Wow! Een jaar op LinkedIn

Eigenlijk ben ik al veel langer op LinkedIn te vinden, het sociale medium waarvoor je je, vanwege het zakelijke karakter, ook als intellectueel wel kunt aanmelden. Vanaf 2011 om precies te zijn. Ooit bedoeld om klanten te trekken voor mijn tekstbureau waarvoor ik daarna geen tijd bleek te hebben.

Mijn account leidde vervolgens zeven jaar een zieltogend bestaan met 47 contacten, vooral vrienden en familie. Ver beneden de 500 contacten die je moet hebben om erbij te horen (zoals sommige van mijn vrienden die deze magische grens natuurlijk zelf wel bereikt hadden, mij fijntjes meedeelden). Het kon me niet schelen. Ik bezocht de site nooit. Waarom zou ik? Ik had gewoon een baan. En ook nog eens in het onderwijs: daar heb je geen contacten nodig (die heb je ook al genoeg).

Dat veranderde. Van de coach die mij bij het zoeken naar ander werk begeleidde, kreeg ik het devies LinkedIn te gebruiken. ‘Koud solliciteren’ (= d.m.v. een sollicitatiebrief, er gaat meteen een wereld aan nieuw idioom voor je open) had geen zin, er moest genetwerkt worden! Dus ging ik fanatiek aan de slag. Mijn profiel groeide van ‘zwak’ tot ‘zeer deskundig’. Bijna dagelijks deed ik contactverzoeken en legde ook enkele zogeheten ‘warme contacten’ (in netwerk- gesprekken), die de ingang konden zijn voor een nieuwe baan. In onze moderne, egalitaire samenleving spreken we (gelukkig) niet meer over kruiwagens. “Wow! Een jaar op LinkedIn” verder lezen

‘Territorium’: proloog + hoofdstuk 1 (manuscript)

Proloog

De klimaatverandering die iedereen vreesde, maar tegelijkertijd abstract bleef, leek in de eerste juliweken eindelijk voelbaar. De hitte hield nu al drie weken aan en benam dag en nacht iedereen de adem. Meteorologen waren allang door hun superlatieven heen, alle records waren gebroken en een verwijzing naar de statistieken maakte geen enkele indruk meer.
Ondanks het pleidooi van watermaatschappijen om zuinig met water om te springen, klaterden in veel voortuinen nog steeds de watersproeiers, als sierlijke fonteinen, en vonden sommigen het nodig hun bestofte auto eens flink met de tuinslang af te spoelen. De hele dag door klonk het gegil van kinderen – die zo gelukkig waren al zomervakantie te hebben – die zich met het water amuseerden, ongehinderd door de extreme weersomstandigheden en ondertussen onbarmhartig verbrandend.
Niels zat binnen op de bank, voor uitbundige waterballetten te oud geworden, zijn ogen gehecht aan het scherm van zijn telefoon, zijn dijen verkleefd aan het leer. Vanwege de hitte moest hij ze af en toe verplaatsen, wat een gek scheurend geluid gaf en ook een beetje pijnlijk was.
Hij kon net de ligstoel zien waarin Loes op de patio zat te zonnen; niet te geloven dat zij die hitte verdroeg, waarschijnlijk dankzij de vele zomervakanties die zij aan Griekse en Turkse kusten had doorgebracht. De rook van haar sigaret – waarvan zij de ene na de andere opstak, zodat hij constant leek te branden – kringelde boven de hoofdsteun uit en verried haar aanwezigheid. Hij wist dat ze zich stevig ingesmeerd had en naar olie stonk, wat hem altijd met afschuw vervulde en de associatie met het glimmende spitvarken opriep, dat hij eens op een festival had zien roosteren.
Zijn gedachten dwaalden even af naar zijn moeder, die de zon verafschuwde en trots was op haar bleke teint, die ze, wanneer ze zich op zomerdagen buiten waagde, met een zwierige strooien hoed voor verkleuring behoedde. Meestal zat ze dan overigens in de serre met de deuren wijd open geschoven in een mondaine rieten stoel, een of andere glossy voor zich op schoot gehouden. Ze was vaak niet eens aan het lezen, maar zat met gesloten ogen maar wat weg te dromen, waarbij een mondhoek af en toe licht en vol behagen krulde. Het was een van de weinige momenten waarop hij zijn moeder tevreden had gezien. “‘Territorium’: proloog + hoofdstuk 1 (manuscript)” verder lezen

Besneeuwde tuin

Het sneeuwt
alles wordt vlak
en meer van hetzelfde:

een kauw een wak
in de grond, spreeuwen
verdrinken in de vacht
van een struik, een duif
ziet er als een vergeten
stuk tegel uit

Alleen de roodborst
wordt mooier:
bloedroder rood
op de dunste tak
klein baken
in een witte nacht.

