De magie van Rodenko

Poëzie heeft met de tijdgeest te maken, en ook weer niet. Steeds staan er nieuwe generaties dichters op die zich van de vorige willen onderscheiden. Op zich niet opmerkelijk: zo gaat het in het hele leven. Slechts enkelen van die nieuwe literaire generatie ontstijgen de tijdgeest en worden tijdloos: zij hebben hun persoonlijke stempel op de kunst weten te drukken. In het begin trekt vooral de algemene beweging de aandacht, als uiting van de tijdgeest; allengs wordt de universele waarde van de individuele kunstenaar zichtbaar.

Een dichter die goed paste in zijn tijd en deze tegelijk ontsteeg was Paul Rodenko (1920 – 1976). Zijn poëzieopvatting sloot aan bij die van de Vijftigers, jonge dichters die zich afzetten tegen de traditionele verskunst, met name die van de Tachtigers. Poëzie moest volgens hen experimenteel zijn, uitgaande van de zintuiglijke ervaring (‘experimenteel’ is gebaseerd op het Franse ‘expérience’), van de materie, en niet van een vooropgezet levensgevoel (zoals de romantiek of het humanisme).

“De magie van Rodenko” verder lezen

Literatuur als gedachte-experiment

Over de romans van Dag Solstad

Waarom trekt een recensie je aandacht? Dat deed in ieder geval de bespreking van Roman 11, boek 18 van de Noorse schrijver Dag Solstad (1941) in Tijdgeest, de weekendbijlage van Trouw, waarin Letter &Geest verdwenen is. In tegenstelling tot wat de recensent, Sofie Messeman, beweerde ging het niet om een nieuwe roman, maar om een vertaling – een behoorlijke misser – , maar dat wist ik toen nog niet. Solstads laatste roman dateert van 2002.

De opmerking ‘dat er niet veel in het boek gebeurde’, interesseerde me. Dan heeft de schrijver zelf het meest te vertellen. Er was sprake van ‘minimale verstoringen van goed geoliede levens die uiterst ontwrichtend uitpakken’. Een aanbeveling, want dan beschik je als auteur over dramatische kracht. In Roman 11, boek 18  trekt een zoon na zijn vader jarenlang niet te hebben gezien bij hem in. Er ontstaat echter geen goede verstandhouding: ‘de vader ergert zich groen en geel’. Ook dat sprak mij onmiddellijk aan; het geeft blijk van een onconventionele blik. Dat de recensent de schrijver cynisch noemde – zelf hunkerde ze naar weemoed – schrikte mij in het geheel niet af.

“Literatuur als gedachte-experiment” verder lezen

Lezen als religie

Religie biedt steun en troost. Dezelfde begrippen tref je de afgelopen tijd vaak aan als het om lezen gaat. Dat heeft natuurlijk te maken met de pandemie. We hebben het zwaar (om met Youp van ’t  Hek te spreken), maar kunnen in het boek verlichting vinden. We voelen ons eenzaam, maar niet langer als de warme, troostrijke stem van de auteur tot ons spreekt. Lezen doe je… samen. Amen.

Het regende het afgelopen jaar advertenties en hashtags om vaker naar het boek te laten grijpen. De ene na de andere digitale boekenclub zag het licht. Herkenning vonden we in pandemieklassiekers, die een geheel nieuw genre vormden. Voor het CPNB leek de pandemie bijna een zegen: eindelijk kunnen we het onwillige volk aan het lezen krijgen. Natuurlijk is deze club voor dit doel opgericht, maar de enthousiaste toon en de intensiteit waren in deze context gênant.

Het woord is heilig geworden en de boekhandel een tempel. De sluiting van de boekhandels baarde spontaan een nieuwe hashtag (#steunjeboekhandel), die op sociale media door culturele Gutmenschen tot gekmakens werd gedeeld. Zulke massale steun ondervond de zieltogende boekhandel nooit eerder.

