Forum voor Demagogie

De komende verkiezingen worden gezien als klimaatverkiezingen. Dat is begrijpelijk, omdat het klimaat misschien wel het belangrijkste thema is van deze tijd. Er is recent een Klimaatwet aangenomen en tevens een discussie losgebrand of die ver genoeg gaat en wie de rekening gaat betalen. Verschillende politieke partijen hopen uit deze discussie munt te slaan bij de verkiezingen.

Het is bizar te zien dat het Forum voor Democratie in de peilingen op de grootste winst staat. Het wordt nog veel vreemder als je het optreden van voorman Thierry Baudet beziet. In Nieuwsuur van 13 maart noemde hij het ‘klimaatveranderingsidee’ een ‘hoax’, dat wil zeggen bedrog, oplichterij, een broodje-aapverhaal. ‘Het klimaat verandert altijd’, verkondigde hij. ‘1200 jaar geleden was het een beetje warm, 600 jaar geleden een beetje kouder en nu weer een beetje warm’, vatte hij het proces samen van een razendsnelle wereldwijde verschraling van de natuur. ‘De invloed van de mens daarop is onduidelijk’, waagde hij hier nog aan toe te voegen. Terwijl bijna alle klimaatwetenschappers het erover eens zijn dat de moderne mens met zijn grenzeloze consumptiepatroon en hebzucht de aarde aan het uitputten is.

Je schoot er bijna van in de lach, als het niet zo serieus was. Waarom roept Baudet dit allemaal? Dan komt de aap uit de mouw. ‘Het kost heel veel geld’, verzucht hij, waarna hij met het afschrikwekkend hoge bedrag van 1000 miljard aankomt. Het gaat om financiële belangen. “Forum voor Demagogie” verder lezen

Dierenliefde

Naarmate mensen hem in zijn leven waren gaan tegenstaan was hij meer dierenliefhebber geworden. Wat niet betekende dat hij zijn huis vol laadde met allerlei huisdieren. Dat was, vond hij, nou juist iets wat mensen deden die eigenlijk niet van dieren hielden, maar alleen aandacht voor zichzelf wilden. Intussen werden de dieren veroordeeld tot lang binnen zijn, gespeend van soortgenoten – tenzij er als een soort Noach voor een tweede exemplaar was gezorgd – en gedwongen tot intiem gedrag waar ze helemaal niet op zaten te wachten.
Pieter bezag de dieren in hun natuurlijke habitat, in het bos of in de polder, en zag ze met genoegen in zijn tuin scharrelen. Hij wandelde en fietste graag en had hier ook alle tijd voor sinds hij met ernstige gezondheidsklachten thuis was komen te zitten, zoals dat heette. Dat was bij alle ellende voor hem nog een zegen, omdat hij in een klap verlost was van zijn dagelijkse kwelgeesten, zijn collega’s. Maandenlang hadden ze hem buitengesloten en getreiterd, omdat ze wat hij zei vaak niet konden volgen. Dat zag hij aan die domme, stomverbaasde blikken in hun ogen. Op een gegeven moment had hij zijn mond maar gehouden. Zijn boterhammen at hij sindsdien op in het park, waar hij tevreden toekeek hoe duiven en mussen zich voor zijn voeten op de hen toegeworpen broodkorsten stortten. Op die momenten was hij de minachting en de verstolen haat van zijn collega’s compleet vergeten, opgaand in een zorgeloos geluk. Pas als het zwart glazen gebouw van zijn werkgever weer achter de boomtoppen opdoemde, beving hem weer de beklemming.
Zijn laatste dag herinnerde hij zich nog heel goed. Het was een vrijdag en zoals altijd werd er in plaats van gewerkt alleen maar over het naderende weekend gesproken en hoe dit zou worden ingevuld. Het moest altijd bijzonder zijn en er moest hoog van worden opgegeven.
In het begin hadden ze daarbij ook steeds verwachtingsvol naar hem gekeken, maar aanvankelijk bot gevangen. Onder grote sociale druk had hij uiteindelijk iets gemompeld, waarna al snel niets meer van hem werd verwacht. Tot zijn groot geluk, want hij had nooit begrepen wat het anderen aanging wat hij met zijn vrije tijd deed. “Dierenliefde” verder lezen

Drone

Opgaand in de tred
van mijn fiets
in het zalige niets

glijdt in mijn ooghoek – opeens!
een donker object
in het nog lege veld

abrupt knijp ik
mijn remmen samen
plotseling alert

denk aan de misdaadserie
die ik laatst zag
de discussie op teevee

aan onvermoede arachnofobie
je privacy met je
aan de haal

de reiger zet zich introvert
naast de sloot
niets is nog normaal.