Kassa!

Het jaar is nu veertien dagen oud en menigeen zal al bij de kassa onaangenaam getroffen zijn bij het zien van flink hogere prijzen. En hij zal nog veel vaker de wenkbrauwen moeten fronsen.

Het is een op het eerste gezicht slimme zet van het kabinet om het laagste btw-tarief te verhogen, omdat het primaire levensbehoeften betreft, zoals levensmiddelen en drinkwater. Automatisch kassa dus. Men ging er bovendien vanuit dat mensen dit toch wel kunnen betalen, aangezien ‘het goed gaat met de economie’. Daarbij worden de hogere levenskosten gecompenseerd via belastingmaatregelen, zegt men. Of dat daadwerkelijk zo is, zie je echter pas bij de belastingaangifte. En de compensaties lijken vooral goed uit te pakken voor (goed verdienende) werkenden.

Toch lijkt niemand zich er erg druk om te maken. Er worden geen gele hesjes aangetrokken. Hamstergedrag in de laatste week van het jaar bleef uit, ik zag er in ieder geval weinig van (tenzij het de gebruikelijke stompzinnige voordeelactie van onze bekendste grootgrutter betrof, die actie doet me altijd aan een naderende oorlog denken). Ik heb aan het eind van het jaar nog wel wat meer dure producten gekocht, zoals wasmiddelen en olijfolie. Ook al is het maar winst op de korte termijn. Ik voelde me als iemand die op voordeeltjes uit is. “Kassa!” verder lezen

Tradities

Tradities zijn heilig. Zo heilig dat politici er hun vingers niet aan durven te branden. Dat zie je elk jaar weer bij Zwarte Piet, bij het vuurwerk tijdens Oud & Nieuw, waarvan de galm nog in onze oren hangt, of de primitieve nieuwjaarsvuren.

Ondanks de jaarlijkse vuurwerkslachtoffers wordt de vuurwerktraditie nooit aangepakt. Ook niet nu milieuverontreiniging een grotere zorg is dan ooit. Verder lijken steeds minder mensen zich aan de ongeschreven regel te houden om vanaf twaalf uur vuurwerk af te steken, omdat je dan pas wat te vieren hebt (en boze geesten moet verjagen). Dit ‘moment suprême’ wordt in onze lekker-doen-waar-je-zin-in-hebt-maatschappij verpest door een avond lang durend oorverdovend vuurwerk. In plaats van de gebruikelijke lusteloze jongetjes met rotjes zie je doorsnee huisvaders om vijf uur ’s middags het hardste vuurwerk afsteken. Samen met hun jonge kinderen. Heel opvoedend.

In de tussentijd kan ik de oudejaarsconference soms niet meer verstaan en heb ik voor twaalf uur al meer dan genoeg van die zenuwslopende knallen. Ik denk dan vaak terug aan mijn kat die op oudejaarsdag geen leven had, zeker niet toen je al om 10.00 uur ’s morgens met vuren mocht beginnen. Het mag dus nu later, maar nog steeds is dit niet laat genoeg. En wat mij betreft houdt het helemaal op, want de lol is eraf. Blijkbaar glipt er nog genoeg illegaal vuurwerk door de controle, want mijn huis trilt op zijn grondvesten en ik wacht op het moment dat er een keer een ruit springt (wat dit jaar ergens gebeurd is). “Tradities” verder lezen

‘Kerstrede’

Het is de tijd van weeë kersttoespraken, ludieke liefdadigheidsacties, gezochte-themanummers en slappe kerstedities vol interviews met vervelende BN’ers en slechte poëzie. In de vele gelegenheidsspeeches en -artikelen zal het vaak over de klimaatverandering gaan en ‘dat we hier een steentje aan moeten bijdragen’. Dat wil zeggen, minder aan bijdragen.

Deze kerstuitbarsting is over het algemeen nogal gratuit. Vrijwel niemand zal er een kalkoen minder om eten. Het merendeel van de politici zal zich deze in ieder geval laten smaken vanwege het vlak voor kerst bereikte klimaatakkoord. Ook al hebben de natuurorganisaties deze niet ondertekend en blijft het bedrijfsleven aardig buiten schot. De topmanagers hadden eerder – heel eerlijk – laten weten dat het niet aan hun generatie is iets drastisch te doen tegen de klimaat-verandering. Hun vriendjes van de VVD, de goedlachse premier voorop, hebben dit heel goed begrepen. De rest van het kabinet volgde braaf, inclusief het groene jongetje Jetten.

