Schoonheid en leed liggen om de hoek

Over ‘Het wolkenreparatieatelier’ van Peter Swanborn

De titel is op zich al een reden om de nieuwe bundel van Peter Swanborn aan te schaffen. Je weet meteen dat het om iets onmogelijks gaat dat alleen in de verbeelding van de dichter bestaat. In het gelijknamige gedicht staat dat ‘voor de pijn van inwendige krimp als gevolg van de inwendige kramp als gevolg van de ongelijke strijd tussen aantrekkings- en zwaartekracht geen remedie bestaat’. De pijn die de dichter ervaart lijkt op de wolken te zijn geprojecteerd.

De gedichten zijn grofweg te verdelen in gedichten waarin de natuur centraal staat en gedichten over een heel persoonlijke thematiek. Ze staan door elkaar heen, verdeeld over drie afdelingen, waarvan de tweede ook de titel ‘wolkenreparatieatelier’ draagt. De eerste en de derde afdeling hebben de al even omineuze titels ‘Neteldrift’ en ‘Wantsdagen’, die oppervlakkig gezien een banale verklaring hebben (de vlinder is op zoek naar een brandnetel ‘voor de eerste rups’, de wants geniet van zijn ‘zomerschaatsgenot’), maar betrekking hebben op verlangen en ondergang. “Schoonheid en leed liggen om de hoek” verder lezen

Het begrip ‘duurzaamheid’

                                                                                                                                                                                        

Alles en iedereen heeft het over duurzaamheid tegenwoordig. Alle politieke partijen hebben het woord in hun programma opgenomen, elk nieuw gemeentelijk college heeft ‘een duurzame agenda’. Grote bedrijven als FrieslandCampina hebben er speciale afdelingen voor en er zijn bemiddelingsbureaus voor duurzame banen. Duurzaamheid heet hier  ‘sustainability’, want de banen moeten wel als de gebruikelijke bullshit klinken.

De term, Engels of niet, is geheel ingeburgerd. Mooi zou je denken, omdat een duurzame wereld hierdoor iets dichterbij komt. Maar voor hetzelfde geld kun je zeggen dat de term door dat grootgebruik helemaal niets meer betekent. Duurzaamheid is ook een markt geworden. Elk bedrijf streeft naar een duurzaam imago, want je wilt jezelf niet uit de markt prijzen. Hiervoor heb je je Sustainability Manager. Vaak houdt een bedrijf alleen de schone schijn op.

Het leek zo’n goede term, omdat hij politiek neutraal is en iedereen zich er dus in zou moeten kunnen vinden. “Het begrip ‘duurzaamheid’” verder lezen

Een helende plek

Probeer jezelf een vergeten plek te herinneren
een plek zo overwoekerd en stil omdat niemand
er ooit verblijven wil en waar ook niemand
ooit maar brood in zag, een plek die even terzijde lag

onzichtbaar achter een onzichtbare schuur
permanent in de schaduw en met bladeren bedekt
waarin dingen verdwijnen en tijd en duur
en zorg dat je zo’n plek als enige ontdekt.

 

Vogelgezang als inspiratie

Over ‘A bird’s eye view’ van Ad Colen

Vogelgeluiden houden saxofonist Ad Colen al geruime tijd bezig. Hij studeerde vaak in het buitenhuisje van zijn ouders vlak over de grens in België en probeerde de vogelgeluiden die hij hoorde op zijn saxofoon te imiteren. Verschillende van de melodieën die hij hoorde, vormen de basis van de elf nummers van dit opmerkelijke album.

Mocht je denken dat het hier om allerlei melige imitaties gaat dan heb je het mis. Colen onderwierp de zang van bijvoorbeeld de winterkoning en de boomleeuwerik aan een grondige analyse en kwam zo tot enkele melodielijnen, waarna hij zijn composities is gaan uitwerken. Het album heeft een flink improviserend karakter. Colen is een saxofonist die stevig in de beboptraditie staat en ook op deze plaat fijne vloeiende solo’s speelt.

Hij laat zich door een viertal musici begeleiden, waaronder zijn vaste drummer Yonga Sun, bassist Dion Nijland en toetsenist Mike Roelofs op piano, fender rhodes en wurlitzer. Rogier Hornman voegt hier met zijn cello nog een bijzonder geluid aan toe. Net als de sax kan de cello ritmisch springen en heerlijk zingen. En als de vogels natuurlijk. Roelofs zorgt voor verschillende kleuren. De uitstekende ritmesectie is vooral begeleidend. “Vogelgezang als inspiratie” verder lezen

Op de top van hun kunnen

Over ‘Live in London’ van e.s.t.

