Experimenteerdrift overheerst bij Colin Vallon Trio

Concertrecensie van  Colin Vallon Trio, Bimhuis, Amsterdam, 5 april 2018

Het concert van het Zwitserse Colin Vallon Trio komt traag op gang. Het begint bijna als een soundcheck, waarbij Vallon en de zijnen voorzichtig klanken aan hun instrumenten ontlokken. Vallon door onder andere de pianosnaren in de vleugel te bespelen, iets wat hij gedurende het concert regelmatig zal doen. Het is het begin van een optreden dat een behoorlijk experimenteel karakter zal hebben.

Dwarse ritmes

Na het naamloze openingsstuk worden van het in januari 2017 verschenen album ‘Danse’ voor de pauze ‘Tsunami’ en ‘Tinguely’ uitgevoerd. ‘Tsunami’ is een sterke compositie, waarop de uitstekende drummer Julian Sartorius met dwarse ritmes de stemmige pianoakkoorden van Vallon ondersteunt, waarvoor hij steeds, letterlijk, een andere stick uit zijn broekzak trekt. Voor het door contrabassist Patrice Moret geschreven ‘Tinguely’ moet zijn drumstel eerst worden geprepareerd: een trommel en bekken worden afgedekt om de klankeffecten op dit nummer te bewerkstelligen. Vallon goochelt intussen met de in zijn vleugel verstopte elektronica. “Experimenteerdrift overheerst bij Colin Vallon Trio” verder lezen

Een persoonlijk document

Over ‘Ravensburg’ van Mathias Eick

Heimwee is een belangrijke inspiratiebron voor de Noorse trompettist Mathias Eick. Een lange tour door de Verenigde Staten resulteerde eerder in het fraaie album ‘Midwest’, waarop hij de reis van honderdduizenden Noren bezong die in de negentiende en begin twintigste eeuw naar dit deel van Amerika trokken. Omdat hij zich met hen kon identificeren voelde hij zich daar ook weer een beetje thuis. Op zijn nieuwe cd ‘Ravensburg’ keert hij letterlijk naar huis terug. Het is opnieuw een conceptalbum geworden waarop ditmaal zijn dierbaren centraal staan. Hij kwam op het idee toen hij optrad in het Zuid-Duitse Ravensburg, waar zijn Duitse oma vandaan kwam. Opnieuw voelde dit een beetje als thuiskomen.

De nummers hebben titels als ‘Children’, ‘Friends’, ‘Parents’, ‘Girlfriend’ en ‘For My Grandmothers’. Omdat huiselijk geluk de klok slaat, klinkt de muziek minder melancholiek dan voorheen, hoewel onverminderd emotioneel. Net als op ‘Midwest’ maakt Eick gebruik van een violist, ditmaal Håkon Aase, die ook op zijn Midwest-tournee mee was. Zijn spel zorgt voor een folkloristisch element in de muziek. Bovendien kleuren de viool en trompet prachtig bij elkaar. Ook nu speelt Eick weer in een bezetting met een elektrische bas en twee drummers, die de lyrische muziek van een pittige basis voorzien. “Een persoonlijk document” verder lezen

Het vermeende wij-gevoel

‘We doen het misschien allemaal wel eens een keer: bellen of appen achter het stuur.’ Presentator Annechien Steenhuizen trekt er een bloedserieus gezicht bij. Terwijl ik van de verbazing zit te bekomen, heb ik al een groot deel van de informatie gemist.

Het is bij het NOS Journaal heel normaal geworden de kijker in de wij-vorm aan te spreken. ‘We zijn met z’n allen steeds meer gaan internetshoppen’. ‘De Olympische 10-kilometer waar we zo naar uitgekeken hebben’. ‘Het vriest en Nederlanders krijgen weer massaal last van schaatskoorts’. Er wordt vaak verzaligd bij gekeken. We zijn onder elkaar.

Er is duidelijk sprake van een strategie: door de ‘wij-vorm’ te gebruiken betrek je automatisch iedereen bij het onderwerp, je slaat een persoonlijke toon staan. Verder creëer je een lekker groepsgevoel, want wie wil er nou niet bij horen? Het gaat altijd om onderwerpen waarvan ‘we’ verondersteld worden te houden: het koningshuis, het Nederlands elftal, op internet zitten, ‘shoppen’, schaatsen. “Het vermeende wij-gevoel” verder lezen

