Lafbekken en grote bekken

Een aantal gemeentes wil het aan ‘de straat’ overlaten of er een vuurwerkvrije zone komt. Dit experiment was namelijk vorig jaar in een aantal wijken in Den Haag, op een enkel rotje na, een groot succes.

Maar door het aan de burgers over te laten ontlopen deze gemeentes hun verantwoordelijkheid. Zelf hebben ze het over ‘de kracht’ van de burger, zoals de Haagse burgemeester. Een aantal jaren geleden werd immers de term ‘participatiemaatschappij’ uitgevonden, die drastische bezuinigingen op sociale voorzieningen moest verhullen. Sindsdien kijken we weer om naar nooddruftige familieleden, ontspoorde jongeren en ontredderde buren, hoewel inmiddels is gebleken dat dit niet werkt.

Daarbij heb ik me er altijd over verbaasd dat politici het over ‘de wijk’ en ‘de straat’ hebben, omdat die volgens mij niet bestaan of niet meer bestaan, zoals de Haagse Schilderswijk. Daarbij wordt ‘de wijk’ ook nog eens als synoniem van ‘het gewone volk’ gebruikt, terwijl de achtergronden van mensen enorm verschillen. Het is een frase van politici die ver afstaan van de realiteit. “Lafbekken en grote bekken” verder lezen

Hebben is niet altijd ‘houwe’

De discussie over roofkunst is zo oud als de weg naar Rome, maar lijkt, nu Frankrijk bereid is kunstobjecten terug te geven, urgenter dan ooit tevoren.

In Buitenhof zag je aan het zure gezicht van de directeur van het Allard Pierson Museum dat hij helemaal geen zin had om kunst terug te geven, maar als beschaafd mens de discussie wel op een redelijke manier moest voeren. Intussen draaide hij om de hete brij heen.

Als heel jonge museumbezoeker vroeg ik me al af hoe die mummies en maskers in het Rijksmuseum van Oudheden verzeild waren geraakt. Ze stonden immers mijlenver af van de potscherven en pijlpunten die uit de polders opgedolven waren. De Romeinen zijn hier geweest, maar de Egyptenaren? “Hebben is niet altijd ‘houwe’” verder lezen

Helden in brons

Hoe verlicht de maatschappij ook raakt, steeds opnieuw voelen mensen de behoefte aan monumenten en standbeelden, die de openbare ruimte vullen en ons ongewild confronteren met slachtoffers van oorlogen en rampen of helden uit het verleden.

Een heleboel van die helden zijn inmiddels in de vergetelheid geraakt, omdat, ondanks die beelden, de tijd steeds verder wegraakt, bepaalde schrijvers en dichters niet meer worden gelezen. Die beelden zijn eigenlijk het best te pruimen, als iets esthetisch op zich, zij het door de duiven onder gescheten. Ze zijn het gezag dat ze moesten afdwingen allang kwijt. En dat is maar goed ook. Het waren ook maar mensen. Er zit bovendien menig staatsman of militair tussen die – in de koloniën bijvoorbeeld – vuile handen heeft gemaakt. Verworden tot straatmeubilair.

Alle reden dus om een streep te zetten onder dat eeuwige vereeuwigen in staal, marmer of brons. Maar dat gebeurt niet, zie de merkwaardige discussie die op dit moment in Dordrecht plaatsvindt. Daar wil de Prins Willem de Eerste Herinneringsstichting (die bestaat!) een standbeeld van Willem van Oranje laten zetten. In brons. Waarom? Niemand die meer geëerd is dan onze aartsvader. Bij al het historisch onbenul overbekend. Wilhelmus van Nassouwe, ben ik van Duitschen bloed. “Helden in brons” verder lezen

De hijgerige sportlobby (oproep tot nieuwe lobby’s deel II)

De discussie over de keuze voor winter- of zomertijd is alweer in de kiem gesmoord: te lastig, volgens de Europese ministers van transport (die hier blijkbaar een kernrol in vervullen). Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom hier discussie over is: wie wil er nou dat het hartje winter pas om kwart voor tien licht wordt? Je leidt dan al zo’n mollenbestaan. Mijn ogen gaan pas na kerst weer een beetje open. Overigens moet in onze geautomatiseerde tijd (!) de overgang van winter- naar zomertijd en andersom helemaal niet lastig zijn. De brexit zorgt straks voor grotere problemen. Geen aandacht meer aan besteden dus. Maar de hele kwestie gaat in 2021 opnieuw spelen.