Het meest opvallende van het klimaatakkoord is dat de klimaatverandering van de gewone burger moet komen. Die moet zijn huis isoleren, zonnepanelen laten aanleggen, een elektrische auto aanschaffen… kortom, diep in de buidel tasten. Hier staan dan wel subsidies tegenover, maar deze dekken de aanschaf voor geen meter. Je koopt geen elektrische auto voor 6.000 euro. De subsidie wordt gefinancierd uit hogere belastingheffingen op benzine en benzineauto’s. Dus van het geld van weer andere burgers. “‘Kerstrede’” verder lezen

Lijstjes

Aan het eind van het jaar verschijnen de lijstjes: de meest interessante boeken, de mooiste films, de beste cd’s. Het is een aangenaam, maar ook een beetje kinderachtig tijdverdrijf. Net als ongetwijfeld vele anderen maakte ik als kind lijstjes van mijn favoriete popnummers. Sommige daarvan zie ik terug in de lijst der lijstjes: de Top 2000. Er worden diverse verklaringen gegeven voor het succes van dit toch oubollige programma: het is jeugdsentiment, kweekt een gevoel van saamhorigheid. Ook zou het zekerheid bieden in een almaar veranderende tijd, waar je zo weinig bij kunt voelen. Gelukkig staat ‘Bohemian Rapsody’ dan nog steeds op 1 gevolgd door ‘Hotel California’. Je warmt je eraan als aan een haardvuur. Het zijn ook onverwoestbare nummers.

Muziek nestelt zich als niets anders in je geheugen en is verbonden met herinneringen. Als ik een oude clip van Blondie zie, voel ik opnieuw mijn jongensachtige opwinding. Bij de vroege U2 mijn linkse engagement. Brian Ferry of ABC herinnert me weer aan mijn studententijd en stampvolle, zweterige feestkelders. Daarom is het best aardig die muziek weer eens te horen. Maar je smaak verandert. Daarbij ging ik trouwens soms nog verder terug in de tijd: cooljazz, jaren 70’- funk, fusion.

Als jazzrecensent ben ik vooral geïnteresseerd in het nieuwe. De jaarlijstjes in de jazzbladen waarop ik ben geabonneerd, leg ik graag naast mijn eigen voorkeuren. Ik zie soms verwantschap, maar ook titels die ik misschien over het hoofd heb gezien. Die muziek wil ik alsnog beluisteren. “Lijstjes” verder lezen

Lafbekken en grote bekken

Een aantal gemeentes wil het aan ‘de straat’ overlaten of er een vuurwerkvrije zone komt. Dit experiment was namelijk vorig jaar in een aantal wijken in Den Haag, op een enkel rotje na, een groot succes.

Maar door het aan de burgers over te laten ontlopen deze gemeentes hun verantwoordelijkheid. Zelf hebben ze het over ‘de kracht’ van de burger, zoals de Haagse burgemeester. Een aantal jaren geleden werd immers de term ‘participatiemaatschappij’ uitgevonden, die drastische bezuinigingen op sociale voorzieningen moest verhullen. Sindsdien kijken we weer om naar nooddruftige familieleden, ontspoorde jongeren en ontredderde buren, hoewel inmiddels is gebleken dat dit niet werkt.

Daarbij heb ik me er altijd over verbaasd dat politici het over ‘de wijk’ en ‘de straat’ hebben, omdat die volgens mij niet bestaan of niet meer bestaan, zoals de Haagse Schilderswijk. Daarbij wordt ‘de wijk’ ook nog eens als synoniem van ‘het gewone volk’ gebruikt, terwijl de achtergronden van mensen enorm verschillen. Het is een frase van politici die ver afstaan van de realiteit. “Lafbekken en grote bekken” verder lezen

Vergissing

In de maag
van de machtige potvis
eerst geborgen
in de onmetelijke oceaan
trof men aan:

115 plastic bekertjes
4 plastic flessen
25 plastic zakjes
2 teenslippers
1 nylon tas
en nog wat andere zaken
in totaal 6 kg zwaar

de mens is overal
er is geen vergissing mogelijk.

Hebben is niet altijd ‘houwe’

De discussie over roofkunst is zo oud als de weg naar Rome, maar lijkt, nu Frankrijk bereid is kunstobjecten terug te geven, urgenter dan ooit tevoren.

In Buitenhof zag je aan het zure gezicht van de directeur van het Allard Pierson Museum dat hij helemaal geen zin had om kunst terug te geven, maar als beschaafd mens de discussie wel op een redelijke manier moest voeren. Intussen draaide hij om de hete brij heen.

Als heel jonge museumbezoeker vroeg ik me al af hoe die mummies en maskers in het Rijksmuseum van Oudheden verzeild waren geraakt. Ze stonden immers mijlenver af van de potscherven en pijlpunten die uit de polders opgedolven waren. De Romeinen zijn hier geweest, maar de Egyptenaren? “Hebben is niet altijd ‘houwe’” verder lezen