‘Sexy’

Dat de faculteit Nederlands aan de VU sluit is een teken des tijds. In onze marktcultuur moet alles geld opbrengen of op z’n minst zichzelf kunnen bedruipen. Precies om die reden kiezen jongeren niet meer voor de studie Nederlands. Als ze afgestudeerd zijn, moeten ze ook nog eens hun krankzinnig hoge studielening afbetalen en dat doe je sneller als goed betaalde econoom of bedrijfsjurist dan als docent Nederlands.

Opvallend is dat door universiteiten de schuld voor de teruglopende aantallen studenten Nederlands steevast bij het middelbare onderwijs wordt gelegd. Zoals altijd als het om het onderwijs gaat, heeft de docent het gedaan. Politici, onderwijskundigen of hoogleraren hebben er vanaf de zijlijn allemaal meer verstand van.

Er zou slecht literatuuronderwijs worden gegeven. Het vak zou alleen maar dienend zijn en niet sexy. Dit zijn heel merkwaardige uitspraken. Allereerst omdat álle schoolvakken dienend zijn, ook wiskunde, Engels en economie. Op de middelbare school krijg leer je de basis voor je verdere vorming. Het vwo is voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Verder zullen leerlingen elkaar altijd oneindig meer sexy blijven vinden dan een verplicht schoolvak, wat natuurlijk volstrekt normaal is. De term ‘sexy’ is een misplaatste kreet die past in een tijd waarin we alles willen overdrijven en opblazen. Waarbij de kern, de kwaliteit ergens van, steeds verder uit zicht raakt. “‘Sexy’” verder lezen

Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal

Het is de Week van het Korte Verhaal. Tegenwoordig staat elke week (of dag) wel ergens in het teken van (het is ook de week van de E-bike), maar het korte verhaal is een nobel doel. Verhalenbundels worden minder gelezen dan romans, dus het (korte) verhaal kan een steuntje in de rug goed gebruiken. Het blijkt om alweer de achtste editie te gaan (die vorige zeven heb ik dus gemist). Bij Uitgeverij Podium verschijnt voor deze gelegenheid een speciale bundel korte verhalen. Bekende schrijvers is hiervoor gevraagd een favoriet verhaal uit te kiezen.

Het valt op dat maar vier van de gekozen 21 verhalen uit de Nederlandse literatuur afkomstig zijn. Ze zijn van Hermans, Uphoff, Snoek en Rob van Essen. Geen verhalen van Biesheuvel, Belcampo of Hotz. Je zou een zkv hebben verwacht van A.L. Snijders, die zelf wel een verhaal koos (‘Net als alle mannen’ van John McGahern) en daar natuurlijk een zeer kort commentaar bij schreef. Of van Armando. Maar het is natuurlijk aardig Paul Snoek eens op te duiken, zoals Tom Lanoye doet, of aandacht te vragen voor een hedendaagse auteur als Rob van Essen (de keuze van Marja Pruis).

Zeer merkwaardig is dat het door Alex Boogers gekozen verhaal van Salinger ontbreekt, het mocht niet worden opgenomen, terwijl zijn commentaar wél staat afgedrukt. Het verhaal mag je zelf opzoeken. Had je dan niet even een ander verhaal kunnen kiezen, Alex, bijvoorbeeld van een van bovenstaande auteurs? Armando lijkt me echt iets voor jou. Van Lydia Davis zijn twee verhalen opgenomen. Goed, de keuze was vrij, maar op 21 verhalen oogt dit als armoede. Er wordt op zo’n boek toch redactie gepleegd? De samenstelling van de bundel lag bij Annelies Verbeke die ook de inleiding schreef. Ze schrijft hierin onder andere dat het korte verhaal vaak gaat over ‘meestal eenzame levens, geleid door personages die zich aan de rand van de samenleving bevinden of anderszins als buitenstaanders kunnen worden beschouwd’. Ik dacht dat dit voor bijna alle literatuur gold.

