Riffs & Improvisatie

Over ‘Reflections & Odysseys’ van Rymden

De groep ‘Rymden’ (Zweeds voor ‘ruimte/het buitenaardse’) is een samenwerking om je vingers bij af te likken: de Noorse toetsenist Bugge Wesseltoft, met New Conceptions of Jazz een van de grondleggers van de ‘nu jazz’, plus het ritmetandem van supergroep EST (Esbjörn Svensson Trio). Wesseltoft wilde graag een trioplaat opnemen en zijn oude vrienden Dan Berglund (bas) en Magnus Oström (drums) lagen voor de hand als begeleiders. Tien jaar na de dood van pianist Esbjörn Svensson konden zij het weer opbrengen om samen in een trio te spelen.

Wesseltoft maakte met Berglund en laptopartiest Henrik Schwarz in 2014 nog het fraaie album ‘Trialogue’. Berglund en Oström hielden zich de afgelopen jaren in eigen bands bezig met progrock (Berglund met Tonbruket). Ze speelden voor het eerst weer samen op het ‘EST The Symphony’-project uit 2016. De drie musici hebben dezelfde muzikale smaak, die teruggaat op de rock en fusion uit de jaren zeventig. Beide invloeden zijn terug te horen op ‘Reflections & Odysseys’. Verder zijn de echo’s van hun eigen supergroepen onvermijdelijk, hoewel een eigen sound het richtpunt is.

“Riffs & Improvisatie” verder lezen

Postume ontmoeting Miles en Hendrix

Over ‘Elektra Part 1&2’ van Michael Varekamp

Michael Varekamp is iemand van meerdere disciplines. Behalve trompettist is hij zanger, beeldend kunstenaar en theatermaker. Iets nieuws is een elektrische band, waar naast zijn vaste begeleiders, toetsenist Wiboud Burkens, slagwerker Erik Kooger en contrabassist Harry Emmery, ook gitarist Jerôme Hol deel van uitmaakt. Een goede keuze, aangezien Hol zeer doorkneed is in het fusiongenre.

Varekamp laat zich graag inspireren door zijn oude helden. Zo maakte hij theaterproducties over Louis Armstrong en Billie Holiday. Ook voor ‘Elektra’ haalde hij zijn inspiratie bij muzikale grootheden: Miles Davis en Jimi Hendrix. Deze hadden ooit het voornemen tot een gezamenlijke plaat, die er nooit kwam door de voortijdige dood van de gitaargod. Varekamp kwam hierdoor op het idee van een postume muzikale ontmoeting. Nogal een ambitieus plan, waar hij ook nog eens twee schijven voor uittrok. Men is zonder afspraken over songs, melodie, tijd en ritme de studio ingegaan. Waarschijnlijk geïnspireerd op de geïmproviseerde sessies van Davis’ ’Bitches Brew’.

“Postume ontmoeting Miles en Hendrix” verder lezen

Montere Weltschmerz

Recensie van ‘Nachtboot’ van Maria Barnas

De nachtboot is ‘de eenzame zwarte boot’ waarop de ‘ik’ uit Marsmans gedicht ‘De overtocht’ vaart ‘in het holst van de nacht/door een duisternis, woest en groot/den dood, den dood tegemoet’. De ‘ik’ is door wanhoop bevangen en door onzekerheid, want wat als ‘de dood het einde niet is’.

De eerste drie regels van dit gedicht vormen het motto van de nieuwe bundel van Maria Barnas. Hoewel de dood, het verstrijken van de tijd en de onzekerheid hierover door de bundel heen terugkeren is ‘Nachtboot’ geen sombere bundel. Het gaat in de gedichten vooral over de onzekerheid of je de werkelijkheid kunt kennen en de pogingen hier vat op te krijgen.

De gedichten zijn daarom heel onderzoekend van toon. In het vierdelige titelgedicht wordt Marsmans gedicht vanuit verschillende perspectieven bekeken. Van buitenaf: ‘Ik zag een schip dat het diepste zwart/vervoert waarin iets opflakkert/als een gezicht in een herinnering’. Of zelfs nog afstandelijker door naar het gedicht zelf te kijken: ’Ik beweeg me tussen een boot en hoe die is beschreven’ waarbij het wel heel intellectueel wordt. Of van binnenuit: ‘Er hapert een boot die mij op volle zee naar huis moet brengen’, waarin ze Marsman benadert. Toch domineert in de gedichten de ratio en is er zelfs sprake van relativerende humor door bijvoorbeeld te verwijzen naar Michael J. Fox in de SF-film Back to the future die eruit ziet ‘alsof hij ook altijd te laat is’. Barnas waakt er duidelijk voor ‘te zwaar’ te worden. Bij haar geen wanhoop. Meer een soort montere Weltschmerz: ‘ik zal met de nachtboot gaan en wakker zijn’. “Montere Weltschmerz” verder lezen

