De kracht van literatuur

Yasunari Kawabata: De schone slaapsters en Sneeuwland

De Wereld Draait Door houdt op te bestaan en daarmee ook het boekenpanel. Eerder verdween het interviewprogramma Boeken. Het waren nog de enige momenten op televisie waarop er over boeken gesproken werd. Voor Mondo is helaas gekozen voor een buitenliteraire invalshoek. Een literatuurliefhebber heeft daar niets te zoeken.

Het viel op dat het boekenpanel zo nodig moest schreeuwen om een boek onder de aandacht te brengen. Al die vreselijke superlatieven. Zo werd het laatste boek van Jeroen Brouwers aangeprezen als ‘mokergoed’. Ook nog slecht Nederlands. Verder vervaagde het onderscheid tussen literatuur en andersoortige boeken. Het ging vaak om de persoon van de schrijver in plaats van om het boek zelf. Dat gold de laatste tijd zelfs voor Boeken. De programmamakers conformeerden zich aan de tijdgeest waarin alles om beeld(vorming) draait en een boek vooral interessant is vanwege het persoonlijke verhaal van de auteur.

Is er in onze tijd nog toekomst voor de literaire roman? Oek de Jong vroeg het zich af in zijn essay Wat alleen de roman kan zeggen (2013, aangevuld in 2015). U raadt het antwoord al. Ik geef de belangrijkste conclusies vereenvoudigd weer.

“De kracht van literatuur” verder lezen

Mijn boekentop-5 van 2019

  1. Pastorale – Stephan Enter
    De thema’s – (jeugd)liefde, vriendschap en ontworsteling aan het gereformeerde geloof – zijn overbekend, maar worden op een originele, scherpzinnige en verfijnde manier beschreven. Enter neemt uitgebreid de tijd voor zijn verhaal en deinst niet terug voor (prachtige) natuurbeschrijvingen. Een roman die je optilt en bovendien veel aan de verbeelding overlaat. Alsof je een roman van Vestdijk leest.
  2. Zwarte Schuur – Oek de Jong
    Schijnbaar moeiteloos verteld in zijn bekende beeldende en sensitieve stijl. De beklemming die de hoofdpersoon bevangt is sterk invoelbaar. Met welgekozen details roept De Jong een enorme sfeer op. Met name de jeugdbeschrijvingen zijn weergaloos en herinneren aan het schitterende Pier en Oceaan. Verder schrijft niemand beter over erotische spanning.
  3. Serotonine – Michel Houellebecq
    Houellebecq blijft fascineren door de combinatie van hypersensitiviteit en politieke incorrectheid. En omdat hij schrijft over de problemen van deze tijd. Daarbij kiest hij voortdurend een andere invalshoek, in dit geval de problemen van de noodlijdende agrarische sector. Scherp, bij vlagen smakeloos en indrukwekkend. Ook heel geestig: ‘Nederland is geen land, hooguit een onderneming.’
  4. Antoinette – Robbert Welagen
    Een mooie korte roman over verlies. Juist door zijn beheerste manier van schrijven maakt Welagen indruk. Bij hem vind je nooit clichés, zijn proza is altijd smaakvol. Het nostalgische decor van een oud thermaalbad in Boedapest versterkt nog de melancholie. Geweldige vondst.
  5. Machines zoals ik – Ian McEwan
    Wat als Alan Turing niet jong onder verdachte omstandigheden was gestorven? Dan waren technologische ontwikkelingen als de robot en de zelfrijdende auto al in de jaren ’80 bewaarheid geworden. Dit gegeven werkt McEwan op briljante wijze uit. Ten tijde van de Falklandoorlog (ditmaal gewonnen door Argentinië!) beleven de hoofdpersoon, diens robot en zijn buurvrouw een driehoeksverhouding, die allerlei prangende vragen rondom mens-zijn en vooruitgang oproept.