Opvallend was de waarschuwing van de sportlobby. Dat zijn natuurlijk types die altijd vooraan willen staan. Opvallend was ook de aandacht die ze er meteen voor kreeg, ergens voor in het NOS-journaal. Sport is belangrijk, nietwaar?

In beeld kwam de dramatische tronie van de directeur van het NOC-NSF, Gerard Dielessen, die het onwetende volk er graag op wilde wijzen dat invoering van de wintertijd ten koste zou gaan van de sport: we hebben dan ‘s avonds een uur minder om te sporten. Het was duidelijk: ons zou weer iets worden afgepakt. “De hijgerige sportlobby (oproep tot nieuwe lobby’s deel II)” verder lezen

I Amsterdamned

Een stad heeft tegenwoordig, zoals elk ‘product’, een slogan nodig. Zelfs beroemde, oude steden als Amsterdam die zo vaak op schrift en in liederen bezongen zijn. De massieve lompe letters die in 2004 voor het statige Rijksmuseum werden geplaatst, waren bedoeld om meer bezoekers te trekken. Nou dat is gelukt. Ze fungeren dagelijks als klimrek voor duizenden, vaak jonge toeristen, die zich er in allerlei ludieke standjes op laten fotograferen. ‘I Amsterdam’ is net zo’n een attractie geworden als de Nachtwacht, het Van Gogh Museum, de hoerenbuurt en de coffeeshops. De nieuwe machtigste partij van Amsterdam, GroenLinks, wil er vanaf.

De kreet waarmee het reclamebureau destijds aankwam was door zijn simpelheid al even verbijsterend als de wens van het gemeentebestuur. Was daar al die expertise voor nodig? Was hier nou zoveel geld voor betaald? Een ‘I’ ervoor en de eerste twee letters gewoon rood kalken? Had dit niet ook door een of andere stagiair verzonnen kunnen worden? Hoe dan ook, het bleek een briljante vondst. Genialiteit schuilt immers vaak in de eenvoud.

Amsterdam werd met die ‘I’ ervoor ineens Engels, en dat sprak met het oog op de verlangde toeristische hordes de politici wel aan. Bovendien kon zo’n korte kreet heerlijk op T-shirts en tasjes. “I Amsterdamned” verder lezen

Biografiewoede

Er is sprake van een ware kanonnade aan biografieën. Na Wolkers, Van Lennep, Büch, Lucebert, nu weer Campert, Wilmink, Kellendonk, Diet Kramer, F. Harmsen van Beek. Ook verschijnt er een nieuwe editie van Hazeu’s Slauerhoff-biografie.

Blijkbaar is er behoefte aan. Want biografieën verkopen goed. Als vorm van geschiedschrijving – geschiedenis is in tijden van nepnieuws een populair genre – maar ook vanwege een toegenomen behoefte aan persoonlijke verhalen (denk aan de niet aflatende stroom autobiografische boeken), waar de biografie natuurlijk onder te scharen valt. Mensen zijn nieuwsgieriger naar andermans sores. Dankzij sociale media is dit normaler geworden.

Er is bovendien een overschot aan academici; een biografie schrijven geeft deze een bestemming. Probeer als letterkundige maar eens aan een normale betaalde baan te komen. Daarbij is een biografie schrijven chic. De allure van de schrijver straalt op jou af. Sommige biografen gedragen zich alsof ze zelf de kunstenaar zijn, tooien zich met mondaine hoed en zwierige shawl, terwijl het – plat gezegd – eigenlijk gewoon literaire parasieten zijn.

Wat gaan die persoonlijke geschiedenissen ons eigenlijk aan? “Biografiewoede” verder lezen

Moby Niks

De titel van dit nieuwe boekenprogramma is mooi gekozen, want er zijn weinig boeken die zo tot de verbeelding spreken als Moby Dick, al hebben maar weinigen het gelezen. Maar bij die goede titel blijft het. En dat viel te verwachten, voor wie het format al had gezien. Het programma smaakt net zo min naar literatuur als een boterham naar vis waar even een haring langs is gestreken.

