De aantrekkingskracht van Hugo Claus

Over de biografie ‘De levens van Claus’ van Mark Schaevers

Als je mij vraagt welke Nederlandstalige schrijvers mij het meest inspireerden, dan staat Hugo Claus (1929 – 2008) bovenaan in het rijtje. Het verdriet van België is een van de absolute meesterwerken uit de wereldliteratuur. Ook als dichter maakte Claus veel indruk. Dan was er nog zijn performance: zijn recalcitrante, aforistische uitspraken die moeiteloos van zijn tong rolden. Van zijn optreden in Hier is… Adriaan van Dis in 1983 herinner ik mij onmiddellijk de vergelijking van de nonnen van de kostschool waar hij als kind verbleef met SS’ers (‘Waffen-SS in religieuze jurken’). Claus had lef en straalde dat uit. 
Wie zich nog van zijn eruditie en eloquentie moet overtuigen leze Groepsportret, een verzameling citaten uit interviews, bezorgd en op lemma gerangschikt door Mark Schaevers ter gelegenheid van Claus’ vijfenzeventigste verjaardag. Een geweldige titel omdat Claus regelmatig van mening veranderde (‘Ik ben niet bang om mezelf tegen te spreken’) en dus uit verschillende personen leek te bestaan. De levens van Claus, door dezelfde Schaevers, is in lijn met deze eerdere titel.

Lees verder “De aantrekkingskracht van Hugo Claus”

De laatste wil van de schrijver

Onlangs verscheen ‘nieuw werk’ van Gabriel García Márquez, die tien jaar geleden overleed: In augustus zien we elkaar. De voorgeschiedenis is inmiddels bekend: vanwege Alzheimer kon Márquez het boek niet voltooien en hij verbood uitgave na zijn dood. Wat bewoog de familie hiertoe toch over te gaan? Mocht de wereld niets van het literaire genie Márquez onthouden worden of was het ordinair geldgewin?

Dilemma
Het is een oude discussie: moet de laatste wil van een schrijver worden eerbiedigd? Of heeft die na zijn dood geen zeggenschap meer over zijn werk, omdat dat los is komen te staan van zijn persoon? Je zou kunnen zeggen: dat was zelfs tijdens zijn leven al, een auteur schrijft immers voor de ander. Wat zou ik zelf gevonden hebben als ik de schrijver was? Waarschijnlijk had ik het ook verboden. Maar als dode sta je machteloos, tenzij je het een en ander testamentair goed hebt vastgelegd.

Lees verder “De laatste wil van de schrijver”

Meneer B mist de romantiek

In het dorp van meneer B bevindt zich een oud park waar een monumentale botanische kas staat. Deze tropische kas werd begin twintigste eeuw gebouwd en kwam na de dood van de eigenaar in handen van een universiteit. Meneer B bezat oude herinneringen aan de kas: de weg naar zijn middelbare school voerde erlangs. Het dichtgegroeide park achter de hoge hekken en het grote glazen oog van de sprookjesachtige kas spraken toen al sterk tot zijn verbeelding. De universiteit droeg kas en park weer over aan de gemeente. Vervolgens was er in het gebouw een tijd een antiekhandel gevestigd. Het park werd vrij toegankelijk.

Lees verder “Meneer B mist de romantiek”

Statement

Geregeld lees je in de krant
in berichten op sociale media
of in een communiqué
van een verse staatssecretaris

over de verbinding
die de kunsten zouden brengen
tussen de grootste vreemden
toch goed besteed belastinggeld

Terwijl ik in een boek verzonken
of dwalend door museumzalen
opgetild door een concert

toch alleen met schoonheid
verbonden ben, hooguit met
een unieke kunstenaar.

Armoede

‘Haar hele lijf zwaaide heen en weer, met het wiegen van een meisje dat haar grote pijn verwerkt, in tweeën geklapt, drukkend op haar maag, om haar niet meer te voelen. Ach, je kunt beter bevallen dan honger hebben!’ (‘De Kopstoot’ – Émile Zola)

Het was een verkiezingsthema. Van partijen van links tot rechts hoorde je dat mensen tegenwoordig moeite hadden om rond te komen. Uit de monden van rechtse politici was dit opmerkelijk, omdat die zich nooit eerder bekommerden om bestaanszekerheid. Het ging hun dan ook niet om de luie nietsnutten, maar om ‘hardwerkende Nederlanders’, zelfs over de middeninkomens. Hun armoede valt moeilijk te geloven. De winkelstraten en de terrassen lopen over. De zaterdag voor kerst was er een record aan pinbetalingen en er is voor meer dan honderd miljoen aan vuurwerk verknald. En in januari gaat men weer massaal de zomervakantie boeken. Verkiezingsretoriek dus.
Wat is armoede? Niet meer elk weekend de hort op of regelmatig uit eten? Niet in staat zijn dure concerten of sportwedstrijden te bezoeken? Niet op vakantie kunnen gaan? Wie echt wil weten wat armoede is leze De Kopstoot (L’Assommoir, 1887) van Émile Zola, die zich afspeelt in een Parijse volkswijk in de tweede helft van de negentiende eeuw.

