Couperus’ taal weggepoetst

Er is een een hoop ophef ontstaan over de hertaling die neerlandica Michelle van Dijk maakte van Couperus’ Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan. In 2010 verscheen er al een hertaling van Max Havelaar door Gijsbert van Es. Uitgeverij Taal & Teken geeft middeleeuwse en renaissance-teksten in hertaling uit. Het is een trend. Voornaamste drijfveer is om jongeren aan het lezen van historische teksten te krijgen.

Het is opmerkelijk, omdat je in mijn middelbareschooltijd – eind jaren zeventig, begin jaren tachtig – dit soort initiatieven niet had. Toen kwam de stijl van Multatuli en Couperus ook archaïsch over. Maar die werd juist geroemd omdat deze schrijvers zich hierdoor onderscheidden. Het waren ieder op hun manier grote stilisten: Multatuli schreef ‘levend hollandsch’ en Couperus’ stijl was een typisch voorbeeld van l’art pour l’art. Multatuli had zijn hertaling misschien nog toegejuicht omdat bij hem de boodschap van de mishandelde Javaan (nu Filippijn of Koerd) voorop stond. Couperus zou gestorven zijn van ellende.

“Couperus’ taal weggepoetst” verder lezen

Wolkers als wapen

Als een mythologische god verscheen schrijver Jan Wolkers in Nieuwsuur tussen reportages over de bouw en de debatdichtheid in de Tweede Kamer. Biograaf Onno Blom stelde in het kader van de actie Nederland Leest een bloemlezing samen met ‘zijn mooiste natuurstukken’ om het aan elektronica verslaafde volk aan het lezen te krijgen. Een betere tegenpool van de homo digitalis kun je niet verzinnen.

Het spreekt onverminderd tot de verbeelding Wolkers in zijn element te zien op het onbewoonde Rottemerplaat waar hij in the good old seventies een week doorbracht. Burgerman Bomans ging er kapot aan de herrie en de eenzaamheid. Wolkers drukte de woeste natuur aan de behaarde borst en redde en verzorgde dieren als een ruige heilzuster. Deze man hield niet alleen hartstochtelijk van de natuur, hij was de natuur.

“Wolkers als wapen” verder lezen

Denkend aan Mulisch

Vandaag precies negen jaar geleden overleed Harry Mulisch. In de geest van Mulisch zou iedereen zich moeten kunnen herinneren wat hij die dag deed. Dat moeten dan wel literatuurliefhebbers zijn natuurlijk. Voor veel mensen was hij zo’n vaag bekende Nederlander. In ieder geval zal menigeen zich de regenboog herinneren die zich op de dag van zijn begrafenis boven de Amstel spande. Alsof het hogere, dat altijd welwillend op leven en werk van de Grote Schrijver had neergezien, zijn treurnis liet blijken. En de bedroefde lezers tegelijk troost bood met schoonheid.

Zelf kwam ik net terug van een weekend in Münster, uit het land dus waar Mulisch zo vaak over heeft geschreven. Maar dat is toeval natuurlijk en van geen enkel belang. Ik weet nog de weemoed die ik voelde. Een schrijver met wie ik opgroeide en wiens werk ik bewonderde. Als Mulisch sprak, ging je er altijd voor zitten. Daarom was hij zo’n veelgevraagde gast in talkshows. En vanwege zijn esprit natuurlijk, totaal niet te vergelijken met de platte lolbroekerij die je verder aan talkshowtafels hoort.

“Denkend aan Mulisch” verder lezen

Nobelprijs Literatuur 2018 en 2019: geen politieke correctheid

Het voortbestaan van de Nobelprijs voor de Literatuur hing door een #metoo-schandaal aan een zijden draadje. Over die onverkwikkelijke affaire kan maar beter verder worden gezwegen. Ranzigheid wordt al te vaak breed uitgemeten. Bovendien leidt het af van de edele en nobele literatuur.

Dat laatste was precies waar ik door al die toestanden vooraf bang voor was: dat het over iets anders zou gaan dan literaire kwaliteit. Deze zaak had de jaarlijkse verontwaardiging over het feit dat de prijs tot dan toe veel te weinig naar een vrouw was gegaan alleen maar aangewakkerd.

“Nobelprijs Literatuur 2018 en 2019: geen politieke correctheid” verder lezen

Deventer Boekenmarkt

Op het eerste gezicht is de Deventer Boekenmarkt een evenement als alle andere: van de beschikbare ruimte lijkt elke centimeter te zijn ingenomen. De mensenmassa is gestold in de straten en op de kades en pleinen. Op terrassen worden cappuccino’s, bier en kroketten aan de lopende band aangedragen door ijverige meisjes met rood aangelopen hoofden.

Bijna nergens anders is het publiek meer divers. Van uitgedijde volkse types, snaterend van gezelligheid, tot broodmagere kamergeleerden met vastberaden blikken, die zich normaal gesproken niet op een evenement wagen. Dappere oudere dames duwen hun rollators stug door de massa voort. Je ziet zelfs jongeren, al zijn die in de minderheid. Boeken zijn er voor iedereen zouden ze bij het CPNB zeggen. Kinderen zie je nauwelijks, maar die hebben hier ook weinig te zoeken. De uitgestalde kinderboeken zijn niet voor hen bedoeld en dienen nostalgische gevoelens.

“Deventer Boekenmarkt” verder lezen

Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal

Het is de Week van het Korte Verhaal. Tegenwoordig staat elke week (of dag) wel ergens in het teken van (het is ook de week van de E-bike), maar het korte verhaal is een nobel doel. Verhalenbundels worden minder gelezen dan romans, dus het (korte) verhaal kan een steuntje in de rug goed gebruiken. Het blijkt om alweer de achtste editie te gaan (die vorige zeven heb ik dus gemist). Bij Uitgeverij Podium verschijnt voor deze gelegenheid een speciale bundel korte verhalen. Bekende schrijvers is hiervoor gevraagd een favoriet verhaal uit te kiezen.