De verhalen van Davis zijn meteen de meest opzienbarende omdat ze verreweg het kortst zijn. Het verhaal ‘Doctorstitel’, gekozen door Saskia de Coster, telt zelfs maar twee zinnen, ik citeer:
‘Al die jaren dacht ik dat ik een doctorstitel had. Maar ik heb geen doctorstitel’. De Coster licht haar keuze van dit ‘genadeloos tragische of hilarische verhaal’ vervolgens in twintig zinnen toe (voor de toelichting verwijs ik naar het boek). Hoe korter het verhaal, hoe meer dit oproept. En dat klopt ook wel. “Kort, korter, kortst: de Week van het Korte Verhaal” verder lezen

Wow! Een jaar op LinkedIn

Eigenlijk ben ik al veel langer op LinkedIn te vinden, het sociale medium waarvoor je je, vanwege het zakelijke karakter, ook als intellectueel wel kunt aanmelden. Vanaf 2011 om precies te zijn. Ooit bedoeld om klanten te trekken voor mijn tekstbureau waarvoor ik daarna geen tijd bleek te hebben.

Mijn account leidde vervolgens zeven jaar een zieltogend bestaan met 47 contacten, vooral vrienden en familie. Ver beneden de 500 contacten die je moet hebben om erbij te horen (zoals sommige van mijn vrienden die deze magische grens natuurlijk zelf wel bereikt hadden, mij fijntjes meedeelden). Het kon me niet schelen. Ik bezocht de site nooit. Waarom zou ik? Ik had gewoon een baan. En ook nog eens in het onderwijs: daar heb je geen contacten nodig (die heb je ook al genoeg).

Dat veranderde. Van de coach die mij bij het zoeken naar ander werk begeleidde, kreeg ik het devies LinkedIn te gebruiken. ‘Koud solliciteren’ (= d.m.v. een sollicitatiebrief, er gaat meteen een wereld aan nieuw idioom voor je open) had geen zin, er moest genetwerkt worden! Dus ging ik fanatiek aan de slag. Mijn profiel groeide van ‘zwak’ tot ‘zeer deskundig’. Bijna dagelijks deed ik contactverzoeken en legde ook enkele zogeheten ‘warme contacten’ (in netwerk- gesprekken), die de ingang konden zijn voor een nieuwe baan. In onze moderne, egalitaire samenleving spreken we (gelukkig) niet meer over kruiwagens. “Wow! Een jaar op LinkedIn” verder lezen

‘Territorium’: proloog + hoofdstuk 1 (manuscript)

Proloog

De klimaatverandering die iedereen vreesde, maar tegelijkertijd abstract bleef, leek in de eerste juliweken eindelijk voelbaar. De hitte hield nu al drie weken aan en benam dag en nacht iedereen de adem. Meteorologen waren allang door hun superlatieven heen, alle records waren gebroken en een verwijzing naar de statistieken maakte geen enkele indruk meer.
Ondanks het pleidooi van watermaatschappijen om zuinig met water om te springen, klaterden in veel voortuinen nog steeds de watersproeiers, als sierlijke fonteinen, en vonden sommigen het nodig hun bestofte auto eens flink met de tuinslang af te spoelen. De hele dag door klonk het gegil van kinderen – die zo gelukkig waren al zomervakantie te hebben – die zich met het water amuseerden, ongehinderd door de extreme weersomstandigheden en ondertussen onbarmhartig verbrandend.
Niels zat binnen op de bank, voor uitbundige waterballetten te oud geworden, zijn ogen gehecht aan het scherm van zijn telefoon, zijn dijen verkleefd aan het leer. Vanwege de hitte moest hij ze af en toe verplaatsen, wat een gek scheurend geluid gaf en ook een beetje pijnlijk was.
Hij kon net de ligstoel zien waarin Loes op de patio zat te zonnen; niet te geloven dat zij die hitte verdroeg, waarschijnlijk dankzij de vele zomervakanties die zij aan Griekse en Turkse kusten had doorgebracht. De rook van haar sigaret – waarvan zij de ene na de andere opstak, zodat hij constant leek te branden – kringelde boven de hoofdsteun uit en verried haar aanwezigheid. Hij wist dat ze zich stevig ingesmeerd had en naar olie stonk, wat hem altijd met afschuw vervulde en de associatie met het glimmende spitvarken opriep, dat hij eens op een festival had zien roosteren.
Zijn gedachten dwaalden even af naar zijn moeder, die de zon verafschuwde en trots was op haar bleke teint, die ze, wanneer ze zich op zomerdagen buiten waagde, met een zwierige strooien hoed voor verkleuring behoedde. Meestal zat ze dan overigens in de serre met de deuren wijd open geschoven in een mondaine rieten stoel, een of andere glossy voor zich op schoot gehouden. Ze was vaak niet eens aan het lezen, maar zat met gesloten ogen maar wat weg te dromen, waarbij een mondhoek af en toe licht en vol behagen krulde. Het was een van de weinige momenten waarop hij zijn moeder tevreden had gezien. “‘Territorium’: proloog + hoofdstuk 1 (manuscript)” verder lezen

