Poëzie als engagement

Criticus, docent en dichter Alfred Schaffer moest nooit iets hebben van persoonlijke ontboezemingen in de poëzie, van sentimentaliteit. Hij huivert van de eigenliefde van de lyrische dichter die het schone bezingt en het sublieme nastreeft. Zijn voorkeur ging uit naar hermetische poëzie waarin het gaat om ‘het abstracte, het ontwijkende, het koele’, waarmee je als lezer alle kanten uit kan. Het uiten van emoties, het vertellen van een persoonlijke anekdote of het verkondigen van een boodschap was meer iets voor amateur-dichters.

In zijn Hans Groenewegen-lezing Op de rug gezien (in 2019 uitgegeven door PoëzieCentrum vzw), beschrijft Schaffer dat hij hier anders over is gaan denken. Hij kan zich zelfs het precieze moment herinneren waarop die verandering inzette. Het was in 2004, tijdens een festival in het Zuid-Afrikaanse Delft, waar ook amateur-dichters optraden. Hij werd geraakt door een gedicht van een vrouw (die hij enkel op de rug zag) over haar verkrachte dochter. Door een persoonlijk gedicht dus, dat makkelijk was na te vertellen – een andere typische eigenschap van amateurpoëzie. Schaffer concludeerde achteraf dat zijn ontroering veroorzaakt werd door haar geloof in de dichtvorm om haar verschrikkelijke verhaal over te brengen.

“Poëzie als engagement” verder lezen

Niet mijn mondo

Vooraf was al duidelijk dat je Mondo,  het nieuwe cultuurprogramma van de  VPRO, niet mag vergelijken met de programma’s Boeken en Vrije Geluiden die hiervoor plaats moesten maken. Het accent van het programma zou, de titel indachtig, komen te liggen op de wereld, gezien door de ogen van ‘filmmakers, muzikanten, schrijvers en andere kunstenaars’ en dus niet meer op de kunst zelf. Het programma pretendeert je wereldbeeld te kantelen, dus je zit meteen op het puntje van je stoel.

Allereerst praten de schrijvers Arnon Grunberg en Philip Huff, theatermaakster Wieke ten Cate en rapper Akwasi over de vraag of kunst moreel de weg moet wijzen of ook immoreel mag zijn. De discussie werd door presentatrice Nadia Moussaid snel gestuurd naar vrouwonvriendelijkheid en racisme in de kunst, waar de media al maanden bol van staan (denk aan #metoo). Deze leverde alleen al daarom geen nieuwe gezichtspunten op. Arnon Grunberg moest nog een keer uitleggen wat iedere cultuurliefhebber allang weet, namelijk dat een kunstwerk juist interessant is als het een afwijkend perspectief biedt. Je zag de teleurstelling op Nadia’s gezicht. Want voor haar moet kunst woke zijn: divers, vrouwvriendelijk en inclusief (dit lees ik op de website met ‘verdiepende’ onderwerpen, zelf legt ze het niet uit, weinig inclusief trouwens). Het woord lag de hele avond voor op haar tong. Ze kon het niet opbrengen een erotische scene uit Turks Fruit voor te lezen. Wat een aanstellerij. En hoe politiek correct. Grunberg was de enige die in het gesprek voor diepgang zorgde. Wat had ik hem alleen graag over zijn nieuwe roman gehoord. Maar dat mag niet meer.

“Niet mijn mondo” verder lezen

Mijn boekentop-5 van 2019

  1. Pastorale – Stephan Enter
    De thema’s – (jeugd)liefde, vriendschap en ontworsteling aan het gereformeerde geloof – zijn overbekend, maar worden op een originele, scherpzinnige en verfijnde manier beschreven. Enter neemt uitgebreid de tijd voor zijn verhaal en deinst niet terug voor (prachtige) natuurbeschrijvingen. Een roman die je optilt en bovendien veel aan de verbeelding overlaat. Alsof je een roman van Vestdijk leest.
  2. Zwarte Schuur – Oek de Jong
    Schijnbaar moeiteloos verteld in zijn bekende beeldende en sensitieve stijl. De beklemming die de hoofdpersoon bevangt is sterk invoelbaar. Met welgekozen details roept De Jong een enorme sfeer op. Met name de jeugdbeschrijvingen zijn weergaloos en herinneren aan het schitterende Pier en Oceaan. Verder schrijft niemand beter over erotische spanning.
  3. Serotonine – Michel Houellebecq
    Houellebecq blijft fascineren door de combinatie van hypersensitiviteit en politieke incorrectheid. En omdat hij schrijft over de problemen van deze tijd. Daarbij kiest hij voortdurend een andere invalshoek, in dit geval de problemen van de noodlijdende agrarische sector. Scherp, bij vlagen smakeloos en indrukwekkend. Ook heel geestig: ‘Nederland is geen land, hooguit een onderneming.’
  4. Antoinette – Robbert Welagen
    Een mooie korte roman over verlies. Juist door zijn beheerste manier van schrijven maakt Welagen indruk. Bij hem vind je nooit clichés, zijn proza is altijd smaakvol. Het nostalgische decor van een oud thermaalbad in Boedapest versterkt nog de melancholie. Geweldige vondst.
  5. Machines zoals ik – Ian McEwan
    Wat als Alan Turing niet jong onder verdachte omstandigheden was gestorven? Dan waren technologische ontwikkelingen als de robot en de zelfrijdende auto al in de jaren ’80 bewaarheid geworden. Dit gegeven werkt McEwan op briljante wijze uit. Ten tijde van de Falklandoorlog (ditmaal gewonnen door Argentinië!) beleven de hoofdpersoon, diens robot en zijn buurvrouw een driehoeksverhouding, die allerlei prangende vragen rondom mens-zijn en vooruitgang oproept.

