I Amsterdamned

Een stad heeft tegenwoordig, zoals elk ‘product’, een slogan nodig. Zelfs beroemde, oude steden als Amsterdam die zo vaak op schrift en in liederen bezongen zijn. De massieve lompe letters die in 2004 voor het statige Rijksmuseum werden geplaatst, waren bedoeld om meer bezoekers te trekken. Nou dat is gelukt. Ze fungeren dagelijks als klimrek voor duizenden, vaak jonge toeristen, die zich er in allerlei ludieke standjes op laten fotograferen. ‘I Amsterdam’ is net zo’n een attractie geworden als de Nachtwacht, het Van Gogh Museum, de hoerenbuurt en de coffeeshops. De nieuwe machtigste partij van Amsterdam, GroenLinks, wil er vanaf.

De kreet waarmee het reclamebureau destijds aankwam was door zijn simpelheid al even verbijsterend als de wens van het gemeentebestuur. Was daar al die expertise voor nodig? Was hier nou zoveel geld voor betaald? Een ‘I’ ervoor en de eerste twee letters gewoon rood kalken? Had dit niet ook door een of andere stagiair verzonnen kunnen worden? Hoe dan ook, het bleek een briljante vondst. Genialiteit schuilt immers vaak in de eenvoud.

Amsterdam werd met die ‘I’ ervoor ineens Engels, en dat sprak met het oog op de verlangde toeristische hordes de politici wel aan. Bovendien kon zo’n korte kreet heerlijk op T-shirts en tasjes. “I Amsterdamned” verder lezen

Mos

peutert tegels los
vlijt zich ertussen

stroomt, als je het toestaat,
als kleine rivieren

over het terras
stolt in de hoeken

tot poezenvacht
bedekt herinnering.

Biografiewoede

Er is sprake van een ware kanonnade aan biografieën. Na Wolkers, Van Lennep, Büch, Lucebert, nu weer Campert, Wilmink, Kellendonk, Diet Kramer, Fritzi Harmsen van Beek. Ook verschijnt er een nieuwe editie van Hazeu’s Slauerhoff-biografie.

Blijkbaar is er behoefte aan. Want biografieën verkopen goed. Als vorm van geschiedschrijving – geschiedenis is in tijden van nepnieuws een populair genre – maar ook vanwege een toegenomen behoefte aan persoonlijke verhalen (denk aan de niet aflatende stroom autobiografische boeken), waar de biografie natuurlijk onder te scharen valt. Mensen zijn nieuwsgieriger naar andermans sores. Dankzij sociale media is dit normaler geworden.

Er is bovendien een overschot aan academici; een biografie schrijven geeft deze een bestemming. Probeer als letterkundige maar eens aan een normale betaalde baan te komen. Daarbij is een biografie schrijven chic. De allure van de schrijver straalt op jou af. Sommige biografen gedragen zich alsof ze zelf de kunstenaar zijn, tooien zich met mondaine hoed en zwierige shawl, terwijl het – plat gezegd – eigenlijk gewoon literaire parasieten zijn.

Wat gaan die persoonlijke geschiedenissen ons eigenlijk aan? “Biografiewoede” verder lezen

Moby Niks

De titel van dit nieuwe boekenprogramma is mooi gekozen, want er zijn weinig boeken die zo tot de verbeelding spreken als Moby Dick, al hebben maar weinigen het gelezen. Maar bij die goede titel blijft het. En dat viel te verwachten, voor wie het format al had gezien. Het programma smaakt net zo min naar literatuur als een boterham naar vis waar even een haring langs is gestreken.

Naar een presentator hoefde jammer genoeg niet te worden gezocht. Matthijs van Nieuwkerk heeft het programma voor zichzelf verzonnen. Dat betekent dat we weer aan die aalgladde presentatie vastzitten. Dat snelle toontje blijkt hij niet meer te kunnen afwennen: opnieuw ligt het tempo hoog, hoewel iets minder dan op het racecircuit van DWDD. Bij iets bedachtzaams als boeken zou je juist wat rust wensen om de gedeelde inzichten en scherpe vragen zelf te kunnen afwegen.

Ook als gasten is gekozen voor vlotte sprekers: een presentatrice en een hoogleraar (Dieuwertje Blok en Ben Feringa). Ze praten dus heel onderhoudend en zijn natuurlijk beslist niet dom. Maar wat je vooraf al weet gebeurt: de boeken zijn alleen maar de opmaat voor uitweidingen over zichzelf en het eigen vakgebied, waarover met het meeste enthousiasme wordt gesproken. Interessant hoor, die nanotechnologie, maar dit hoort te gaan over boeken! Moby Dick blijkt niet meer dan de zoveelste talkshow met BN’ers, die nu eenmaal de meeste kijkers trekken. “Moby Niks” verder lezen

Oproep tot nieuwe lobby’s

Een aantal gemeentes wil een rookverbod op straat. In Rotterdam gaat het initiatief hiertoe uit van het Erasmus MC en twee omliggende scholen. Begrijpelijk, want roken associeer je liever niet met zieken en scholieren, hoewel beide groepen redenen genoeg hebben om af en toe wat stoom af te blazen. De maatregel zal overigens geen zoden aan de dijk zetten. Het is bekend dat scholieren van scholen met een rookvrij schoolplein gewoon verderop in een straat gaan staan roken.