Intensief samenspel tussen zwaargewichten

Over ‘Where The River Goes’ van Wolfgang Muthspiel

Voor zijn nieuwe album, de derde voor ECM, kon de Oostenrijkse gitarist Wolfgang Muthspiel weer beroep doen op drie van de vier topmuzikanten die op zijn vorige cd, ‘Rising Grace’, meededen: pianist Brad Mehldau, bassist Larry Grenadier en trompettist Ambrose Akinmusire. De plaats van Brian Blade op drums is ingenomen door Eric Harland, een ander zwaargewicht. De musici stellen hun ervaring en techniek in dienst van het geheel en dat heeft net zo’n rijke en boeiende plaat opgeleverd als ‘Rising Grace’.

Er is gewerkt volgens hetzelfde principe: Muthspiel levert de harmonische structuur – hij schreef zes van de acht composities – en vervolgens mag iedereen hier zoveel mogelijk van afwijken, waardoor er spannende, bijna andere stukken ontstaan. De nummers staan daarom bol van de improvisatie, zonder dat een van de groepsleden de aandacht naar zich toetrekt: er is steeds sprake van intensief samenspel.

“Intensief samenspel tussen zwaargewichten” verder lezen

Meester in het scheppen van sfeer

Over ‘Helsinki Songs’ van Trygve Seim

Het nieuwste album van de Noorse saxofonist Trygve Seim heet ‘Helsinki Songs’, omdat hij het merendeel van de nummers schreef in de Finse hoofdstad waar hij op uitnodiging van The Society of Finish Composers was. Het bevat elf composities waarop het tempo over het algemeen laag is en invloeden te horen zijn van Bill Evans tot Stravinsky. Seim blijkt opnieuw een meester in het scheppen van sfeer.

Hij wordt bijgestaan door oude getrouwe Mats Eilertsen op bas, de gelouterde drummer Markku Ounaskari en de Estse pianist Kristjan Randalu die eerder dit jaar met ‘Absence’ al een prachtig album afleverde. Hun begeleiding is als een warm bad voor Seims intieme solo’s. Vooral Randalu heeft veel ruimte gekregen om te improviseren. Zijn spel zorgt voor extra diepte en kleur. Luister bijvoorbeeld naar zijn prachtige solo’s op ‘Ciaccona per Embrik’ en ‘Sorrow March’. “Meester in het scheppen van sfeer” verder lezen

Nieuwe inspiratie, nieuwe verkenningen

Over ‘We Are All’ van Phronesis

Het achtste album van het Britse Phronesis telt maar zes nummers en is met iets meer dan veertig minuten veruit het kortste. Wat verder opvalt is dat de band met “We Are All” een boodschap wil uitdragen, namelijk dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor het behoud van onze planeet, waar niet alleen mensen, maar ook dieren, planten en bomen onder vallen. De hoes bevat een citaat van de schrijver John Muir (1838 – 1914) die als een van de eerste natuurbeschermers geldt en aan de basis stond van diverse natuurparken in Amerika.

En dan de muziek. Die is onverminderd interessant. De bandleden schreven elk twee nummers, die zinderen van de spanning. Høiby strijkt op het openingsnummer ‘One For Us’ zijn bas eerst aan om vervolgens met een van zijn kenmerkende snelle loopjes ervandoor te gaan. Op andere momenten klinkt hij weer lyrisch. Anton Eger laat opnieuw horen alle klanken uit zijn drumkit te kunnen halen: van furieuze roffels tot subtiel getik van zijn stokken. Ook Neame schakelt moeiteloos van register. Uitbarstingen komen vanuit het niets en sterven even snel weg. Er zijn geen echte rustpunten: ook tijdens de ingehouden momenten is de muziek intens, zoals op het prachtige ‘Breathless’. “Nieuwe inspiratie, nieuwe verkenningen” verder lezen

Terug naar Iberische wortels

Over ‘Tonadas’ van Julian Argüelles

‘Tonadas’ betekent ‘deuntjes’ in het Spaans, wat een sympathiek eufemisme is voor de acht composities die op het nieuwste album van saxofonist Julian Argüelles staan. Het is zijn vijftiende als bandleider en zijn tweede voor Edition Records. Onder deze vlag was hij ook arrangeur en componist voor het bewierookte album van Phronesis met de Frankfurt Radio Big Band: ‘The Behemoth’. Hij laat zich door dezelfde ritmesectie begeleiden als op ‘Tetra’ (2015). Pianist is ditmaal Ivo Neame.

Alle nummers op ‘Tonadas’ zijn te herleiden tot Argüelles’ Iberische wortels. Hij heeft zich niet alleen laten inspireren door steden en hun specifieke wijken (zoals Alfama in Lissabon en de Barrio Gótico van Barcelona), maar ook door verschillende Spaanse muziekvormen. De Bulerías en de Alegrías, komen uit de flamenco-traditie; de gelijknamige nummers zijn dan ook flink ritmisch.‘Tonadilla’, een liedsoort die in de 18e eeuw in het theater is ontstaan, is weer een langzaam stuk.