Lees verder “Armoede”

De heldere pen van Nijhoff

Het zal niemand verbazen dat biograaf Bart Slijper, net als eerder bij Willem Kloos en J.C. Bloem, met zijn biografie van Martinus Nijhoff  ‘een beeld van zijn persoonlijkheid’ wilde geven en geen verklaring van het werk. Dat laatste is ook al uitvoerig gedaan, schrijft Slijper in zijn nawoord, en er bestaat zoveel materiaal, brieven, manuscripten en persoonlijke documenten, dat ‘zelfs een boek van duizend bladzijden’ niet zou volstaan. Dat beknopte komt de leesbaarheid ten goede. Opnieuw leest Slijpers biografie als een roman en is hij erin geslaagd bij zijn onderwerp ‘in de buurt te komen’.
Natuurlijk weet je niet wat de biograaf allemaal weglaat – ik wist bijna niets van Nijhoffs leven – maar Slijper vertelt een coherent verhaal, waardoor je niet het gevoel hebt iets te missen. Zijn aanpak is weldadig: hij oordeelt en verklaart niet, maar laat de feiten spreken en speculeert zonder hier al te stellig in te zijn. Hij heeft zich zo goed in de persoon verdiept dat zijn hypotheses zeer geloofwaardig overkomen en je nergens het gevoel krijgt dat hij de dichter tekort doet.

Lees verder “De heldere pen van Nijhoff”

Overal Geert

De laatste tijd zag hij ze overal. Dat was sinds de verkiezingen. Daarvoor waren ze hem niet zo opgevallen. Meneer B. keek eigenlijk nooit naar andere mensen. Ze interesseerden hem niet, al had hij het beste met iedereen voor en was hij altijd vriendelijk en wellevend. Het viel hem op dat anderen zelden vriendelijk en wellevend terug waren. Vaak keek hij in een paar lege ogen of botste zijn blik op een houten hoofd. Dan was meneer B. altijd blij dat hij weer thuis was, tussen zijn boeken, zijn muziek en bij zijn kat en probeerde hij zijn medemens snel te vergeten.

Maar nu vielen ze hem dus op. Hij had begrepen dat dit de mensen waren die de verkiezingen hadden gewonnen. De gewone man. Het volk van Geert. Ze zagen er overigens niet uit alsof ze hadden gewonnen: hun gezichten stonden nog net zo hard en ontevreden als voorheen. Of kwam dat doordat de formatie nog niet echt wilde lukken? Hij verdacht ze er echter niet van dat ze het journaal en de krant volgden, al zou er toch wel iets van het nieuws tot ze doordringen.

Lees verder “Overal Geert”

Limiet

Blakend staan ze aan de start
gestroomlijnd in hun lycra pak
onder het gladde schedeldak
tonen ze hun mooiste lach

Het pistool gaat af. Weg zijn ze
eerst krabbelend als eenden
veranderen ze van vleugelslag
vliegensvlug over het oppervlak

Lees verder “Limiet”

Bloems doem

‘Laat die vlam altijd mijn hart verteren,/Door wier brand ik droefste dagen dùld;/Laat mij hijgen in een fel begeren/Zó verlangend en zó onvervuld.’ J.C. Bloem

Als je aan klassieke Nederlandse poëzie denkt, denk je algauw aan J.C. Bloem en dan vooral aan titels als ‘De Dapperstraat’ of ‘November’. Elke november komt het laatste gedicht op sociale media langs. Alle andere gedichten van Bloem waren ook geschikt geweest, want Bloem is een echte herfstdichter. Als jonge student Nederlands werd ik door mijn hoogleraar Redbad Fokkema – tevens poëziecriticus en dichter – voor zijn somberheid gewaarschuwd: Bloem, daar moest je mee oppassen, dat was zware kost. Zelf hield hij er zichtbaar van.
Ik vond Bloems gedichten meteen prachtig: muzikaal en verstaanbaar, en allemaal gingen ze over waar het volgens mij bij poëzie om moet gaan: de verklanking van levensraadsels, het oproepen van een magische werkelijkheid waarachter diepe waarheden schuilgaan. Dat gold ook voor het werk van tijdgenoten als Nijhoff, Slauerhoff en Marsman. Bloems voorbeelden waren de iets oudere Leopold en Verwey.

Lees verder “Bloems doem”

Gedachte

Het lege land
wat is beweging?
het razen van de bladeren
de onzichtbare hand door het gras
de lichtkringen op het donkere water
de luchten die van oost naar west worden geblazen
de paarden met de kolder in de kop die blind draven
de gedachte die in die rusteloze rust moeiteloos kan dwalen
aan zichzelf genoeg.