Het streven horeca en overheidsgebouwen rookvrij te maken lijkt op straat te worden voortgezet. Er was al discussie over het roken op terrassen. In Groningen wil men een rookverbod rond theaters. Het is een soort landjepik van de antirooklobby geworden. “Oproep tot nieuwe lobby’s” verder lezen

Terug naar Iberische wortels

Over ‘Tonadas’ van Julian Argüelles

‘Tonadas’ betekent ‘deuntjes’ in het Spaans, wat een sympathiek eufemisme is voor de acht composities die op het nieuwste album van saxofonist Julian Argüelles staan. Het is zijn vijftiende als bandleider en zijn tweede voor Edition Records. Onder deze vlag was hij ook arrangeur en componist voor het bewierookte album van Phronesis met de Frankfurt Radio Big Band: ‘The Behemoth’. Hij laat zich door dezelfde ritmesectie begeleiden als op ‘Tetra’ (2015). Pianist is ditmaal Ivo Neame.

Alle nummers op ‘Tonadas’ zijn te herleiden tot Argüelles’ Iberische wortels. Hij heeft zich niet alleen laten inspireren door steden en hun specifieke wijken (zoals Alfama in Lissabon en de Barrio Gótico van Barcelona), maar ook door verschillende Spaanse muziekvormen. De Bulerías en de Alegrías, komen uit de flamenco-traditie; de gelijknamige nummers zijn dan ook flink ritmisch.‘Tonadilla’, een liedsoort die in de 18e eeuw in het theater is ontstaan, is weer een langzaam stuk.

Argüelles blaast met veel gevoel en bezit een fenomenale techniek. “Terug naar Iberische wortels” verder lezen

Schoonheid en leed liggen om de hoek

Over ‘Het wolkenreparatieatelier’ van Peter Swanborn

De titel is op zich al een reden om de nieuwe bundel van Peter Swanborn aan te schaffen. Je weet meteen dat het om iets onmogelijks gaat dat alleen in de verbeelding van de dichter bestaat. In het gelijknamige gedicht staat dat ‘voor de pijn van inwendige krimp als gevolg van de inwendige kramp als gevolg van de ongelijke strijd tussen aantrekkings- en zwaartekracht geen remedie bestaat’. De pijn die de dichter ervaart lijkt op de wolken te zijn geprojecteerd.

De gedichten zijn grofweg te verdelen in gedichten waarin de natuur centraal staat en gedichten over een heel persoonlijke thematiek. Ze staan door elkaar heen, verdeeld over drie afdelingen, waarvan de tweede ook de titel ‘wolkenreparatieatelier’ draagt. De eerste en de derde afdeling hebben de al even omineuze titels ‘Neteldrift’ en ‘Wantsdagen’, die oppervlakkig gezien een banale verklaring hebben (de vlinder is op zoek naar een brandnetel ‘voor de eerste rups’, de wants geniet van zijn ‘zomerschaatsgenot’), maar betrekking hebben op verlangen en ondergang. “Schoonheid en leed liggen om de hoek” verder lezen

Het begrip ‘duurzaamheid’

                                                                                                                                                                                        

Alles en iedereen heeft het over duurzaamheid tegenwoordig. Alle politieke partijen hebben het woord in hun programma opgenomen, elk nieuw gemeentelijk college heeft ‘een duurzame agenda’. Grote bedrijven als FrieslandCampina hebben er speciale afdelingen voor en er zijn bemiddelingsbureaus voor duurzame banen. Duurzaamheid heet hier  ‘sustainability’, want de banen moeten wel als de gebruikelijke bullshit klinken.

De term, Engels of niet, is geheel ingeburgerd. Mooi zou je denken, omdat een duurzame wereld hierdoor iets dichterbij komt. Maar voor hetzelfde geld kun je zeggen dat de term door dat grootgebruik helemaal niets meer betekent. Duurzaamheid is ook een markt geworden. Elk bedrijf streeft naar een duurzaam imago, want je wilt jezelf niet uit de markt prijzen. Hiervoor heb je je Sustainability Manager. Vaak houdt een bedrijf alleen de schone schijn op.

Het leek zo’n goede term, omdat hij politiek neutraal is en iedereen zich er dus in zou moeten kunnen vinden. “Het begrip ‘duurzaamheid’” verder lezen

Een helende plek

Probeer jezelf een vergeten plek te herinneren
een plek zo overwoekerd en stil omdat niemand
er ooit verblijven wil en waar ook niemand
ooit maar brood in zag, een plek die even terzijde lag

onzichtbaar achter een onzichtbare schuur
permanent in de schaduw en met bladeren bedekt
waarin dingen verdwijnen en tijd en duur
en zorg dat je zo’n plek als enige ontdekt.

 

Vogelgezang als inspiratie

Over ‘A bird’s eye view’ van Ad Colen

Vogelgeluiden houden saxofonist Ad Colen al geruime tijd bezig. Hij studeerde vaak in het buitenhuisje van zijn ouders vlak over de grens in België en probeerde de vogelgeluiden die hij hoorde op zijn saxofoon te imiteren. Verschillende van de melodieën die hij hoorde, vormen de basis van de elf nummers van dit opmerkelijke album.

Mocht je denken dat het hier om allerlei melige imitaties gaat dan heb je het mis. Colen onderwierp de zang van bijvoorbeeld de winterkoning en de boomleeuwerik aan een grondige analyse en kwam zo tot enkele melodielijnen, waarna hij zijn composities is gaan uitwerken. Het album heeft een flink improviserend karakter. Colen is een saxofonist die stevig in de beboptraditie staat en ook op deze plaat fijne vloeiende solo’s speelt.

Hij laat zich door een viertal musici begeleiden, waaronder zijn vaste drummer Yonga Sun, bassist Dion Nijland en toetsenist Mike Roelofs op piano, fender rhodes en wurlitzer. Rogier Hornman voegt hier met zijn cello nog een bijzonder geluid aan toe. Net als de sax kan de cello ritmisch springen en heerlijk zingen. En als de vogels natuurlijk. Roelofs zorgt voor verschillende kleuren. De uitstekende ritmesectie is vooral begeleidend. “Vogelgezang als inspiratie” verder lezen