Een klassieke verklanking van jazz

Over ‘The Contemporary Fortepiano’ van  het Rembrandt Frerichs Trio

In een tijd waarin menig vernieuwend jazzmusicus zijn heil zoekt bij moderne elektronica grijpt het Rembrandt Frerichs Trio op ‘The Contemporary Fortepiano’ terug op oude instrumenten. Voor Frerichs werd een fortepiano uit 1790 nagebouwd (het instrument waarop Mozart speelde), Tony Overwater verruilde zijn bas voor een violone (een zessnarige voorloper van de contrabas van rond 1560), en Vinsent Planjer creëerde zijn eigen ‘whisperkit’ met diverse percussie-instrumenten. Frerichs maakt, net als op zijn vorige album, ‘A Long Story Short’, ook gebruik van een harmonium (uit de negentiende eeuw). Op de hoes staan deze instrumenten uitdagend bij elkaar gegroepeerd.

Rembrandt Frerichs kennen we als een van onze avontuurlijkste jazzmusici, altijd op zoek naar nieuwe concepten om die tot zijn eigen stijl te verwerken. Eerder verbond hij de Amerikaanse aan de Europese traditie (op ‘Continental’ uit 2012) en op ‘A Long Story Short’ experimenteerde hij met Arabische maatsoorten. Deze invloeden zijn ook op ‘The Contemporary Fortepiano’ terug te vinden, maar dit keer schuilt het experiment in het gebruik van de muziekinstrumenten. Je vraagt je vooraf af wat deze aan de muziek toevoegen, en of ze niet aan het jazzgeluid afbreuk doen, want het instrument bepaalt natuurlijk voor een belangrijk gedeelte de sfeer van de muziek. Aan de andere kant is het maar wat je gewend bent. Frerichs’ trio dwingt je met dit album je voor een geheel nieuwe klank open te stellen.

Dat levert een fantastische luisterervaring op. “Een klassieke verklanking van jazz” verder lezen

GoGo Penguin klinkt nog compacter

Over ‘A Humdrum Star’ van GoGo Penguin 

Het valt niet mee tussen de hausse aan pianotrio’s op te vallen, ook als je gebruik maakt van elektronica. Klonk GoGo Penguin op zijn debuutalbum ‘Fanfares’ nog weinig uitgesproken, sinds opvolger ‘V2.O’ beschikt de band over een uit duizenden herkenbaar geluid. Dat was voor een belangrijk deel te danken aan de komst van bassist Nick Blacka, die een stevige basis onder de nummers legde. Zijn basspel bleek met de snelle drumpartijen van Rob Turner en de ijle, klassieke pianoklanken van Chris Illingworth een gouden combinatie te vormen: ‘V2.O’ viel in alle opzichten in de prijzen en GoGo Penguin mocht gaan opnemen voor Blue Note.

Na ‘Man Made Object’ uit 2016 is er nu alweer een vierde album van de groep uit Manchester, ‘A Humdrum Star’, waarop hun kenmerkende geluid zich nog verder ontwikkeld heeft. “GoGo Penguin klinkt nog compacter” verder lezen

De lange weg naar berusting

Over ‘Binnenplaats’ van Joost Baars                                   

Dat een debutant meteen de VSB Poëzieprijs wint, stemt nieuwsgierig. ‘Binnenplaats’ van Joost Baars blijkt een ambitieuze bundel waarin je flink je tanden moet zetten.

De bundel lijkt op het eerste oog nogal onsamenhangend met eerst een aantal gedichten over een ‘Jij’, met hoofdletter geschreven, daarna een afdeling gedichten met titels als ‘Karl Marx’ en ‘Hannah Arendt’, dan plotseling vertalingen van negentiende-eeuwse sonnetten en vervolgens een reeks vogelgedichten. Na herlezing blijkt hier wel degelijk een rode draad in te zitten.

‘Binnenplaats’ opent met een apart staand gedicht waarin minutieus wordt beschreven hoe de vrouw van de ‘ik’ plotseling ter aarde stort en met een ambulance wordt weggevoerd. In de afdeling die daarop volgt, blijkt zij te zijn overleden: het licht van zijn bureaulamp is een ‘zinsbegoocheling’, ‘nu even zeker als het leven van mijn vrouw’. In maar liefst zestien titelloze gedichten vol gemis, verlangen en vertwijfeling wordt de ‘Jij’ of ‘Jou’ aangesproken, in een poging over de dood heen contact met haar te krijgen. Zij kan echter alleen nog maar bestaan in de taal, die opwelt ‘uit een plek in mij die niet klinkt/waar de taal waarmee ik dit zeg/niet bestaat, totdat Jij het zegt’, waarbij zij zich ‘in elk gesprek aan alle taalweerslag onttrekt’.