Naar een presentator hoefde jammer genoeg niet te worden gezocht. Matthijs van Nieuwkerk heeft het programma voor zichzelf verzonnen. Dat betekent dat we weer aan die aalgladde presentatie vastzitten. Dat snelle toontje blijkt hij niet meer te kunnen afwennen: opnieuw ligt het tempo hoog, hoewel iets minder dan op het racecircuit van DWDD. Bij iets bedachtzaams als boeken zou je juist wat rust wensen om de gedeelde inzichten en scherpe vragen zelf te kunnen afwegen.

Ook als gasten is gekozen voor vlotte sprekers: een presentatrice en een hoogleraar (Dieuwertje Blok en Ben Feringa). Ze praten dus heel onderhoudend en zijn natuurlijk beslist niet dom. Maar wat je vooraf al weet gebeurt: de boeken zijn alleen maar de opmaat voor uitweidingen over zichzelf en het eigen vakgebied, waarover met het meeste enthousiasme wordt gesproken. Interessant hoor, die nanotechnologie, maar dit hoort te gaan over boeken! Moby Dick blijkt niet meer dan de zoveelste talkshow met BN’ers, die nu eenmaal de meeste kijkers trekken. “Moby Niks” verder lezen

Oproep tot nieuwe lobby’s

Een aantal gemeentes wil een rookverbod op straat. In Rotterdam gaat het initiatief hiertoe uit van het Erasmus MC en twee omliggende scholen. Begrijpelijk, want roken associeer je liever niet met zieken en scholieren, hoewel beide groepen redenen genoeg hebben om af en toe wat stoom af te blazen. De maatregel zal overigens geen zoden aan de dijk zetten. Het is bekend dat scholieren van scholen met een rookvrij schoolplein gewoon verderop in een straat gaan staan roken.

Het streven horeca en overheidsgebouwen rookvrij te maken lijkt op straat te worden voortgezet. Er was al discussie over het roken op terrassen. In Groningen wil men een rookverbod rond theaters. Het is een soort landjepik van de antirooklobby geworden. “Oproep tot nieuwe lobby’s” verder lezen

Het begrip ‘duurzaamheid’

                                                                                                                                                                                        

Alles en iedereen heeft het over duurzaamheid tegenwoordig. Alle politieke partijen hebben het woord in hun programma opgenomen, elk nieuw gemeentelijk college heeft ‘een duurzame agenda’. Grote bedrijven als FrieslandCampina hebben er speciale afdelingen voor en er zijn bemiddelingsbureaus voor duurzame banen. Duurzaamheid heet hier  ‘sustainability’, want de banen moeten wel als de gebruikelijke bullshit klinken.

De term, Engels of niet, is geheel ingeburgerd. Mooi zou je denken, omdat een duurzame wereld hierdoor iets dichterbij komt. Maar voor hetzelfde geld kun je zeggen dat de term door dat grootgebruik helemaal niets meer betekent. Duurzaamheid is ook een markt geworden. Elk bedrijf streeft naar een duurzaam imago, want je wilt jezelf niet uit de markt prijzen. Hiervoor heb je je Sustainability Manager. Vaak houdt een bedrijf alleen de schone schijn op.

Het leek zo’n goede term, omdat hij politiek neutraal is en iedereen zich er dus in zou moeten kunnen vinden. “Het begrip ‘duurzaamheid’” verder lezen

Het vermeende wij-gevoel

‘We doen het misschien allemaal wel eens een keer: bellen of appen achter het stuur.’ Presentator Annechien Steenhuizen trekt er een bloedserieus gezicht bij. Terwijl ik van de verbazing zit te bekomen, heb ik al een groot deel van de informatie gemist.

Het is bij het NOS Journaal heel normaal geworden de kijker in de wij-vorm aan te spreken. ‘We zijn met z’n allen steeds meer gaan internetshoppen’. ‘De Olympische 10-kilometer waar we zo naar uitgekeken hebben’. ‘Het vriest en Nederlanders krijgen weer massaal last van schaatskoorts’. Er wordt vaak verzaligd bij gekeken. We zijn onder elkaar.

Er is duidelijk sprake van een strategie: door de ‘wij-vorm’ te gebruiken betrek je automatisch iedereen bij het onderwerp, je slaat een persoonlijke toon staan. Verder creëer je een lekker groepsgevoel, want wie wil er nou niet bij horen? Het gaat altijd om onderwerpen waarvan ‘we’ verondersteld worden te houden: het koningshuis, het Nederlands elftal, op internet zitten, ‘shoppen’, schaatsen. “Het vermeende wij-gevoel” verder lezen