De erfenis van het fameuze Esbjörn Svensson Trio is levend gehouden door de talloze pianotrio’s die na hen kwamen en e.s.t. als grote inspiratiebron noemen, zoals het Tingvall Trio, Marcin Wasilewski Trio of GoGo Penguin. De laatste band wijdde op hun debuutalbum ‘Fanfares’ zelfs een nummer aan pianist Esbjörn Svensson: ‘Seven sons of Björn’. Nog steeds klinkt de enorme invloed van e.s.t. vanwege de vermenging van klassieke muziek, pop en elektronica met jazz door in de muziek van nieuwe trio’s die al snel het verwijt van epigonisme te horen krijgen.

Tien jaar na de ontijdige dood van Esbjörn Svensson kan opnieuw worden beluisterd hoe goed e.s.t. was op een live-cd die als eerbetoon door ACT Music is uitgebracht. Het betreft een concert in het Barbican Centre in Londen op 20 mei 2005 toen de groep op het toppunt van haar roem was en voor uitverkochte zalen speelde. Hoewel er al drie live-cd’s bestonden, waaronder het alom geprezen ‘Live in Hamburg’ uit 2007 voegen deze opnamen, die over twee cd’s verspreid zijn, wel degelijk nog wat toe: de nummers krijgen uitgebreide en behoorlijk eigenzinnige live-uitvoeringen en zijn bovendien perfect opgenomen door Äke Linton, die ook wel het vierde bandlid werd genoemd. “Op de top van hun kunnen” verder lezen

De kracht van de observatie

Over ‘Zog’ van Erik Lindner

De nieuwe bundel van Erik Lindner telt maar zes gedichten, waarvan er echter vier uit meerdere delen bestaan. Het titelgedicht ‘Zog’ telt elf van die delen en gaat over de zee. Het getuigt van lef om in deze tijd met natuurlyriek te komen en zeker over een universeel landschap als de zee, waar iedereen sterke beelden van heeft. Wat voeg je als dichter aan al die eerder beschreven en breed gevoelde ervaringen nog toe?

Lindner probeert de kust en de zee niet in weidse metaforen te vangen, maar roept de sfeer ervan op door alles wat hij ziet heel minutieus te beschrijven: ‘teruglopend water, meertjes achter zandplaten/geulen tussen geribbeld opgedroogd zand […] een golf komt op me af/trekt zand met zich mee terug’.

Al lezend verbaas je je over al die zakelijke beschrijvingen. Is dit nog poëzie? Je leest observaties die je zelf ook zou doen als je, zoals Lindner gedaan heeft, de tijd neemt om nauwkeurig naar de zee te kijken. Bij mij zorgden ze voor een en al herkenning. “De kracht van de observatie” verder lezen

Experimenteerdrift overheerst bij Colin Vallon Trio

Concertrecensie van  Colin Vallon Trio, Bimhuis, Amsterdam, 5 april 2018

Het concert van het Zwitserse Colin Vallon Trio komt traag op gang. Het begint bijna als een soundcheck, waarbij Vallon en de zijnen voorzichtig klanken aan hun instrumenten ontlokken. Vallon door onder andere de pianosnaren in de vleugel te bespelen, iets wat hij gedurende het concert regelmatig zal doen. Het is het begin van een optreden dat een behoorlijk experimenteel karakter zal hebben.

Dwarse ritmes

Na het naamloze openingsstuk worden van het in januari 2017 verschenen album ‘Danse’ voor de pauze ‘Tsunami’ en ‘Tinguely’ uitgevoerd. ‘Tsunami’ is een sterke compositie, waarop de uitstekende drummer Julian Sartorius met dwarse ritmes de stemmige pianoakkoorden van Vallon ondersteunt, waarvoor hij steeds, letterlijk, een andere stick uit zijn broekzak trekt. Voor het door contrabassist Patrice Moret geschreven ‘Tinguely’ moet zijn drumstel eerst worden geprepareerd: een trommel en bekken worden afgedekt om de klankeffecten op dit nummer te bewerkstelligen. Vallon goochelt intussen met de in zijn vleugel verstopte elektronica. “Experimenteerdrift overheerst bij Colin Vallon Trio” verder lezen

Een persoonlijk document

Over ‘Ravensburg’ van Mathias Eick

Heimwee is een belangrijke inspiratiebron voor de Noorse trompettist Mathias Eick. Een lange tour door de Verenigde Staten resulteerde eerder in het fraaie album ‘Midwest’, waarop hij de reis van honderdduizenden Noren bezong die in de negentiende en begin twintigste eeuw naar dit deel van Amerika trokken. Omdat hij zich met hen kon identificeren voelde hij zich daar ook weer een beetje thuis. Op zijn nieuwe cd ‘Ravensburg’ keert hij letterlijk naar huis terug. Het is opnieuw een conceptalbum geworden waarop ditmaal zijn dierbaren centraal staan. Hij kwam op het idee toen hij optrad in het Zuid-Duitse Ravensburg, waar zijn Duitse oma vandaan kwam. Opnieuw voelde dit een beetje als thuiskomen.

