Eeuwige literaire roem?

Alweer tien jaar geleden overleed Harry Mulisch. Reden waarom de onsterfelijke schrijver weer even in de aandacht staat . Er verschijnt een biografische schets van Onno Blom (De wondergrijsaard), op Literatuurmuseum.nl kun je een virtuele wandeling door zijn schrijverskamer maken en Coen Verbraak  maakte een documentaire. Vooraf rijst de vraag hoeveel dit toe zal voegen aan wat we al van Mulisch weten, maar het stemt in ieder geval nostalgisch.

Want Mulisch stamt uit de tijd van de grote schrijvers: Reve, Hermans, Claus, Haasse, Wolkers. Auteurs die honderdduizenden exemplaren van hun romans verkochten, omdat lezers zich in hun onderwerpen herkenden: de Tweede Wereldoorlog, homo-emancipatie, seksuele revolutie, Indië. Het was de tijd dat je schrijvers nog regelmatig op het televisiescherm zag.

“Eeuwige literaire roem?” verder lezen

Couperus’ taal weggepoetst

Er is een een hoop ophef ontstaan over de hertaling die neerlandica Michelle van Dijk maakte van Couperus’ Van oude mensen, de dingen die voorbijgaan. In 2010 verscheen er al een hertaling van Max Havelaar door Gijsbert van Es. Uitgeverij Taal & Teken geeft middeleeuwse en renaissance-teksten in hertaling uit. Het is een trend. Voornaamste drijfveer is om jongeren aan het lezen van historische teksten te krijgen.

Het is opmerkelijk, omdat je in mijn middelbareschooltijd – eind jaren zeventig, begin jaren tachtig – dit soort initiatieven niet had. Toen kwam de stijl van Multatuli en Couperus ook archaïsch over. Maar die werd juist geroemd omdat deze schrijvers zich hierdoor onderscheidden. Het waren ieder op hun manier grote stilisten: Multatuli schreef ‘levend hollandsch’ en Couperus’ stijl was een typisch voorbeeld van l’art pour l’art. Multatuli had zijn hertaling misschien nog toegejuicht omdat bij hem de boodschap van de mishandelde Javaan (nu Filippijn of Koerd) voorop stond. Couperus zou gestorven zijn van ellende.

“Couperus’ taal weggepoetst” verder lezen