Literatuur, maar niet Eus

Ik zeg het heel eerlijk: ik had eigenlijk helemaal geen zin in Generaal zonder leger, het boekenweekessay van Őzcan Akyol, oftewel ‘Eus’. Het interview met hem in Trouw zei mij eigenlijk al genoeg: dit was de zoveelste aanklacht tegen de elitaire literatuur van een verongelijkte schrijver. Maar ik was toch benieuwd naar zijn argumentatie. Ik kwam van een kouwe kermis thuis. Het essay is vooral één lange tirade.

Om te beginnen krijgt een Veenendaalse boekhandelaar ervan langs die zijn klanten graag op goede boeken wijst. Elitair. Daarna gaat Eus tekeer tegen de studie Nederlands, die hij zelf amper twee jaar volgde. Zijn bezwaar is overbekend: al dat geanalyseer doodt het leesplezier. De universiteit is… elitair. Om die reden mijden jongeren volgens Eus de studie Nederlands. Flauwekul natuurlijk, je verdient er gewoon je hoge studielening niet mee terug. Vervolgens moeten de recensenten het ontgelden. Ze zijn… elitair. Het zijn allemaal ‘eenkennige’, ‘benepen’ en ‘hautaine’ ‘literaire puriteinen’, die voorbijgaan aan waar het bij boeken eigenlijk om gaat: leesplezier. Zoals bij de boeken die Eus zelf schrijft.

“Literatuur, maar niet Eus” verder lezen

De kracht van literatuur

Yasunari Kawabata: De schone slaapsters en Sneeuwland

De Wereld Draait Door houdt op te bestaan en daarmee ook het boekenpanel. Eerder verdween het interviewprogramma Boeken. Het waren nog de enige momenten op televisie waarop er over boeken gesproken werd. Voor Mondo is helaas gekozen voor een buitenliteraire invalshoek. Een literatuurliefhebber heeft daar niets te zoeken.

Het viel op dat het boekenpanel zo nodig moest schreeuwen om een boek onder de aandacht te brengen. Al die vreselijke superlatieven. Zo werd het laatste boek van Jeroen Brouwers aangeprezen als ‘mokergoed’. Ook nog slecht Nederlands. Verder vervaagde het onderscheid tussen literatuur en andersoortige boeken. Het ging vaak om de persoon van de schrijver in plaats van om het boek zelf. Dat gold de laatste tijd zelfs voor Boeken. De programmamakers conformeerden zich aan de tijdgeest waarin alles om beeld(vorming) draait en een boek vooral interessant is vanwege het persoonlijke verhaal van de auteur.

Is er in onze tijd nog toekomst voor de literaire roman? Oek de Jong vroeg het zich af in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen (2013, aangevuld in 2015). U raadt het antwoord al. Ik geef de belangrijkste conclusies vereenvoudigd weer.

“De kracht van literatuur” verder lezen

Poëzie als engagement

Criticus, docent en dichter Alfred Schaffer moest nooit iets hebben van persoonlijke ontboezemingen in de poëzie, van sentimentaliteit. Hij huivert van de eigenliefde van de lyrische dichter die het schone bezingt en het sublieme nastreeft. Zijn voorkeur ging uit naar hermetische poëzie waarin het gaat om ‘het abstracte, het ontwijkende, het koele’, waarmee je als lezer alle kanten uit kan. Het uiten van emoties, het vertellen van een persoonlijke anekdote of het verkondigen van een boodschap was meer iets voor amateur-dichters.

In zijn Hans Groenewegen-lezing Op de rug gezien (in 2019 uitgegeven door PoëzieCentrum vzw), beschrijft Schaffer dat hij hier anders over is gaan denken. Hij kan zich zelfs het precieze moment herinneren waarop die verandering inzette. Het was in 2004, tijdens een festival in het Zuid-Afrikaanse Delft, waar ook amateur-dichters optraden. Hij werd geraakt door een gedicht van een vrouw (die hij enkel op de rug zag) over haar verkrachte dochter. Door een persoonlijk gedicht dus, dat makkelijk was na te vertellen – een andere typische eigenschap van amateurpoëzie. Schaffer concludeerde achteraf dat zijn ontroering veroorzaakt werd door haar geloof in de dichtvorm om haar verschrikkelijke verhaal over te brengen.

“Poëzie als engagement” verder lezen

Niet mijn mondo

Vooraf was al duidelijk dat je Mondo,  het nieuwe cultuurprogramma van de  VPRO, niet mag vergelijken met de programma’s Boeken en Vrije Geluiden die hiervoor plaats moesten maken. Het accent van het programma zou, de titel indachtig, komen te liggen op de wereld, gezien door de ogen van ‘filmmakers, muzikanten, schrijvers en andere kunstenaars’ en dus niet meer op de kunst zelf. Het programma pretendeert je wereldbeeld te kantelen, dus je zit meteen op het puntje van je stoel.

