De woede van Nescio

Een schrijver waar ik regelmatig aan denk is Nescio. Dat heeft te maken met het Hollandse landschap waarover hij in zijn fictie en in zijn Natuurdagboek zo prachtig schreef. Het was hem zeer lief en hij kon zich geweldig opwinden als er weer een dierbare plek aan de vooruitgang werd opgeofferd. Om die reden was hij lid van de Bond Heemschut die zich inzet voor behoud van cultureel erfgoed en die nog steeds bestaat.

Het liefst wilde Nescio dat alles bleef zoals het was. Hij noemde zich een idealist en dat idealisme had vooral betrekking op schoonheid. Regelmatig maakte hij tochten door het land om deze schoonheid terug te vinden. In zijn Natuurdagboek schilderde hij het landschap met zijn pen, als een impressionist: ‘De zee bij Muiderberg vooraan blauw, verderop wat grauwig, zon op ‘backbay’. De eeuwig stilstaande optocht van de boomen van Naarden naar zee net te zien in de neveligheid – De zon op de stammen.’ Hij hield van de vergezichten: ‘Bij Muiden heel ruim gezicht naar Hilversum (de toren), heel ver, romantisch ver. Het tintelende brok water!’ en ‘Gezicht van de hei in de vallei ver en melancholiek en dampig. Rideau van donkere boomen, daaroverheen de bosschen van Baarn. Toren van Eemnes droevig. Geweldige wolkenlucht, vrij egaal.’

“De woede van Nescio” verder lezen

Eindeloos Groningen

Vanuit noordelijk perspectief
is alles randstedelijk relatief:
het land vertrouwd, maar dan rondom
in eindeloze vermenigvuldiging

zonder windturbines, zonneweiden
en stil oprukkende huizenrijen;
waar alles om land draait, de kerk
die op een wierd uitwaait

land om over uit te kijken,
om in te ademen, waarin de blik
geen weerstand vindt, in een
een steeds wijkende horizon verzinkt

waar geen dreiging meer is
nu de grond niet meer trilt
huizen van de schrik bekomen
alleen een snijdende wind

waar mensen je tolereren
maar liever zien gaan dan komen
want alleen dan blijft
dit stilleven eindeloos.