Het nut van subsidie

De cultuur is een van de sectoren die het meest te lijden hebben onder de ontstane crisis. Muziek, film en toneel vallen moeilijk op anderhalve meter afstand van elkaar te genieten.

Terwijl de luchtvaartindustrie meteen in aanmerking kwam voor compensatie moest Minister van Engelshoven van cultuur enorm haar best doen om geld los te krijgen en de 300 miljoen is bij lange na niet genoeg. Cultuur is kennelijk geen vitale sector, meer een luxe. Alleen als cultuur een toeristisch doel dient heeft ze waarde, omdat er dan geld aan kan worden verdiend. Het is niets nieuws: cultuur is in de BV Nederland al jaren de sluitpost van de begroting.

Het liberale model is onder de kabinetten Rutte nog dominanter geworden: alleen als je winst maakt, heb je bestaansrecht. Culturele organisaties die hun financiële bestaansrecht niet konden bewijzen werden wegbezuinigd, in plaats van gesteund. Koren, musea, theatergezelschapen moesten ook nog eens aantonen ‘maatschappelijk relevant’  (‘vernieuwend’, ‘inclusief’) te zijn om subsidiegeld te krijgen. Een koor dat uitsluitend renaissancemuziek uitvoerde, een theatergezelschap dat klassiek toneel bracht, of een klein, specialistisch museum vielen buiten de boot. Terwijl die juist subsidie nodig hebben om te kunnen bestaan. Het populistische anti-elitaire discours hielp ze ook niet.

“Het nut van subsidie” verder lezen

De kracht van literatuur

Yasunari Kawabata: De schone slaapsters en Sneeuwland

De Wereld Draait Door houdt op te bestaan en daarmee ook het boekenpanel. Eerder verdween het interviewprogramma Boeken. Het waren nog de enige momenten op televisie waarop er over boeken gesproken werd. Voor Mondo is helaas gekozen voor een buitenliteraire invalshoek. Een literatuurliefhebber heeft daar niets te zoeken.

Het viel op dat het boekenpanel zo nodig moest schreeuwen om een boek onder de aandacht te brengen. Al die vreselijke superlatieven. Zo werd het laatste boek van Jeroen Brouwers aangeprezen als ‘mokergoed’. Ook nog slecht Nederlands. Verder vervaagde het onderscheid tussen literatuur en andersoortige boeken. Het ging vaak om de persoon van de schrijver in plaats van om het boek zelf. Dat gold de laatste tijd zelfs voor Boeken. De programmamakers conformeerden zich aan de tijdgeest waarin alles om beeld(vorming) draait en een boek vooral interessant is vanwege het persoonlijke verhaal van de auteur.

Is er in onze tijd nog toekomst voor de literaire roman? Oek de Jong vroeg het zich af in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen (2013, aangevuld in 2015). U raadt het antwoord al. Ik geef de belangrijkste conclusies vereenvoudigd weer.

“De kracht van literatuur” verder lezen

Boekenkast

Mijn boekenkast staat op instorten. Niet omdat ik hem te veel heb belast door er onverantwoord veel boeken in te stoppen. Ik ben nooit een stapelaar geweest. De boeken verdienen respect met een nette plaats in de kast. Hij is gewoon aan zijn levenseinde. Dat kondigt zich aan door een langzaam uiteenvallen: naden worden ruimer, planken hangen op twee millimeter metaal als aan een draadje. Van een afstand lijkt hij nog heel wat. Een ongenaakbare strakke muur. Maar het is een bom die op barsten staat.

Ik maak me grote zorgen en inspecteer dagelijks de vele zwakke plekken. Elke moment verwacht ik de klap. Voorafgegaan door een enorm gedruis, het roffelend geluid van neervallende boeken, het geluid van brekend glas. Ik verbeeld me hoe hij is gevallen: voorover op de glazen salontafel of zijdelings door de ruit van het voorraam. Banden onherstelbaar beschadigd, bladzijden ruw omgevouwen. Mijn kostbaarste bezit gebutst en vermorzeld.

“Boekenkast” verder lezen

Het ongevraagde lawaai van anderen

De krant berichtte onlangs over de toenemende herrie in de horeca. De muziek staat er vaak zo hard dat je elkaar nauwelijks nog kunt verstaan. Hoe later de avond hoe harder je moet schreeuwen. Harde muziek gaat blijkbaar gelijk op met gezelligheid.

Het is natuurlijk van de zotte dat je niet meer rustig kunt eten. Onze eetcultuur stelt blijkbaar zo weinig voor dat mensen meer komen voor de entourage. En daar willen ze ook nog flink voor betalen.

“Het ongevraagde lawaai van anderen” verder lezen

De Young Elderly Person (YEP)

Een aantal weken terug werd door dagblad Trouw de Young Elderly Person in het leven geroepen. Hiermee wordt de grote groep ouderen bedoeld die vitaal in het leven staat. De afkorting moet blijven hangen om aan te geven hoe hip deze bevolkingsgroep is. YEP doet ook denken aan YUP, de Young Urban Professional uit de jaren ’80. Vanwege de tijdspanne kan het trouwens wel eens om dezelfde groep gaan.

Aan de term wordt een hele reeks lange artikelen gekoppeld. Zo is een deel van de krant weer gevuld. Bovendien is er een aparte webpagina aangemaakt. Hierop vind je de onvermijdelijke test (‘Wat voor yep bent u?’), zoals die ooit alleen maar in populaire meisjes- en damesbladen stond, en die je tegenwoordig in elk zelfhulpboek aantreft. Zoiets ga je als weldenkend mens toch niet invullen. Verder kan de YEP – onder het hardlopen of fitnessen – een podcast beluisteren.

“De Young Elderly Person (YEP)” verder lezen