Allereerst praten de schrijvers Arnon Grunberg en Philip Huff, theatermaakster Wieke ten Cate en rapper Akwasi over de vraag of kunst moreel de weg moet wijzen of ook immoreel mag zijn. De discussie werd door presentatrice Nadia Moussaid snel gestuurd naar vrouwonvriendelijkheid en racisme in de kunst, waar de media al maanden bol van staan (denk aan #metoo). Deze leverde alleen al daarom geen nieuwe gezichtspunten op. Arnon Grunberg moest nog een keer uitleggen wat iedere cultuurliefhebber allang weet, namelijk dat een kunstwerk juist interessant is als het een afwijkend perspectief biedt. Je zag de teleurstelling op Nadia’s gezicht. Want voor haar moet kunst woke zijn: divers, vrouwvriendelijk en inclusief (dit lees ik op de website met ‘verdiepende’ onderwerpen, zelf legt ze het niet uit, weinig inclusief trouwens). Het woord lag de hele avond voor op haar tong. Ze kon het niet opbrengen een erotische scene uit Turks Fruit voor te lezen. Wat een aanstellerij. En hoe politiek correct. Grunberg was de enige die in het gesprek voor diepgang zorgde. Wat had ik hem alleen graag over zijn nieuwe roman gehoord. Maar dat mag niet meer.

“Niet mijn mondo” verder lezen

Mijn boekentop-5 van 2019

  1. Pastorale – Stephan Enter
    De thema’s – (jeugd)liefde, vriendschap en ontworsteling aan het gereformeerde geloof – zijn overbekend, maar worden op een originele, scherpzinnige en verfijnde manier beschreven. Enter neemt uitgebreid de tijd voor zijn verhaal en deinst niet terug voor (prachtige) natuurbeschrijvingen. Een roman die je optilt en bovendien veel aan de verbeelding overlaat. Alsof je een roman van Vestdijk leest.
  2. Zwarte Schuur – Oek de Jong
    Schijnbaar moeiteloos verteld in zijn bekende beeldende en sensitieve stijl. De beklemming die de hoofdpersoon bevangt is sterk invoelbaar. Met welgekozen details roept De Jong een enorme sfeer op. Met name de jeugdbeschrijvingen zijn weergaloos en herinneren aan het schitterende Pier en Oceaan. Verder schrijft niemand beter over erotische spanning.
  3. Serotonine – Michel Houellebecq
    Houellebecq blijft fascineren door de combinatie van hypersensitiviteit en politieke incorrectheid. En omdat hij schrijft over de problemen van deze tijd. Daarbij kiest hij voortdurend een andere invalshoek, in dit geval de problemen van de noodlijdende agrarische sector. Scherp, bij vlagen smakeloos en indrukwekkend. Ook heel geestig: ‘Nederland is geen land, hooguit een onderneming.’
  4. Antoinette – Robbert Welagen
    Een mooie korte roman over verlies. Juist door zijn beheerste manier van schrijven maakt Welagen indruk. Bij hem vind je nooit clichés, zijn proza is altijd smaakvol. Het nostalgische decor van een oud thermaalbad in Boedapest versterkt nog de melancholie. Geweldige vondst.
  5. Machines zoals ik – Ian McEwan
    Wat als Alan Turing niet jong onder verdachte omstandigheden was gestorven? Dan waren technologische ontwikkelingen als de robot en de zelfrijdende auto al in de jaren ’80 bewaarheid geworden. Dit gegeven werkt McEwan op briljante wijze uit. Ten tijde van de Falklandoorlog (ditmaal gewonnen door Argentinië!) beleven de hoofdpersoon, diens robot en zijn buurvrouw een driehoeksverhouding, die allerlei prangende vragen rondom mens-zijn en vooruitgang oproept.

Boekenkast

Mijn boekenkast staat op instorten. Niet omdat ik hem te veel heb belast door er onverantwoord veel boeken in te stoppen. Ik ben nooit een stapelaar geweest. De boeken verdienen respect met een nette plaats in de kast. Hij is gewoon aan zijn levenseinde. Dat kondigt zich aan door een langzaam uiteenvallen: naden worden ruimer, planken hangen op twee millimeter metaal als aan een draadje. Van een afstand lijkt hij nog heel wat. Een ongenaakbare strakke muur. Maar het is een bom die op barsten staat.

Ik maak me grote zorgen en inspecteer dagelijks de vele zwakke plekken. Elke moment verwacht ik de klap. Voorafgegaan door een enorm gedruis, het roffelend geluid van neervallende boeken, het geluid van brekend glas. Ik verbeeld me hoe hij is gevallen: voorover op de glazen salontafel of zijdelings door de ruit van het voorraam. Banden onherstelbaar beschadigd, bladzijden ruw omgevouwen. Mijn kostbaarste bezit gebutst en vermorzeld.

“Boekenkast” verder lezen

De Boek-Spotprijs

Wat gaat er door je heen – om deze platitude te gebruiken – als je een literaire prijs wint die de week erop wordt opgedoekt? Dat vroeg ik me af toen ik las dat de ‘BookSpot Literatuurprijs’ zal verdwijnen. Dat wil zeggen: vanaf volgend jaar heet hij (opnieuw) anders. Het is zo een spotprijs geworden.

Het zal de winnaars misschien niets kunnen schelen, je hebt immers 50.000 euro gewonnen, waarvan je als je zuinig bent twee jaar kunt leven. Tenzij je er een auto van koopt.

Maar het gaat bij zo’n prijs toch om de eer. Een literair schrijver wil in de eerste plaats een kunstwerk scheppen en geen bestseller, al hoopt hij of zij – en vooral de uitgeverij! –  daar stiekem wel op.

“De Boek-Spotprijs” verder lezen