De Boek-Spotprijs

Wat gaat er door je heen – om deze platitude te gebruiken – als je een literaire prijs wint die de week erop wordt opgedoekt? Dat vroeg ik me af toen ik las dat de ‘BookSpot Literatuurprijs’ zal verdwijnen. Dat wil zeggen: vanaf volgend jaar heet hij (opnieuw) anders. Het is zo een spotprijs geworden.

Het zal de winnaars misschien niets kunnen schelen, je hebt immers 50.000 euro gewonnen, waarvan je als je zuinig bent twee jaar kunt leven. Tenzij je er een auto van koopt.

Maar het gaat bij zo’n prijs toch om de eer. Een literair schrijver wil in de eerste plaats een kunstwerk scheppen en geen bestseller, al hoopt hij of zij – en vooral de uitgeverij! –  daar stiekem wel op.

“De Boek-Spotprijs” verder lezen

Couperus’ taal weggepoetst

Er is een een hoop ophef ontstaan over de hertaling die neerlandica Michelle van Dijk maakte van Couperus’ Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan. In 2010 verscheen er al een hertaling van Max Havelaar door Gijsbert van Es. Uitgeverij Taal & Teken geeft middeleeuwse en renaissance-teksten in hertaling uit. Het is een trend. Voornaamste drijfveer is om jongeren aan het lezen van historische teksten te krijgen.

Het is opmerkelijk, omdat je in mijn middelbareschooltijd – eind jaren zeventig, begin jaren tachtig – dit soort initiatieven niet had. Toen kwam de stijl van Multatuli en Couperus ook archaïsch over. Maar die werd juist geroemd omdat deze schrijvers zich hierdoor onderscheidden. Het waren ieder op hun manier grote stilisten: Multatuli schreef ‘levend hollandsch’ en Couperus’ stijl was een typisch voorbeeld van l’art pour l’art. Multatuli had zijn hertaling misschien nog toegejuicht omdat bij hem de boodschap van de mishandelde Javaan (nu Filippijn of Koerd) voorop stond. Couperus zou gestorven zijn van ellende.

“Couperus’ taal weggepoetst” verder lezen

Wolkers als wapen

Als een mythologische god verscheen schrijver Jan Wolkers in Nieuwsuur tussen reportages over de bouw en de debatdichtheid in de Tweede Kamer. Biograaf Onno Blom stelde in het kader van de actie Nederland Leest een bloemlezing samen met ‘zijn mooiste natuurstukken’ om het aan elektronica verslaafde volk aan het lezen te krijgen. Een betere tegenpool van de homo digitalis kun je niet verzinnen.

Het spreekt onverminderd tot de verbeelding Wolkers in zijn element te zien op het onbewoonde Rottemerplaat waar hij in the good old seventies een week doorbracht. Burgerman Bomans ging er kapot aan de herrie en de eenzaamheid. Wolkers drukte de woeste natuur aan de behaarde borst en redde en verzorgde dieren als een ruige heilzuster. Deze man hield niet alleen hartstochtelijk van de natuur, hij was de natuur.

“Wolkers als wapen” verder lezen

Denkend aan Mulisch

Vandaag precies negen jaar geleden overleed Harry Mulisch. In de geest van Mulisch zou iedereen zich moeten kunnen herinneren wat hij die dag deed. Dat moeten dan wel literatuurliefhebbers zijn natuurlijk. Voor veel mensen was hij zo’n vaag bekende Nederlander. In ieder geval zal menigeen zich de regenboog herinneren die zich op de dag van zijn begrafenis boven de Amstel spande. Alsof het hogere, dat altijd welwillend op leven en werk van de Grote Schrijver had neergezien, zijn treurnis liet blijken. En de bedroefde lezers tegelijk troost bood met schoonheid.

Zelf kwam ik net terug van een weekend in Münster, uit het land dus waar Mulisch zo vaak over heeft geschreven. Maar dat is toeval natuurlijk en van geen enkel belang. Ik weet nog de weemoed die ik voelde. Een schrijver met wie ik opgroeide en wiens werk ik bewonderde. Als Mulisch sprak, ging je er altijd voor zitten. Daarom was hij zo’n veelgevraagde gast in talkshows. En vanwege zijn esprit natuurlijk, totaal niet te vergelijken met de platte lolbroekerij die je verder aan talkshowtafels hoort.