Argüelles blaast met veel gevoel en bezit een fenomenale techniek. “Terug naar Iberische wortels” verder lezen

Schoonheid en leed liggen om de hoek

Over ‘Het wolkenreparatieatelier’ van Peter Swanborn

De titel is op zich al een reden om de nieuwe bundel van Peter Swanborn aan te schaffen. Je weet meteen dat het om iets onmogelijks gaat dat alleen in de verbeelding van de dichter bestaat. In het gelijknamige gedicht staat dat ‘voor de pijn van inwendige krimp als gevolg van de inwendige kramp als gevolg van de ongelijke strijd tussen aantrekkings- en zwaartekracht geen remedie bestaat’. De pijn die de dichter ervaart lijkt op de wolken te zijn geprojecteerd.

De gedichten zijn grofweg te verdelen in gedichten waarin de natuur centraal staat en gedichten over een heel persoonlijke thematiek. Ze staan door elkaar heen, verdeeld over drie afdelingen, waarvan de tweede ook de titel ‘wolkenreparatieatelier’ draagt. De eerste en de derde afdeling hebben de al even omineuze titels ‘Neteldrift’ en ‘Wantsdagen’, die oppervlakkig gezien een banale verklaring hebben (de vlinder is op zoek naar een brandnetel ‘voor de eerste rups’, de wants geniet van zijn ‘zomerschaatsgenot’), maar betrekking hebben op verlangen en ondergang. “Schoonheid en leed liggen om de hoek” verder lezen

Vogelgezang als inspiratie

Over ‘A bird’s eye view’ van Ad Colen

Vogelgeluiden houden saxofonist Ad Colen al geruime tijd bezig. Hij studeerde vaak in het buitenhuisje van zijn ouders vlak over de grens in België en probeerde de vogelgeluiden die hij hoorde op zijn saxofoon te imiteren. Verschillende van de melodieën die hij hoorde, vormen de basis van de elf nummers van dit opmerkelijke album.

Mocht je denken dat het hier om allerlei melige imitaties gaat dan heb je het mis. Colen onderwierp de zang van bijvoorbeeld de winterkoning en de boomleeuwerik aan een grondige analyse en kwam zo tot enkele melodielijnen, waarna hij zijn composities is gaan uitwerken. Het album heeft een flink improviserend karakter. Colen is een saxofonist die stevig in de beboptraditie staat en ook op deze plaat fijne vloeiende solo’s speelt.

Hij laat zich door een viertal musici begeleiden, waaronder zijn vaste drummer Yonga Sun, bassist Dion Nijland en toetsenist Mike Roelofs op piano, fender rhodes en wurlitzer. Rogier Hornman voegt hier met zijn cello nog een bijzonder geluid aan toe. Net als de sax kan de cello ritmisch springen en heerlijk zingen. En als de vogels natuurlijk. Roelofs zorgt voor verschillende kleuren. De uitstekende ritmesectie is vooral begeleidend. “Vogelgezang als inspiratie” verder lezen

Op de top van hun kunnen

Over ‘Live in London’ van e.s.t.

De erfenis van het fameuze Esbjörn Svensson Trio is levend gehouden door de talloze pianotrio’s die na hen kwamen en e.s.t. als grote inspiratiebron noemen, zoals het Tingvall Trio, Marcin Wasilewski Trio of GoGo Penguin. De laatste band wijdde op hun debuutalbum ‘Fanfares’ zelfs een nummer aan pianist Esbjörn Svensson: ‘Seven sons of Björn’. Nog steeds klinkt de enorme invloed van e.s.t. vanwege de vermenging van klassieke muziek, pop en elektronica met jazz door in de muziek van nieuwe trio’s die al snel het verwijt van epigonisme te horen krijgen.

Tien jaar na de ontijdige dood van Esbjörn Svensson kan opnieuw worden beluisterd hoe goed e.s.t. was op een live-cd die als eerbetoon door ACT Music is uitgebracht. Het betreft een concert in het Barbican Centre in Londen op 20 mei 2005 toen de groep op het toppunt van haar roem was en voor uitverkochte zalen speelde. Hoewel er al drie live-cd’s bestonden, waaronder het alom geprezen ‘Live in Hamburg’ uit 2007 voegen deze opnamen, die over twee cd’s verspreid zijn, wel degelijk nog wat toe: de nummers krijgen uitgebreide en behoorlijk eigenzinnige live-uitvoeringen en zijn bovendien perfect opgenomen door Äke Linton, die ook wel het vierde bandlid werd genoemd. “Op de top van hun kunnen” verder lezen