Besneeuwde tuin

Het sneeuwt
alles wordt vlak
en meer van hetzelfde:

een kauw een wak
in de grond, spreeuwen
verdrinken in de vacht
van een struik, een duif
ziet er als een vergeten
stuk tegel uit

Alleen de roodborst
wordt mooier:
bloedroder rood
op de dunste tak
klein baken
in een witte nacht.

Kassa!

Het jaar is nu veertien dagen oud en menigeen zal al bij de kassa onaangenaam getroffen zijn bij het zien van flink hogere prijzen. En hij zal nog veel vaker de wenkbrauwen moeten fronsen.

Het is een op het eerste gezicht slimme zet van het kabinet om het laagste btw-tarief te verhogen, omdat het primaire levensbehoeften betreft, zoals levensmiddelen en drinkwater. Automatisch kassa dus. Men ging er bovendien vanuit dat mensen dit toch wel kunnen betalen, aangezien ‘het goed gaat met de economie’. Daarbij worden de hogere levenskosten gecompenseerd via belastingmaatregelen, zegt men. Of dat daadwerkelijk zo is, zie je echter pas bij de belastingaangifte. En de compensaties lijken vooral goed uit te pakken voor (goed verdienende) werkenden.

Toch lijkt niemand zich er erg druk om te maken. Er worden geen gele hesjes aangetrokken. Hamstergedrag in de laatste week van het jaar bleef uit, ik zag er in ieder geval weinig van (tenzij het de gebruikelijke stompzinnige voordeelactie van onze bekendste grootgrutter betrof, die actie doet me altijd aan een naderende oorlog denken). Ik heb aan het eind van het jaar nog wel wat meer dure producten gekocht, zoals wasmiddelen en olijfolie. Ook al is het maar winst op de korte termijn. Ik voelde me als iemand die op voordeeltjes uit is. “Kassa!” verder lezen

Tradities

Tradities zijn heilig. Zo heilig dat politici er hun vingers niet aan durven te branden. Dat zie je elk jaar weer bij Zwarte Piet, bij het vuurwerk tijdens Oud & Nieuw, waarvan de galm nog in onze oren hangt, of de primitieve nieuwjaarsvuren.

Ondanks de jaarlijkse vuurwerkslachtoffers wordt de vuurwerktraditie nooit aangepakt. Ook niet nu milieuverontreiniging een grotere zorg is dan ooit. Verder lijken steeds minder mensen zich aan de ongeschreven regel te houden om vanaf twaalf uur vuurwerk af te steken, omdat je dan pas wat te vieren hebt (en boze geesten moet verjagen). Dit ‘moment suprême’ wordt in onze lekker-doen-waar-je-zin-in-hebt-maatschappij verpest door een avond lang durend oorverdovend vuurwerk. In plaats van de gebruikelijke lusteloze jongetjes met rotjes zie je doorsnee huisvaders om vijf uur ’s middags het hardste vuurwerk afsteken. Samen met hun jonge kinderen. Heel opvoedend.

In de tussentijd kan ik de oudejaarsconference soms niet meer verstaan en heb ik voor twaalf uur al meer dan genoeg van die zenuwslopende knallen. Ik denk dan vaak terug aan mijn kat die op oudejaarsdag geen leven had, zeker niet toen je al om 10.00 uur ’s morgens met vuren mocht beginnen. Het mag dus nu later, maar nog steeds is dit niet laat genoeg. En wat mij betreft houdt het helemaal op, want de lol is eraf. Blijkbaar glipt er nog genoeg illegaal vuurwerk door de controle, want mijn huis trilt op zijn grondvesten en ik wacht op het moment dat er een keer een ruit springt (wat dit jaar ergens gebeurd is). “Tradities” verder lezen