Het valt op dat maar vier van de gekozen 21 verhalen uit de Nederlandse literatuur afkomstig zijn. Ze zijn van Hermans, Uphoff, Snoek en Rob van Essen. Geen verhalen van Biesheuvel, Belcampo of Hotz. Je zou een zkv hebben verwacht van A.L. Snijders, die zelf wel een verhaal koos (‘Net als alle mannen’ van John McGahern) en daar natuurlijk een zeer kort commentaar bij schreef. Of van Armando. Maar het is natuurlijk aardig Paul Snoek eens op te duiken, zoals Tom Lanoye doet, of aandacht te vragen voor een hedendaagse auteur als Rob van Essen (de keuze van Marja Pruis).

Zeer merkwaardig is dat het door Alex Boogers gekozen verhaal van Salinger ontbreekt, het mocht niet worden opgenomen, terwijl zijn commentaar wél staat afgedrukt. Het verhaal mag je zelf opzoeken. Had je dan niet even een ander verhaal kunnen kiezen, Alex, bijvoorbeeld van een van bovenstaande auteurs? Armando lijkt me echt iets voor jou. Van Lydia Davis zijn twee verhalen opgenomen. Goed, de keuze was vrij, maar op 21 verhalen oogt dit als armoede. Er wordt op zo’n boek toch redactie gepleegd? De samenstelling van de bundel lag bij Annelies Verbeke die ook de inleiding schreef. Ze schrijft hierin onder andere dat het korte verhaal vaak gaat over ‘meestal eenzame levens, geleid door personages die zich aan de rand van de samenleving bevinden of anderszins als buitenstaanders kunnen worden beschouwd’. Ik dacht dat dit voor bijna alle literatuur gold.

De verhalen van Davis zijn meteen de meest opzienbarende omdat ze verreweg het kortst zijn. Het verhaal ‘Doctorstitel’, gekozen door Saskia de Coster, telt zelfs maar twee zinnen, ik citeer:
‘Al die jaren dacht ik dat ik een doctorstitel had. Maar ik heb geen doctorstitel’. De Coster licht haar keuze van dit ‘genadeloos tragische of hilarische verhaal’ vervolgens in twintig zinnen toe (voor de toelichting verwijs ik naar het boek). Hoe korter het verhaal, hoe meer dit oproept. En dat klopt ook wel. “Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal” verder lezen

Biografiewoede

Er is sprake van een ware kanonnade aan biografieën. Na Wolkers, Van Lennep, Büch, Lucebert, nu weer Campert, Wilmink, Kellendonk, Diet Kramer, F. Harmsen van Beek. Ook verschijnt er een nieuwe editie van Hazeu’s Slauerhoff-biografie.

Blijkbaar is er behoefte aan. Want biografieën verkopen goed. Als vorm van geschiedschrijving – geschiedenis is in tijden van nepnieuws een populair genre – maar ook vanwege een toegenomen behoefte aan persoonlijke verhalen (denk aan de niet aflatende stroom autobiografische boeken), waar de biografie natuurlijk onder te scharen valt. Mensen zijn nieuwsgieriger naar andermans sores. Dankzij sociale media is dit normaler geworden.

Er is bovendien een overschot aan academici; een biografie schrijven geeft deze een bestemming. Probeer als letterkundige maar eens aan een normale betaalde baan te komen. Daarbij is een biografie schrijven chic. De allure van de schrijver straalt op jou af. Sommige biografen gedragen zich alsof ze zelf de kunstenaar zijn, tooien zich met mondaine hoed en zwierige shawl, terwijl het – plat gezegd – eigenlijk gewoon literaire parasieten zijn.

Wat gaan die persoonlijke geschiedenissen ons eigenlijk aan? “Biografiewoede” verder lezen

Moby Niks

De titel van dit nieuwe boekenprogramma is mooi gekozen, want er zijn weinig boeken die zo tot de verbeelding spreken als Moby Dick, al hebben maar weinigen het gelezen. Maar bij die goede titel blijft het. En dat viel te verwachten, voor wie het format al had gezien. Het programma smaakt net zo min naar literatuur als een boterham naar vis waar even een haring langs is gestreken.

Naar een presentator hoefde jammer genoeg niet te worden gezocht. Matthijs van Nieuwkerk heeft het programma voor zichzelf verzonnen. Dat betekent dat we weer aan die aalgladde presentatie vastzitten. Dat snelle toontje blijkt hij niet meer te kunnen afwennen: opnieuw ligt het tempo hoog, hoewel iets minder dan op het racecircuit van DWDD. Bij iets bedachtzaams als boeken zou je juist wat rust wensen om de gedeelde inzichten en scherpe vragen zelf te kunnen afwegen.

Ook als gasten is gekozen voor vlotte sprekers: een presentatrice en een hoogleraar (Dieuwertje Blok en Ben Feringa). Ze praten dus heel onderhoudend en zijn natuurlijk beslist niet dom. Maar wat je vooraf al weet gebeurt: de boeken zijn alleen maar de opmaat voor uitweidingen over zichzelf en het eigen vakgebied, waarover met het meeste enthousiasme wordt gesproken. Interessant hoor, die nanotechnologie, maar dit hoort te gaan over boeken! Moby Dick blijkt niet meer dan de zoveelste talkshow met BN’ers, die nu eenmaal de meeste kijkers trekken. “Moby Niks” verder lezen