“Lezen als religie” verder lezen

Boekenpaniek

Er zijn nieuwe lockdownmaatregelen afgekondigd en iedereen voelt zich weer tekortgedaan. Het wemelt van de kwetsbaren. Politici blazen hoog van de toren, alsof er momenteel geen sprake is van een probleem dat alle andere even overstijgt. Het lijkt alsof we vijf weken zonder school of boekhandel niet kunnen overleven. Als scholier was ik in de zevende hemel geweest. Die leerachterstand haal je makkelijk weer in. Ik genoot ook altijd van die zes weken zomervakantie.

Boekhandels kunnen nog steeds boeken online verkopen. Het is natuurlijk jammer dat veel mensen zo geprogrammeerd zijn dat ze dan meteen aan bol.com denken. Boekhandels zouden meer aan de PR voor online verkoop kunnen doen. Maar ze zijn er echt een stuk minder slecht aan toe dan horeca, musea en kapsalons, waar men werkelijk de pineut is.

“Boekenpaniek” verder lezen

Gratis boeken voor de premier

Mark Rutte heeft geboft: vanaf deze week tot aan de verkiezingen krijgt hij wekelijks een boek opgestuurd van neerlandici. ‘Ze willen de premier wijzen op de troost en rijkdom van literatuur, juist in crisistijd’, lees ik in de krant (Trouw, 13 november jl.). Initiatiefnemer is hoogleraar Marc van Oostendorp, die zich wel vaker druk maakt om ontlezing. Als eerste boek krijgt Rutte Reize door het Aapenland van J.A. Schasz (een pseudoniem van Gerrit Paape) uit 1788. Ik zie Rutte al grijnzen. De kans bestaat zelfs dat hij het boek al kent. Als historicus, omdat de satire speelt tegen de achtergrond van de Verlichting en de strijd tussen de patriotten en de prinsgezinden. Of als lezer, zoals Rutte toch bekendstaat (Thomas Mann!). Rutte hoef je echt niet van de waarde van literatuur te overtuigen.

“Gratis boeken voor de premier” verder lezen

Eeuwige literaire roem?

Alweer tien jaar geleden overleed Harry Mulisch. Reden waarom de onsterfelijke schrijver weer even in de aandacht staat . Er verschijnt een biografische schets van Onno Blom (De wondergrijsaard), op Literatuurmuseum.nl kun je een virtuele wandeling door zijn schrijverskamer maken en Coen Verbraak  maakte een documentaire. Vooraf rijst de vraag hoeveel dit toe zal voegen aan wat we al van Mulisch weten, maar het stemt in ieder geval nostalgisch.

Want Mulisch stamt uit de tijd van de grote schrijvers: Reve, Hermans, Claus, Haasse, Wolkers. Auteurs die honderdduizenden exemplaren van hun romans verkochten, omdat lezers zich in hun onderwerpen herkenden: de Tweede Wereldoorlog, homo-emancipatie, seksuele revolutie, Indië. Het was de tijd dat je schrijvers nog regelmatig op het televisiescherm zag.

“Eeuwige literaire roem?” verder lezen

Bij de dood van een zwijgende dichter

Deze zomer overleed dichter Hans Sleutelaar en hoewel de naam mij bekend voorkwam kon ik hem even niet thuisbrengen. De in memoriams verschaften duidelijkheid en ineens bracht ik hem weer in verband met de Zestigers, met Gard Sivik en De Nieuwe Stijl en natuurlijk met zijn bekende eenregelige gedicht ‘Wohlt Ihr die totale Poesie?’, die in alle literatuuroverzichten staat. Verder had hij niet veel geschreven, twee dichtbundels slechts, dus het was niet vreemd dat de dichter Sleutelaar mij niet onmiddellijk iets zei. Hij werd ook wel ‘de zwijgende dichter’ genoemd.

Sleutelaar is een figuur op de achtergrond geweest en was daardoor juist heel belangrijk voor de bekendheid van de Zestigers waar verder de dichters Vaandrager, Armando en Verhagen deel van uitmaakten. Verder kan hij in verband gebracht worden met schrijvers die juist wel op de voorgrond traden als Jan Cremer en Johnny van Doorn; voor hen deed hij de redactie. Hij was een strenge redacteur: de helft kon eruit, ook wel ‘de Wet van Sleutelaar’ genoemd.