“Denkend aan Mulisch” verder lezen

Nobelprijs Literatuur 2018 en 2019: geen politieke correctheid

Het voortbestaan van de Nobelprijs voor de Literatuur hing door een #metoo-schandaal aan een zijden draadje. Over die onverkwikkelijke affaire kan maar beter verder worden gezwegen. Ranzigheid wordt al te vaak breed uitgemeten. Bovendien leidt het af van de edele en nobele literatuur.

Dat laatste was precies waar ik door al die toestanden vooraf bang voor was: dat het over iets anders zou gaan dan literaire kwaliteit. Deze zaak had de jaarlijkse verontwaardiging over het feit dat de prijs tot dan toe veel te weinig naar een vrouw was gegaan alleen maar aangewakkerd.

“Nobelprijs Literatuur 2018 en 2019: geen politieke correctheid” verder lezen

Deventer Boekenmarkt

Op het eerste gezicht is de Deventer Boekenmarkt een evenement als alle andere: van de beschikbare ruimte lijkt elke centimeter te zijn ingenomen. De mensenmassa is gestold in de straten en op de kades en pleinen. Op terrassen worden cappuccino’s, bier en kroketten aan de lopende band aangedragen door ijverige meisjes met rood aangelopen hoofden.

Bijna nergens anders is het publiek meer divers. Van uitgedijde volkse types, snaterend van gezelligheid, tot broodmagere kamergeleerden met vastberaden blikken, die zich normaal gesproken niet op een evenement wagen. Dappere oudere dames duwen hun rollators stug door de massa voort. Je ziet zelfs jongeren, al zijn die in de minderheid. Boeken zijn er voor iedereen zouden ze bij het CPNB zeggen. Kinderen zie je nauwelijks, maar die hebben hier ook weinig te zoeken. De uitgestalde kinderboeken zijn niet voor hen bedoeld en dienen nostalgische gevoelens.

“Deventer Boekenmarkt” verder lezen

Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal

Het is de Week van het Korte Verhaal. Tegenwoordig staat elke week (of dag) wel ergens in het teken van (het is ook de week van de E-bike), maar het korte verhaal is een nobel doel. Verhalenbundels worden minder gelezen dan romans, dus het (korte) verhaal kan een steuntje in de rug goed gebruiken. Het blijkt om alweer de achtste editie te gaan (die vorige zeven heb ik dus gemist). Bij Uitgeverij Podium verschijnt voor deze gelegenheid een speciale bundel korte verhalen. Bekende schrijvers is hiervoor gevraagd een favoriet verhaal uit te kiezen.

Het valt op dat maar vier van de gekozen 21 verhalen uit de Nederlandse literatuur afkomstig zijn. Ze zijn van Hermans, Uphoff, Snoek en Rob van Essen. Geen verhalen van Biesheuvel, Belcampo of Hotz. Je zou een zkv hebben verwacht van A.L. Snijders, die zelf wel een verhaal koos (‘Net als alle mannen’ van John McGahern) en daar natuurlijk een zeer kort commentaar bij schreef. Of van Armando. Maar het is natuurlijk aardig Paul Snoek eens op te duiken, zoals Tom Lanoye doet, of aandacht te vragen voor een hedendaagse auteur als Rob van Essen (de keuze van Marja Pruis).

Zeer merkwaardig is dat het door Alex Boogers gekozen verhaal van Salinger ontbreekt, het mocht niet worden opgenomen, terwijl zijn commentaar wél staat afgedrukt. Het verhaal mag je zelf opzoeken. Had je dan niet even een ander verhaal kunnen kiezen, Alex, bijvoorbeeld van een van bovenstaande auteurs? Armando lijkt me echt iets voor jou. Van Lydia Davis zijn twee verhalen opgenomen. Goed, de keuze was vrij, maar op 21 verhalen oogt dit als armoede. Er wordt op zo’n boek toch redactie gepleegd? De samenstelling van de bundel lag bij Annelies Verbeke die ook de inleiding schreef. Ze schrijft hierin onder andere dat het korte verhaal vaak gaat over ‘meestal eenzame levens, geleid door personages die zich aan de rand van de samenleving bevinden of anderszins als buitenstaanders kunnen worden beschouwd’. Ik dacht dat dit voor bijna alle literatuur gold.

De verhalen van Davis zijn meteen de meest opzienbarende omdat ze verreweg het kortst zijn. Het verhaal ‘Doctorstitel’, gekozen door Saskia de Coster, telt zelfs maar twee zinnen, ik citeer:
‘Al die jaren dacht ik dat ik een doctorstitel had. Maar ik heb geen doctorstitel’. De Coster licht haar keuze van dit ‘genadeloos tragische of hilarische verhaal’ vervolgens in twintig zinnen toe (voor de toelichting verwijs ik naar het boek). Hoe korter het verhaal, hoe meer dit oproept. En dat klopt ook wel. “Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal” verder lezen