De nummers hebben titels als ‘Children’, ‘Friends’, ‘Parents’, ‘Girlfriend’ en ‘For My Grandmothers’. Omdat huiselijk geluk de klok slaat, klinkt de muziek minder melancholiek dan voorheen, hoewel onverminderd emotioneel. Net als op ‘Midwest’ maakt Eick gebruik van een violist, ditmaal Håkon Aase, die ook op zijn Midwest-tournee mee was. Zijn spel zorgt voor een folkloristisch element in de muziek. Bovendien kleuren de viool en trompet prachtig bij elkaar. Ook nu speelt Eick weer in een bezetting met een elektrische bas en twee drummers, die de lyrische muziek van een pittige basis voorzien. “Een persoonlijk document” verder lezen

Het vermeende wij-gevoel

‘We doen het misschien allemaal wel eens een keer: bellen of appen achter het stuur.’ Presentator Annechien Steenhuizen trekt er een bloedserieus gezicht bij. Terwijl ik van de verbazing zit te bekomen, heb ik al een groot deel van de informatie gemist.

Het is bij het NOS Journaal heel normaal geworden de kijker in de wij-vorm aan te spreken. ‘We zijn met z’n allen steeds meer gaan internetshoppen’. ‘De Olympische 10-kilometer waar we zo naar uitgekeken hebben’. ‘Het vriest en Nederlanders krijgen weer massaal last van schaatskoorts’. Er wordt vaak verzaligd bij gekeken. We zijn onder elkaar.

Er is duidelijk sprake van een strategie: door de ‘wij-vorm’ te gebruiken betrek je automatisch iedereen bij het onderwerp, je slaat een persoonlijke toon staan. Verder creëer je een lekker groepsgevoel, want wie wil er nou niet bij horen? Het gaat altijd om onderwerpen waarvan ‘we’ verondersteld worden te houden: het koningshuis, het Nederlands elftal, op internet zitten, ‘shoppen’, schaatsen. “Het vermeende wij-gevoel” verder lezen

Een klassieke verklanking van jazz

Over ‘The Contemporary Fortepiano’ van  het Rembrandt Frerichs Trio

In een tijd waarin menig vernieuwend jazzmusicus zijn heil zoekt bij moderne elektronica grijpt het Rembrandt Frerichs Trio op ‘The Contemporary Fortepiano’ terug op oude instrumenten. Voor Frerichs werd een fortepiano uit 1790 nagebouwd (het instrument waarop Mozart speelde), Tony Overwater verruilde zijn bas voor een violone (een zessnarige voorloper van de contrabas van rond 1560), en Vinsent Planjer creëerde zijn eigen ‘whisperkit’ met diverse percussie-instrumenten. Frerichs maakt, net als op zijn vorige album, ‘A Long Story Short’, ook gebruik van een harmonium (uit de negentiende eeuw). Op de hoes staan deze instrumenten uitdagend bij elkaar gegroepeerd.

Rembrandt Frerichs kennen we als een van onze avontuurlijkste jazzmusici, altijd op zoek naar nieuwe concepten om die tot zijn eigen stijl te verwerken. Eerder verbond hij de Amerikaanse aan de Europese traditie (op ‘Continental’ uit 2012) en op ‘A Long Story Short’ experimenteerde hij met Arabische maatsoorten. Deze invloeden zijn ook op ‘The Contemporary Fortepiano’ terug te vinden, maar dit keer schuilt het experiment in het gebruik van de muziekinstrumenten. Je vraagt je vooraf af wat deze aan de muziek toevoegen, en of ze niet aan het jazzgeluid afbreuk doen, want het instrument bepaalt natuurlijk voor een belangrijk gedeelte de sfeer van de muziek. Aan de andere kant is het maar wat je gewend bent. Frerichs’ trio dwingt je met dit album je voor een geheel nieuwe klank open te stellen.

Dat levert een fantastische luisterervaring op. “Een klassieke verklanking van jazz” verder lezen