was hem zeer lief en hij kon zich geweldig opwinden als er weer een dierbare plek aan de vooruitgang werd opgeofferd. Om die reden was hij lid van de Bond Heemschut die zich inzet voor behoud van cultureel erfgoed en die nog steeds bestaat.

Het liefst wilde Nescio dat alles bleef zoals het was. Hij noemde zich een idealist en dat idealisme had vooral betrekking op schoonheid. Regelmatig maakte hij tochten door het land om deze schoonheid terug te vinden. In zijn Natuurdagboek schilderde hij het landschap met zijn pen, als een impressionist: ‘De zee bij Muiderberg vooraan blauw, verderop wat grauwig, zon op ‘backbay’. De eeuwig stilstaande optocht van de boomen van Naarden naar zee net te zien in de neveligheid – De zon op de stammen.’ Hij hield van de vergezichten: ‘Bij Muiden heel ruim gezicht naar Hilversum (de toren), heel ver, romantisch ver. Het tintelende brok water!’ en ‘Gezicht van de hei in de vallei ver en melancholiek en dampig. Rideau van donkere boomen, daaroverheen de bosschen van Baarn. Toren van Eemnes droevig. Geweldige wolkenlucht, vrij egaal.’

“De woede van Nescio” verder lezen