“Bij de dood van een zwijgende dichter” verder lezen

Het ego van de schrijver

Een schrijver heeft het voor een groot gedeelte over zichzelf. Dat kan zelfs niet anders. Een schrijver kan zich nooit losmaken van zichzelf, hij komt vanzelf op zijn pagina’s terecht. Bij een groot schrijver is er sprake van een eigen stem, die voortkomt uit diezelfde persoonlijkheid. De vraag of deze stem je aanstaat (omdat die weer aansluit bij jouw eigen persoonlijkheid) bepaalt of je een auteur al dan niet in de armen sluit. Een geliefde schrijver is inderdaad een vriend.

Natuurlijk heeft de schrijver er een heleboel bij verzonnen: hij (of zij) fabuleert. Dat is de reden waarom je hem nooit moet vereenzelvigen met de hoofdpersoon – iets wat je op elke letterenopleiding leert. Dat fabuleren onderscheidt hem als schrijver. Een echte schrijver beschikt over een enorme verbeeldingskracht en incorporeert zichzelf in iets groters. Neem de Amerikaan John Fante.

“Het ego van de schrijver” verder lezen

Klantreis zonder bestemming

Onlangs is door (het mij onbekende) KVB Boekwerk, ‘het kennis- en informatieplatform van de boekensector’, en Stichting Marktonderzoek Boekenvak onderzoek gedaan naar de ‘veranderde coronaklantreis’. In gewonemensentaal: het koopgedrag van de lezer tijdens de coronacrisis. Het verslag hiervan roept bij mij als lezer een enorme bevreemding op, als een raadselachtig werk van fictie, en dan ook nog eens bijzonder onaantrekkelijk.

Het weerzinwekkende van marketing is om mensen als groep te categoriseren en te behandelen. Het enige wat je volgens deze ideologie als verkoper hoeft te doen is de groepen in kaart brengen om deze vervolgens zo effectief mogelijk te manipuleren en te verleiden. Met uitgekiende strategieën wordt de klant bij de hand genomen en wijs gemaakt dat hij zijn beslissingen uit zichzelf heeft genomen. Het is consumentisme ten top. Reclame is hierbij vergeleken iets ouderwets en onschuldigs. Marketing is onderdeel van onze cultuur geworden; geen sector blijft gespaard, ook de boekensector niet. Zaak om je hier als individu tegen te verzetten – net als tegen elke andere vorm van gedwongen groepsvorming.

“Klantreis zonder bestemming” verder lezen

De jazzdichter

Gisteren werd Remco Campert 91. Een geliefd dichter en schrijver vanwege zijn lichte melancholie, oog voor detail en verstaanbaarheid. Om de laatste reden wordt hij meestal geen groot dichter gevonden. Niet zo goed als mede-Vijftigers Lucebert of Kouwenaar. Dichters bij wie je altijd even moet puzzelen. Het valt echter niet mee om een goed, verstaanbaar gedicht te schrijven: origineel én universeel. Probeer het maar. Het wordt al gauw plat en sentimenteel. Alleen de beste dichters kunnen schrijven met een bedrieglijke eenvoud.

Campert is ook een ‘jazzdichter’ met klassieke verzen over giganten als Charlie Parker (‘Je blies in je handen en er was muziek.’), Chet Baker (‘Zijn stem is een zachte regen/als de kleine voeten van het vreemde meisje/op het mollige tapijt’) en Eric Dolphy (‘Het staat vast/dat alle mensen sterven/maar van alle mensen het eerst/de jazzmusici’). Hij maakte de opkomst van de bebop mee en bleef er zijn hele leven aan trouw. Even droomde hij ervan trompettist te worden, maar hij bleek er geen aanleg voor te hebben (‘Ik blies wel, maar het leek nergens naar’). Mirjam van Hengel beschrijft Camperts liefde voor de jazz uitvoerig in haar mooie portret van Campert, Een knipperend ogenbik (2018).

“De jazzdichter” verder lezen