De jazzdichter

Gisteren werd Remco Campert 91. Een geliefd dichter en schrijver vanwege zijn lichte melancholie, oog voor detail en verstaanbaarheid. Om de laatste reden wordt hij meestal geen groot dichter gevonden. Niet zo goed als mede-Vijftigers Lucebert of Kouwenaar. Dichters bij wie je altijd even moet puzzelen. Het valt echter niet mee om een goed, verstaanbaar gedicht te schrijven: origineel én universeel. Probeer het maar. Het wordt al gauw plat en sentimenteel. Alleen de beste dichters kunnen schrijven met een bedrieglijke eenvoud.

Campert is ook een ‘jazzdichter’ met klassieke verzen over giganten als Charlie Parker (‘Je blies in je handen en er was muziek.’), Chet Baker (‘Zijn stem is een zachte regen/als de kleine voeten van het vreemde meisje/op het mollige tapijt’) en Eric Dolphy (‘Het staat vast/dat alle mensen sterven/maar van alle mensen het eerst/de jazzmusici’). Hij maakte de opkomst van de bebop mee en bleef er zijn hele leven aan trouw. Even droomde hij ervan trompettist te worden, maar hij bleek er geen aanleg voor te hebben (‘Ik blies wel, maar het leek nergens naar’). Mirjam van Hengel beschrijft Camperts liefde voor de jazz uitvoerig in haar mooie portret van Campert, Een knipperend ogenbik (2018).

“De jazzdichter” verder lezen