Door het willen terugroepen van de gestorven geliefde in poëzie, doen deze gedichten erg denken aan ‘Doodsbloei’ van Pieter Boskma, waarin deze de rouw over zijn gestorven vrouw verwerkt. “De lange weg naar berusting” verder lezen

Voorjaarskolder

Het had kouder moeten zijn
maar de vlieg vergist zich niet
al zit hij gevangen op zolder

in een vroeg vallend donker
en vliegt hij naar de zon
die hij in het spotlicht ziet

waarmee de vergissing begon
en dat zijn tragiek belicht:
zijn vroege voorjaarskolder.

Survival of the fittest

Aan een tuin moet je zo min mogelijk doen. Als hij vol staat met planten en struiken tenminste. Het geestdodende lapje gras dat wij ooit achter ons huis aantroffen, is veranderd in een kleine oase voor insecten, vogels en amfibieën, die lustig tussen de afgevallen bladeren en de wildgroei scharrelen.

Ook aan een geplaveide tuin hoef je niets te doen, maar dan valt er helemaal niets te beleven. Bovendien is er voor dieren niets te eten. Maar dat zal de meer praktisch ingestelde mens waarschijnlijk weinig kunnen schelen.

Om de natuur te plezieren en op haar beloop te laten, zou er eigenlijk massaal moeten worden overgegaan tot ‘steenbreek’: het vervangen van dode tegels voor levende natuur. Maar zie je daar maar eens mee te bemoeien.

Door al die tegelzeeën is mijn piepkleine tuin immens populair bij vogels, die overal voedsel tussen en onder vandaan halen. Eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat, nu het wat kouder is, er ook vetbolletjes en netjes met pinda’s hangen. Misschien is dat eigenlijk nog niet nodig. “Survival of the fittest” verder lezen

Hopeloze gevallen uit de provincie

Over ‘De heilige Rita’ van Tommy Wieringa

Joe Speedboot was het ultieme jongensboek en is niet voor niets een hit op leeslijsten van middelbare scholieren. En ook meisjes kunnen het boek wel waarderen, omdat het toch om leeftijdsgenoten gaat en er een hoop opwindende dingen in gebeuren.

Tommy Wieringa’s laatste boek De heilige Rita zou je opnieuw een jongensboek kunnen noemen, zij het dan voor oudere mannen. De jongens gaan op avontuur en de meisjes hebben een dubieuze reputatie, hoewel zich aan het eind van het boek een serieuze partner voor hoofdpersoon Paul Krüzen aandient, maar dan gaat het eigenlijk al niet meer goed met hem.

Na boeken die zich in Engeland en Egypte afspeelden (Caesarion) en in de voormalige Sovjet-Unie (Dit zijn de namen), heeft de handeling weer plaats in de provincie in opnieuw een fictief plaatsje, net als in Dit zijn de namen een grensstadje. Dat laatste levert immers interessante romanstof op vanwege de tegenstellingen die voor het oprapen liggen. “Hopeloze gevallen uit de provincie” verder lezen

Geen groen asfalt

Natuurmonumenten organiseerde op 25 november in Eemnes een conferentie over het landschap en de natuur van Eemland ‘om de regie bij de omgeving te leggen’ en ‘om een beweging op gang te brengen’. Het initiatief past in de trend om verantwoordelijkheden bij de burger neer te leggen, die de problemen echter vaak niet kan oplossen. Maar het is goed dat er een vorm van inspraak is, mits er geluisterd wordt natuurlijk. Het is vervolgens aan de instanties om – met de verkregen informatie en kritiek in het achterhoofd – de problemen op te lossen. Zij hebben de werkelijke invloed. Natuurmonumenten is voor de Eempolder heel belangrijk: de vereniging bezit langs de Eem verschillende gebieden. Andere belangrijke partijen zijn de overheden en de boeren.

De zorgen over de Eempolder bleken op de goed bezochte conferentie groot en ruim gedeeld: iedereen maakte zich druk over het ‘groene asfalt’, waarop geen bloem meer te zien valt, en over de lage waterstanden waardoor weidevogels er niet meer nestelen. Maar ook over de oprukkende gemeenten, vooral Amersfoort, die grond opkopen om er woningbouw te realiseren. Het dorpje Hoogland is tot verdriet van velen helemaal door de stad opgeslokt.

Andere waarden zijn stilte en ruimte, want waar vind je die tegenwoordig nog? De behoefte aan recreatie moet samengaan met rust. Naar mijn smaak hamert Natuurmonumenten te veel op recreatie, die ook weer onrust en vervuiling met zich meebrengt. “Geen groen asfalt” verder lezen